Posts tonen met het label grappig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label grappig. Alle posts tonen

zondag 30 maart 2014

Malle eppies

Malle eppies


'Hallo Bep'
Bep is druk in de weer met een mobieltje en lijkt me niet op te merken.
'Hallo Bep' zeg ik nog iets harder.

'O, hallo schat, sorry maar ik was effe druk met me telefoon.
Mooi ding hé? Hij was eerst van me nichie maar ze kocht een nieuwe en toen mocht ik deze van haar hebbe. Nou had ik natuurlijk wel een mobieltje, maar daar kon ik alleen maar mee belle.
Maar met die nieuwe dinge ken je alles hé.
Eerst wilde ik d'r niet an, maar nou zou ik hem toch niet meer wille misse.'

Bep glundert, ze is duidelijk in haar nopjes met haar nieuwe aanwinst.
'En d'r zitte allemaal eppies in.'
'Eppies?'
'Ja, eppies, ook spelletjeseppies. Kijk dan, ken je dit spelletje? Ik ben d'r helemaal verslaafd an.'
'Candy Crush, god bewaar me, nee daar ben ik mee gestopt Bep, valt geen eer aan te behalen.'
'En whatsupp heb ik ook.'
'Whatsupp? ...... 'oh, whatsapp.'
'Ja, dat zeg ik, kijk mop, je kan er ook mee goochele.
D'r zit een complete encyclopie in, dat ze dat allemaal in zo een klein telefoontje kenne proppe he?'

Bep kijk me doordringend aan, dan schieten haar wenkbrauwen plotseling vragend omhoog.
'Wat zou jij nou 's graag wille wete?'
'Uh, nou daar overal je me een beetje mee Bep.'
'Overval ...  kijk ik goochel overval en mot jij 's kijke wat ik an informatie krijg.
Het laatste nieuws, compleet met plaatjes. Dat is toch niet te bevatte?
Dat had ik as kind nooit durve drome.
Kijk en dan heb ik ook nog een eppie die me waarschuwt dat ik mot drinke.
Ja water hé, want dat schijn ik dus veel te weinig tot me te neme.
En een eppie van het openbaar vervoer, nou dat is zeker nooit weg.

Ik heb zelfs zo een mal eppie die me verteld waar ik een openbaar toilet kan vinde.'
Bep knikt zelfvoldaan en geeft me een vette knipoog. ' Mijn toilette staan d'r ook bij.'
En ik heb ook nog een mal fotoeppie, die is leuk. Daar kan ik foto's mee versiere.
Kom op,  lach 's effe naar tante Bep ...'

'Nee Bep, alsjeblieft, ik ben niet echt fotogeniek. Op foto's sta ik altijd als een grazende koe, of als een grijnzende trol.'
'Kom op, niet zo kinderachtig. Kijk 's  naar 't vogeltje, see tjiessss!!!'
Voor ik er op bedacht ben neemt Bep een foto.
'Zo, effies kijke of ie gelukt is.'
Mijn gevoel van eigenwaarde bereikt een dieptepunt als Bep zegt, 'verrek mop, je hebt helemaal gelijk, dat ziet er echt niet uit. Zal ik 's effe kijke of ik d'r nog wat moois van ken make met mijn malle eppie?'
'Maak jij d'r maar iets moois van Bep,' zucht ik als ik met mijn staart tussen de benen wil afdruipen naar het vrijgekomen toilet.

Maar mijn gekrenkte trots moet nog even geduld hebben. Bep trekt me aan mijn mouw terug.
'O schat, wacht effe,'
'Zou jij effe mijn nichie voor me kenne belle.'
Ik kijk Bep niet begrijpend aan als ze mij haar mobiel in mijn handen duwt.

'Tja, al die eppies op je mobiel zijn natuurlijk hartstikke leuk, maar ik heb geen idee hoe ik er mee mot belle.'

© Ingrid Punt maart 2014










'


woensdag 26 maart 2014

Poppesnor

Poppesnor


'Hé Bep, waar heb jij de hele week uitgehangen?' 
'Och schat, heb je me gemist? Ik was lekker met de sjoelclub een paar dagen naar België."
'Goh Bep, wat gezellig, heb je een beetje mooi weer gehad?'

'Nou an het weer heb 't niet gelege en an 't gezelschap ook niet.
Lekker weer, mooi hotel, alleen de terugreis viel een beetje in 't water.
We hadde toch een stuk sjacherijn as chauffeur. Zo een afgekeurde politieagent.
Ik zag 't al meteen an die kop van 'm, kon geen lachie af.
Zodra we de bus instapte begon ie al.

