zondag 24 november 2013

Onverschilligheid



Onverschilligheid


“Weet je waar ik nou echt een grondige hekel aan heb?”
“Geen idee Bep ... wanbetalers, vervelende zeikerds, mannen?” probeer ik lachend.
“Nee mop, onverschilligheid, ’t lijkt wel of ’t steeds erger wordt. Niemand die ze eige nog ergens druk om maakt. Het is ieder voor zich en god voor ons alle.” 

“Ze hadde deze maand per ongeluk twee keer de huur van me rekening afgetrokke – kan gebeure- dus ik bel de woningbouw. Kom je eerst in een keuzemenu. Toets 1 voor dit, 2 voor dat en ga zo maar door. En dat duurde en dat duurde. Tege de tijd dat het afgelope was wist ik al niet meer waar ik nou eigenlijk voor belde. Dus ik opnieuw gebeld –dit keer goed opgelet- krijg ik de telefoniste. Ik leg ’t uit aan die dame, tenminste, dat probeer ik maar ze laat me amper uitprate. “Ik verbind u door” zegt ze, zit ik een half uur lang naar een harp te luisteren – ik hou helemaal niet van harp- maar daar schijn je rustig van te worde, nou ik niet. Ik werd d’r bloednerveus van. Krijg ik eindelijk iemand aan de lijn... word ik verbroke. Dus wéér belle, begint dat hele gedoe weer opnieuw. Wat me dat een tijd heb gekost, om over de telefoonkoste nog maar te zwijge. Ja, zegt die telefoniste, ik kan d’r ook niks aan doen.
Nee dat is nou juist het probleem, niemand kan d’r wat aan doen. Maar ondertusse gebeurt ’t wel en kan je nergens je ei kwijt.”

“Afijn ik had zo de pest in, ik denk ik ga voor me vertier nog maar effe lekker naar de markt want daar kikker ik altijd van op. Effe een frisse neus halen. Aan een frisse neus is nog nooit iemand dood gegaan tenslotte. Maar ’t was wel errug fris, zeg maar gerust stervens koud. Ik denk, weet je wat... ik pak de bus want die stond er. Ik probeer zo goed en zo kwaad als ik ken te renne met me rot knie. Ik tik nog tege het raampie. Nou, hij ree gewoon weg. Vroeger was er altijd nog wel iemand die tege de chauffeur zei, dat er nog iemand mee wilde. Nee, nu zitten ze je met ze alle onverschillig an te kijke met van die grote visseoge en de bekke half ope. Ze zien je niet eens staan, laat staan dat ze wat zegge. Te druk met hun koptelefoontjes. Dus kon ik mooi nog een kwartier in de kou wachte op de volgende bus.”

“Eindelijk komt ie d’r an. Ik stap in -helemaal verkleumd, en ik zie die chagrijnige kop van die chauffeur al hé. Dus ik zeg “goeiemiddag chauffeur, heb U misschien een collega die Remi heet?”
Kijkt die bullebak me toch venijnig an.
“Nee, hoezo?” zegt ie nors.
“Nou dan heb je collega tóch een nieuwe bril nodig, want hij rijd zo voor me neus weg en doet net of ie me niet ziet.”
Daar kon hij toch niks an doen?
Nee daar gaan we weer, niemand kan er wat aan doen. Dus ken je nergens je gif spuie.
“Misschien kan u het aan Remi doorgeve?” vraag ik nog vriendelijk.

“Maar ik laat me vertiertje niet verknalle dus ik ga lekker zitte. Zie ik opeens een paar van die opgeschote knape en die zitte een oud mensie te treitere. Echt vervelend doen en jenne en kliere. Niemand die iets zegt he, ’t kan niemand wat schele. Die vissekoppe hebbe ’t te druk met hun mobieltje en een grote kerel kijkt verveeld uit ’t raampie en doet net of ie niks hoort of ziet. Ik bedoel maar... die onverschilligheid. Schelde ze dat mens uit voor heks, dus ik zat me te verbijte. En ja hoor bij de eerstvolgende halte moste die knape d’r uit. Ik was nog niet bij de markt maar ik denk... jullie zijn mijn. Dus ik d’r achteran. Ik grijp de knaap met de grootste muil in ze kippenek en ik vraag suikerzoet; “zeg lieverd, heb jij geen oma?” Ja eerst paaie en dan er op los hé. Nou hij had een hele lieve oma zei die. Ik zeg, hoe zou jij het vinde als ze werd gepest door een stelletje raddraaiers?”
”Nou niet leuk natuurlijk.” Zegt ie timide. Het muntje viel en met een beschaamde kop drope ze af. Kijk, iemand moet er toch een keertje wat van zegge anders lere ze het nooit.”

“Ach Bep, ik weet ook niet wat het is, of de mensen durven er niets meer van te zeggen of het laat ze gewoon koud.”
“Ja, maar het mooiste mot noch komme” zegt Bep glunderend.

“Ik voelde me dus heel wat hé na die laatste preek. Ik denk bij me eige, zo Bep dat heb je keurig opgelost zonder je hande vuil te make. De dominee zou d´r jaloers op weze. Kom ik bij de markt staat daar zo’n jochie van pak weg, een jaar of dertien. Die staat daar fikkie te stoke. Lekker, brandend papier in de glasbak proppe. D’r lope zat mense langs en niemand die d’r wat van zegt. Aangezien ik me dag toch al had zeg ik tege dat knapie, “Zo mop, geef jij die aansteker maar ’s aan tante Bep.” Hij geeft me braaf die aansteker en ik vraag... doe je dat thuis ook?.......... “ 

Bep begint plotseling te gieren en slaat hard met haar hand op tafel waardoor de muntjes van het schoteltje stuiteren en over tafel dansen. Haar gierende uithalen gaan over in een soort gehinnik. De tranen rollen over haar wangen. Ze trekt een stuk wc papier van de rol die voor haar op tafel ligt en veegt de mascara van haar wangen.
” Ik vraag dus, doe je dat thuis ook? Wat denk je dat ‘t knapie zegt.”
“Geen idee Bep” zeg ik geschrokken.

“Nee ...... want we hebben thuis geen glasbak!!!”

© Ingrid Punt

maandag 18 november 2013

Hoofdprijs


Hoofdprijs 


“Wil je effies zien wat ik allemaal gekocht heb vanmorge?”
Bep kijkt me verwachtingsvol aan terwijl ze de plastic tasjes van diverse winkels leeg trekt. Kleding, tassen, schoenen en ander goedbedoelde rotzooi worden op een hoop op het tafeltje voor haar uitgespreid.
“Wat vind je d’r van?”
“Nou Bep... laat ik het zo zeggen, het is nogal .... veel?
“Jaha, da’s waar, maar ik kan ’t me veroorlove want ik heb dan ook wel dé hoofdprijs gewonne.”
Haar ogen beginnen te glimmen en ze tovert een enveloppe uit haar handtas.
“Kijk ’s wijffie, wie had dat ooit kunne denke, ik ... de eeuwige armoedzaaier heb eindelijk een keertje mazzel.” 

De enveloppe die ze me overhandigt blijkt er één van een postorderbedrijf. De tekst liegt er niet om. U bent de gelukkige winnaar van 300.000 euro. Deze prijs ligt voor u - Bep dus- gereserveerd. De brief ziet er mede dankzij de gouden sleutel -van de kluis- die er is opgeplakt en Bep’s speciale prijscode -van diezelfde kluis- indrukwekkend uit.
“Het enige wat ik hoef te doen is nog effe wat bestelle, kan niet schele wat.” Voegt ze er glunderend aan toe. “Geweldig hé, ik heb ook al een nieuwe hengel voor me buurman gekocht, want ze ouwe was stuk. En na dat gedoe met ze vriendin, je weet wel die kakmadam is ie wel toe aan een opkikkertje. En hij vist zo graag, dus ik denk .... vooruit maar. En ik heb me vriendin een reisie naar Cran Cannaria aangebode. Is ze d’r ook ’s effe lekker uit. Cran Cannaria... altijd al een keertje naartoe wille gaan. Mijn man en ik hadde het er ook altijd al over, maar ’t is er nooit van gekomme. Dus nou ga ik met Toos -me vriendin- ach die stakker mot ’t ook alleen maar met d’r AOW’tje doen. 

Ik krijg het een beetje benauwd als ik voorzichtig aan haar vraag, “Bep, geeft het je niet te denken dat ze zoiets gewoon over de post sturen en je niet persoonlijk een cheque komen overhandigen, desnoods met camera en fanfare erbij?”
“Ja, jij zegt ’t, maar ik ben wel meteen naar de kapper geweest, want stel je voor d’r wordt aangebeld en as je dan de deur ope doet sta je wel meteen met je smoelwerk vol op de camera. Maar dat doen ze natuurlijk niet want dan krijge de bure d’r lucht van hé, en binne de kortste kere staat de hele straat bij me te bedele. Want als d’r wat te hale valt zijn ze d’r as de kippe bij hé? Nee, daar hebbe ze écht wel over nagedacht hoor.”
“Oké," probeer ik nogmaals voorzichtig, “maar waarom moet je dan éérst nog even iets bestellen als die prijs toch al voor jou is?”
Bep fronst haar wenkbrauwen - op zich al een angstaanjagend gezicht- en het duurt even voor haar wenkbrauwen vol ongeloof omhoog schieten.”Attenooije, ben ik effe in de zeik gezet, en ik tuin d’r met ope oge in. Dat motte ze toch verbiede? “
Ik knik en voel een golf van medelijden door me heengaan als ik haar verontwaardigde blik zie. 

“Gelukkig heb ik de bonnetjes nog” zegt Bep als ze naar de berg kleding voor zich op tafel kijkt.
“Ach, het was leuk zolang het duurde, ik voelde me effies een diva, maar wat mot je eigelijk met al die troep. Kijk die hengel, die krijgt die ziel gewoon, en die reis naar Cran Cannaria gaat natuurlijk ook gewoon door. Ik heb ’t beloofd hé, en wat je beloofd mot je na komme. Dat word dus extra buffelle de aankomende maande” zegt ze met een diepe zucht. Bep propt de kleding, tassen en schoenen weer terug in de plastic tassen.

Ineens zie ik een grote glimlach om haar mond verschijnen. Ze krijgt een dromerige blik in haar ogen.
”Twee weke Cran Cannaria, heerlijk. Anders was het er nooit meer van gekomme en nu moet ik wel.
Is ’t toch nog ergens goed voor geweest.” 

© Ingrid Punt


donderdag 14 november 2013

Burenruzie



Burenruzie



“Kom maar hoor man, deze twee here vinde het vast niet erg als jij effies voorgaat.”
Bep dirigeert het jochie naar het toilet. De twee heren zijn het duidelijk niet eens met Bep’s conclusie maar slikken hun protest snel  in en één van hen forceert zelfs een flauwe glimlach. Bep geeft me een knipoog.
“Manne, allemaal hetzelfde hé, ’t blijve kleine kindere. Als ze niet snel genoeg hun zin krijge gaan ze mokke of kliere.” 

“Had ik je al verteld van me buurman?”
Nu vertelt Bep wel vaker over haar buren, maar omdat ik niet zo snel weet wie of wat ze bedoelt schud ik van nee.

“ Nelis, me buurman van bove - één van de vele - had me al verschillende kere mee uit ete gevraagd. Nou ben ik normaal gesproke wel te vinde voor een gezellig etentje, maar op de één of andere manier heb ik niks met Nelis. Ik weet niet wat het is maar ik vind hem een beetje eng. Ze oge staan te dicht bij mekaar. “
Ik kijk haar niet begrijpend aan, “is dat zo erg dan Bep?”
”Ja meid, mot jij maar ’s oplette, mense die wat op hun kerfstok hebbe, die oge staan allemaal te dicht op mekaar. Een teke dat er iets te kort schiet in die bovekamer hé.En dat is écht geen fabeltje hoor.” 
Ik werp een steelse blik in de spiegel die me snel gerust stelt en ik zucht opgelucht. 

"En dat niet alleen, hij draagt ook van die opvallende stropdasse –nou vraag ik je, wie draagt d’r anno 2013 nog stropdasse? en om daar dan meteen over te valle tijdens zo’n etentje dat is dan ook weer zo lullig. Maar ik weet hoe ik besta... ik zit me dan de hele avond te ergere aan die oge en aan die stropdas. En zachte heelmeesters make stinkende wonde dus ik zeg tegen hem, mot je goed luisteren Nelis -want zo heet ie- mot je goed luistere, alles goed en wel, eve goeie vriende maar ik ga niet met je uit ete want je bent me type niet. Hij kreeg me toch een rooie kop en ’t leek wel of die oge nog meer naar mekaar toe krope. Maar ja, dat is toch eerlijk, niet dan?”
Ik ben het helemaal met Bep eens, eerlijkheid boven alles, dus ik knik gedwee.
”Maar een afgeweze man is nog erger dan een afgeweze vrouw hoor geloof me,” zegt Bep terwijl ze met een schuine blik naar de twee wachtende mannen kijkt.

” Effe je handjes wasse mannetje en dan mag die eerste meneer vast doorlope.”
Het jochie steekt zijn handen onder de zeeppomp en de voorste meneer loopt braaf naar de toiletdeur die Bep hem aanwijst.Ja, Bep heeft de wind er flink onder.

“Wat wil nou het geval, ik hou van een schone stoep. Me eige straatje hou ik altijd keurig schoon. Maar omdat me bezem gebroke was leende ik die steeds bij Nelis, ja en dat is vrage om rottigheid he. Als je je straatje schoon wil houwe mot je toch echt je eige bezem gebruike. En na dat “gevalletje” viel ’t me op dat er iedere keer meer rommel voor me deur lag. Peuke, theezakkies, je kan ’t zo gek niet bedenke.. Dus ik ben ’s op gaan lette en ja hoor, Bingo. Dat addergebroed gooide steeds stiekem ze rotzooi bij mij voor de deur, pure treiterij van die judas. Ik denk, serpent dat je d’r bent, ik zal je krijge."

"Dus ik heb alles steeds keurig opgeveegd en verzameld tot ik een vulliszak vol had. Ik heb bij gluipstra aangebeld, hij doet ope en ik kieper zo die vulliszak leeg in die farizeeër ze schone halletje. Je had dat smoelwerk motte zien, niet te filme. “ Ik zeg;“kijk Nelis, met mij geen poepelegeintjes uithale hé. Slape doen we ’s nachts en dan nog met één oog ope.”

“Afijn, hij bood ze excuus aan en zei dat ’t ook wel erg kinderachtig van hem was geweest en dat ie zich diep schaamde. Ja dat ik hem betrapt had ja. Als ik niks had gemerkt was ie gewoon doorgegaan met die ongein Hij was gewoon in ze kruis getast he? Maar dat geve ze natuurlijk nooit toe. Tsja,  manne... nét kleine kindere."

"Maar we zijn volwasse mense, en dan heb ik het  puur en alleen effe over mezelf. Het leve is te kort voor onbenullighede. Dus ik strijk me hand over me hart en ik zeg, oké Nelis, zand erover. Ruzie is ruzie maar over is over en nou doen we weer normaal. We geve mekaar een hand en ik heb me in een zwak moment én om me goeie wil te tone door gladjakker late verleide om ze plantjes water te geve als ie een paar dage naar de Veluwe gaat –want daar woont ze zuster- Als beloning zou hij me mee uit ete neme als ie terug was, zei die.”

Ze kijkt even peinzend voor zich uit en haar ogen worden groot voordat ze plotseling roept... “Attenoje... heb ie me toch nog mooi te pakke, de linkmichel.”



© Copyright Ingrid Punt januari 2012

donderdag 24 oktober 2013

Ongemakkelijk



Ongemakkelijk


'Meid, ik was er helemaal klaar mee.'
'Waarmee Bep?'
Bep kijkt me vanonder haar afhangende oogleden geërgerd aan.
'Die hele zwarte piete heisa natuurlijk, daar wordt je toch gallisch van?

Ik knik, want ik ben het met Bep eens. Elk jaar is er commotie over, maar dit jaar loopt het de spuigaten uit en de discussie neemt behoorlijk grimmige vormen aan.
Bep grijpt mijn stille overpeinzing aan om eens flink haar gal te spuien.

'Waar gaat het nou nog over, een kinderfeessie, want meer is het niet. Oké, als je gaat lope zoeke vind je altijd wel wat dat riekt naar discriminatie. Met andere woorde, als je een hond wil slaan vind je altijd wel een stok. Wrevelig wordt je d'r van, waar of niet?'

'Van de week komt er een donkere dame binne, d'r dochtertje moest nodig plasse. Een leuk kind met van die grote donkere oge en een mooie roze jurk an. Zit me daar toch een grote zwarte vlek aan de achterkant van d'r jurkie. Dus ik wil die moeder d'r op attent make, krijg ik toch het woordje 'zwart' niet uit me strot. Het zweet brak me uit. Dus ik zit me daar toch een partij te hakkele en te stamele. Nou meid zo'n boei.'
Bij de gedachte alleen al kleurt Bep nog van oor tot oor dieprood.

'Dat mens begreep totaal niet waarom ik zo moeilijk zat te doen. D'r kwam geen zinnig woord meer bij me uit. Dus dat kind loopt nu waarschijnlijk nog met die zwarte vlek op die mooie roze jurk. Kijk, van die dinge waar je eerst nooit bij stil stond, daar voel ik me nou ineens zó ongemakkelijk bij.

Weet je wat ik eigenlijk nog het ergste van alles vind?'
Bep wenkt me naderbij, haar ogen staan waterig als ze me met trillende stem toevertrouwd,
'Ik heb al jare een Surinaamse buurman, echt een lieverd. Stanley - want zo heet ie, maakt altijd roti voor me, heerlijk En als ik hutspot maak, krijgt hij van mij weer een pannetje hutspot, vind ie lekker. Ja, hij gooit er dan wel een halve pot sambal bij maar ik bedoel maar, nooit een centje pijn.

Maar nu voel ik me dus ongemakkelijk als ik hem op straat zie lope. Gewoon bang dat hij denkt dat ik -omdat ik ook sinterklaasfeest met me kleinkindere vier- een racist ben. Zover hebbe ze het al voor mekaar met dat gedoe. Nou passeerde ik Stanley van de week op de trap. We konde beide geen kant op en ik kreeg het gevoel dat hij ze eige ook ongemakkelijk voelde want hij keek me zo schuchter an. Ik denk, dat laat ik me na al die fijne jare same toch niet gebeure hé, dus om het ijs te breke trek ik hem an ze mouw. Hij kijkt me verschrikt an natuurlijk, dus ik zeg, dat had je me wel eens eerder moge vertelle Stan.
'Wat Bep?' vraagt ie met oge zo groot als schoteltjes.
'Nou dat jij altijd die cadeautjes door me schoorsteen flikkert. Nou meid, hij kwam niet meer bij. En ik had me rooie regejas an hé, staat ie me van top tot teen op te neme, vraagt ie waarom ik me mijter niet op heb. Nou, ik piste zowat in me broek. Lagen we met ze tweeë  blauw op de trap. Ja, humor verbroedert hé zulle we maar zegge.'

'Dus als ik het goed begrijp is het probleem met Stanley nu opgelost Bep?'
'Wat ons betreft wel, gistere weer lekker same roti gegete, wat de rest van Nederland doet, dat zal me eigelijk worst weze...
Surinaamse bloedworst ... heb je die wel eens gegete? ... Lekker pittig!.'

© Ingrid Punt oktober 2013








zondag 13 oktober 2013

Kouwe kak en Karma



Kouwe kak en Karma


”Geloof jij in Karma?” Bep kijkt me vorsend aan als ik niet snel genoeg antwoord,
” of je in karma geloofd. boontje komt om ze loontje, wie goed doet goed ontmoet, eige schuld dikke bult, wie ’t laatst lacht ...van dat werk dus.” 

“Oh, Karma?”  zeg ik aarzelend omdat ik niet goed begrijp waar Bep naartoe wil.
“Ja Bep, daar geloof ik wel in. Ik ben er van overtuigd dat we allemaal vroeg of laat, en op wat voor manier dan ook de rekening voor ons gedrag -goed of slecht- gepresenteerd krijgen. “ 

“Kijk dat bedoel ik dus, ik geloof daar namelijk ook in en daarom probeer ik altijd goed te zijn voor de mense, niet alleen daarom hoor, ik ben van nature gewoon een vredelievend persoon. Het is me als het ware aangeboren. ”
Ik knik instemmend, en niet alleen omdat ik overtuigd ben van Bep’s gelijk. Zelfs als ze het niet heeft zou ik instemmend knikken, ik moet tenslotte nog gebruik maken van haar toilet.

“Nee waarom vraag ik dat, me buurman - een schat, maar een beetje een schlemiel- had een nieuwe vriendin. “
Ze kijkt me even onheilspellend aan voor ze verder gaat.
“En omdat we mekaar al zo lang kenne en hij geregeld een bakkie bij me komt doen had ik gevraagd of ie d’r een keertje mee wou neme, effe kennismake. Hij kijkt de laatste tijd zo zielig, dus ik wou effe wete wat voor vlees ie in de kuip had. Nou dat heb ik gewete, wat een graftak. ’t Begon al zodra ze binne kwam. Cynthia, ”want zo heette ze - ’tsja daar kan ze zelluf ook niks aan doen -  stelt d’r eige voor en ik hoor die hete aardappel achter in haar keel wel al hange maar ik zeg, ga lekker zitte wijfie, doe of je thuis bent, dan zet ik effe een lekker bakkie koffie.

Nou, ze dronk geen koffie, of ik Earl grey  had met een schijfie citroen. Ik zeg nog voor de gein, hoe grijs wil je ’t hebbe? Maar ik voelde al nattigheid, wat een azijnpisser zeg. Stond me bank af te kloppe voor ze ging zitte, terwijl ik die notabene net had afgenome. Afijn, zij aan de thee, pink omhoog en nippe, je kent ’t wel. Ik vraag of ze d’r misschien een lekkere moorkop van de warme bakker bij wil. Nee dat wilde ze niet want ze lette op d’r lijn. Ik zeg nog droog, welluke lijn? -zo mager als een ram, geen tiete, geen kont. Je kon d’r zo door een lampeglas trekke. 

Begint ze me daar toch een partij op te scheppe. Ze kwam uit een hele goeie familie en was ergens heel in de verte zelfs van adel. Wat een kouwe kak. Of dat mij wat interesseert, ik vind je aardig of niet, of je nou bankdirecteur bent of op de markt staat. En ze kocht d’r kleren altijd bij Maison de Bonneterie en d’r schoene bij Jan Janse. Laat ik nou denke dat ze het over die wielrenner had, dus ik zeg, goh,  zit ie tegenwoordig in de schoenen. Nee dat was een andere Janse. En me buurman maar in de gate houwe hé, hij mocht niet eens een sigaartje opsteke want dat stonk zo en daar had ze last van. En hij moest ’s een stropdas kope. Ze wilde zo graag nog ‘s een cruise naar de Bahama’s maken. Nou ik zag die schlemiel zijn zuurverdiende spaarcentjes al in haar Bonneteriezakke verdwijne . En hij liet ’t zich allemaal maar aanleune, ik zag ‘m steeds kleiner worde, zo zielig. Dus ik zat me te verbijte, maar ik denk ... laat je niet kenne Bep.... vriendelijk blijve... denk aan je karma.

Op een gegeve moment komt het gesprek op me werk, nou meid toen ze hoorde wat ik deed voor de kost was ’t helemaal gebeurt met de gezelligheid. Ik zeg, zo Cynt, en wat doe jij dan voor de kost? Ze was weduwe, laat ik nou nooit gewete hebbe dat dat een vak was. Maar goed, ik denk laat ik de sfeer d’r is effe lekker inhouwe, ik zit toch nog minimaal een uur met dat kadaver opgescheept. Dus ik zet een gezellig cd’tje van Peter Beense op, ik denk dan komt de stemming d’r misschien lekker in. En me buurman -de schlemiel- die zat ‘m te knijpe hé, ik zag ’t aan ze smoel. Maar wat ik ook probeerde - ik heb zelfs me dure kersebonbons in de strijd gegooid- Nee, ze was an de lijn, zei ze weer met dat zuinige mondje.  Pfff .. een borreltje dan Cynth? Ik denk, dan komt ze misschien een beetje los. Nou nee, ze dronk alleen af en toe een sherry'tje. Nou die troep had ik dus niet in huis. Dus ik kon geen goed meer doen. 

Afijn, ze moest ineens weg, dus ik help Cynthia in d’r Bonneterie jas. En terwijl ze naar de deur loopt blijft ze met d’r dure hak achter de drempel hangen. Krak, zegt ie. Jan Janse of geen Jan Janse, geen hak is bestand tegen zo’n solide drempel. Nou daar stond ze dan met die hak in d’r hande en ze schiet me daar toch in de stress. Alsof de wereld verging, en ik zag me buurman al zo peinzend naar d’r kijke. En toen drong het pas tot me door hé ...... karma.

Me buurman heeft inmiddels dus ’t licht gezien. De verkering is uit. Boontje komt om ze loontje, wie goed doet goed ontmoet,eige schuld dikke bult, wie ’t laatst lacht .... 
Karma......... van dat werk dus.” 


© Copyright Ingrid Punt januari 2012




woensdag 2 oktober 2013

Crisis



Crisis

“Tsja wat een geld hé voor een plas? “ Ze kijkt me beschaamd aan terwijl ze op het bordje tikt dat naast haar op tafel staat. 50 eurocent staat er op.
"Maar ik zal wel moete... crisis hé. Ik mot ook me kop bove water zien te houwe net als iedereen."

Ik pak m’n portemonnee, roer wat tussen de losse muntjes om er vervolgens een glimmend muntje van 50 cent tussenuit te vissen.
“Heb je ze pas gepoetst?”
“Ja Bep, en ik heb m’n best erop gedaan dus wees er zuinig op.“
“Ach, je kan ze beter poetse als uitgeve tegenwoordig. Weet je wat het is meid, we gaan gewoon weer terug naar af, daar hebben we met ze alle  na de oorlog nou zo hard voor geknokt. We hadden alles toch goed voor elkaar? Pensioen, a.o.w. huursubsidie, kinderbijslag, ziekenfonds.... noem maar op.We hadde het echt nog niet zo slecht.”

Het wordt ons zo langzamerhand allemaal weer afgepakt. De ziektekoste rijze de pan uit, m’n ouwe buurvrouw gaat niet meer naar de dokter omdat ze het niet kan betalen. En als je baas je niet meer mot krijg je een schop onder je kont en neemt ie een jonkie van achttien an, die er na een paar maanden ook weer uitvliegt. Want dan hoeven ze je geen vast contract te geven. Ja en ze komme d’r mee weg. Wat dacht je van de heren bankdirecteuren? Ze hebbe d'r een zootje van gemaakt. Als jij een fout maakt op je werk mot je jezelf toch ook verantwoorde? Nou die hoge heren niet hoor, die krijgen een vette bonus en een ander lucratief baantje waar ze de boel weer uit kunnen melke."
Bep wordt steeds roder en ik vrees even voor haar bloeddruk.
“Hé... wat zit ik me nou weer op te winden, het helpt je toch geen ene moer.”

“Komt u maar hoor dame, de middelste is vrij.”
Een forse  vrouw loopt hijgend en steunend het toilet in. Bep wacht tot ze de deur achter zich heeft gesloten om me met ogen vol ongeloof toe te fluisteren... “wat een slagschip” ze kijkt nog even bedenkelijk naar de deur om dan haar verhaal te vervolgen. “Weet je wat het is meid, de duvel schijt altijd op een grote hoop. As je voor een dubbeltje gebore bent dan word je nooit een kwartje.”
Ik kijk naar het bordje waar 50 eurocent opstaat, ze volgt mijn blik, “nou ja, proberen kan natuurlijk geen kwaad.” We schieten beiden in de lach, tot we gerommel aan de middelste toiletdeur horen.

Bep kijkt me geïrriteerd aan, “nee hé... da’s al de zoveelste die de deur niet open krijgt vandaag. Mot ik er straks nog een ander slot op laten zetten ook."
Ze loopt naar de deur, “mevrouw, gewoon doordraaie die knop, “
Bep rommelt wat aan de deurknop maar er is geen beweging in te krijgen.
“Hij gaat echt niet meer open “ roept een benauwde vrouwenstem vanachter de deur.
“Geen paniek, ik haal wel effe de hulptroepe.” 
Hou jij het fort effies in de gate wijffie dan haal ik Jasper d’r effe bij."


Bep komt terug met een lange pukkelige slungel met stropdas, ik vermoed dat het hier de bedrijfsleider betreft. Jasper blijkt niet voor één gat te vangen en na wat sussende woorden richting toiletdeur -waarachter het gesteun en gejammer steeds paniekeriger word- weet hij uiteindelijk de deur open te krijgen. Met een verhit gezicht waggelt de forse vrouw naar buiten waarna ze de slungel overdadig bedankt voor zijn reddingsactie. Jasper laat de complimenten glunderend over zich heen komen. Zo dat klusje heeft hij ook weer geklaard, om vervolgens met een knikje richting mij en Bep verder te gaan met waarvoor hij eigenlijk is aangenomen- het bedrijf leiden-

“Zo, zijn dag is ook weer goed, “ ik kijk Bep verbaast aan.” Ja, zo’n jonge staat hier ook voor een grijpstuiver, hij is al de zoveelste bedrijfsleider dit jaar. Tja meid, het word er allemaal niet beter op, als het zo doorgaat lig ik straks ook aan de gallemieze en kan ik doorwerke tot m’n honderdste -als het me gegeve is- en kunne ze me hier in me kist naar buite drage."

Dan kijkt ze plotseling verschrikt naar het schoteltje op tafel...
”Als je me nou besodemietert ... dat slagschip heb niet betaald!!!”


© Copyright Ingrid Punt december 2011



zondag 29 september 2013

Passie


Passie


'Hé wijfie, das lang gelede, alles goed met je?' 
'Met mij wel Bep, en hoe is het me jou?' 
'Ach, naar omstandigheden gaat het wel, maar ik had van de week nog een crematie.'
'Oh,' ik kijk haar verschrikt aan. 
'Tsja,  Edje  -een neef van me, nou ja, hij was niet echt familie, maar aangetrouwd. Van de kouwe kant zal ik maar zegge, maar goed, ik zag ‘m geregeld en uit goed fatsoen ga je dan toch.' 

'U kunt doorlope hoor meneer, de achterste is vrij.' 
Ze wacht tot de man de toiletdeur achter zich heeft gesloten en dan krijgt ze een duistere blik in haar ogen terwijl ze me toefluistert;
'Ze denken an een gebroken hart.'  
'Jee Bep, dat is niet fijn, een verloren liefde?' vraag ik meelevend.  
'Ach, zo zou je het eigenlijk wel kunnen noemen. Sperziebone.'
'Sorry?'
'Hij wilde niet bij de sperziebone.'

'Hij werkte al 30 jaar in de conservefabriek, hij was de chef van de afdeling doperwten. Uren kon ie d’r over doorwauwelen. Doperwten, velderwten, tuinerwten, blik, pot, diepvries, de kleur, de maat, de leeftijd, fijn, zeer fijn, extra fijn, afijn… hij wist er alles van. Hij heb wat verjaardagen verstierd met z’n saaie verhalen. Zodra Edje binnenkwam wist je dat de rest van de avond verziekt was. Kon de stakker ook niks aandoen natuurlijk want hij had niks anders om hande en geen andere interesses.
Geen hobby’s, geen vrienden,  nee helemaal niks. Ja, die doperwten dus. 

Op een gegeven moment noemden we hem ook zo. Dan was ‘r een verjaardag en zate we aan de koffie en dan was het van; komt dop-Edje nog? Maar na jaren op de doperwte werd ie zó opzij geschoven voor de zoon van de baas. Hij kon zó het veld ruime en bij de sperziebone gaan staan. Edje had daar natuurlijk helemáál geen zin in, want wat valt er te vertellen over sperziebone?
Helemaal niks, noppes, nada, één pot nat. Dus ze passie was weg hé? Wel de verhalen, maar zonder passie. En meid als je wat doet zonder passie, dat is misschien wel het ergste wat een mens kan overkomen. 

Hij vertelde nog steeds dezelfde verhalen maar de bezieling was uit ze ogen verdwenen. Tsja, je zag hem steeds stiller worden en hij ging zienderoge achteruit. En toen werd de nieuwe chef van de doperwten gepromoveerd - jaha...dat gaat snel met de zoon van de baas-  
Dacht Ed dat ie weer terug kon, hij zag het al helemaal zitten, je zag hem weer helemaal opfleuren. Wat denk je?' Ze kijkt me verontwaardigd aan, en ik vermoed het ergste.
'Late ze nou een ander op die plek zette. Die baan gaat zo aan ze neus voorbij, nou en dat is waarschijnlijk ze nekkebreker geweest. Na twee maande legde die ‘t loodje. Zielig  hé?'

‘Tot ziens,’ ze knikt de man vriendelijk toe als hij het geld op het schoteltje legt en dan vraagt ze me, 'lust jij sperziebone?'
'Nou het is niet mijn favoriet Bep, maar als ik het voorgeschoteld krijg, dan wurm ik ze wel naar binnen.'
 'Nou ik at ze geregeld maar uit solidariteit zal ik van me lang zal ze leven geen sperzieboon meer aanraken, dan zie ik steeds die trieste kop voor me. 
Kijk, Edje was en saaie pief, maar dit had ie niet verdiend!'

Ik kan niet anders dan haar gelijk geven en denk tegenwoordig twee keer na voor ik sperziebonen op tafel zet, ik zie steeds een trieste kop voor me...


© Copyright  Ingrid Punt  oktober 2011