We mochte niet zinge, want dan kon hij ze eige niet op de weg concentrere.
We mochte niet snoepe, want dan zat hij met de rotzooi.
En as klap op de vuurpijl had ie het toilet afgeslote met een touwtje, want hij had geen tijd gehad om 't water an te vulle. Ik vraag nog an die hangsnor, hoe motte we dan plasse as we motte?
Nou dan moste we maar een vinger opsteke, dan zou ie wel stoppe.

Afijn, we ware koud onderweg, toen kreeg tante Truus al hoge nood.
Ze zit an de plaspille vanwege d'r dikke voete, dus ik loop naar vore.
Hallo meneer de chauffeur, kan u effe stoppe? want me vriendin heb hoge nood.
Nou voorlopig ware we nog niet bij een parkeerplaats, dus ze most 't maar effe ophouwe van die gladjakker. Ik zeg nog, nou snorremans, dat wordt straks dweile hoor.
Maar die tweederangs piloot negeerde me gewoon. 

Ik denk ... jij bent mijn, want me blaas begon ook al op te spele.
Ome Sjaak - een ouwe baas van zesentachtig- zat ook al te wiebele op ze stoel, dus ik vond 't wel welletjes.
Ik heb dat touwtje losgeknoopt -ben ik goed in- en ja hoor, als d'r één zeikerd over de dam is volge d'r meer natuurlijk. Het is net as met gape, wanneer d'r één mee begint motte ze allemaal.
Nou, hij heb 't gewete. We hebbe d'r met ze alle flink gebruik van gemaakt, een complete Tsunamie was 't. Die kop van die snor werd steeds rooier.

Tja, eige schuld, dikke bult. Toen de bus stopte heb ik die poppesnor een euro in zijn hande gedouwd.
Ik zeg, hier jonge, omdat we van je toilet gebruik mochte make. Koop er maar wat moois voor, maar niet alles in een keer op make hé?  Woest was ie ...... '

Bep kijkt me triomfantelijk aan, 'ja, dat was geniete, ik kijk nou al weer uit naar me volgende uitje.'



© Ingrid Punt maart 2013

vrijdag 28 februari 2014

Of je worst lust

Of je worst lust...


'Hoe is het met je Bep, weer helemaal hersteld?'
Na haar glijpartij heb ik Bep nog maar sporadisch gesproken. 
'Prima meid, ik mag weer alles ete en ik mag ook weer piano spele van de dokter.'
'Speel jij pia ......' 
Bep's gegier doet me realiseren dat ze me weer aardig in de tang heeft.
'Nee lieverd, natuurlijk speel ik geen piano, maar volgens me huisarts mag het wél weer.'

Bep hikt nog even na en snuit haar neus - die meteen flink gaat glimmen- als er een vrouw met een wandelwagen de toiletruimte binnen komt. Het kleine meisje in de wandelwagen heeft een papieren zak van de Hema in haar kleine knuistjes. Moeder legt een muntje op het schoteltje en Bep wijst haar een vrij toilet. 
'Wij passe wel effe op de kleine meid hoor' zegt Bep als ze de deur achter de vrouw sluit. 

'Zo mop, wat heb je daar voor lekkers?' 
Het meisje lacht haar twee voortandjes bloot en schudt als antwoord de papieren zak flink heen en weer. 
Nog voor Bep er een stokje voor kan steken valt er een grote rookworst uit, op de stenen vloer.
Ik trek een vies gezicht als Bep de worst weer terug in het gekreukelde zakje frommelt. 
'Je kan hier van de vloer ete hoor schat,' zegt ze meer tegen mij dan tegen de kleine meid.

'Heb jij lekker worst van mamma gekrege?' vraagt Bep met een hoog stemmetje aan de peuter. 
Deze lacht nogmaals verlegen en trekt onbeholpen de rookworst weer uit het inmiddels gescheurde zakje. 
'Hm, zo lekker,' zegt Bep terwijl ze ter bevestiging met haar hand langs haar wang zwaait. 
'Neem maar een lekker hapje.'

'Ik weet het niet hoor Bep,' val ik haar in de rede, 'maar volgens mij is het niet de bedoeling dat die kleine die hele worst weg werkt. Kijk naar het formaat, volgens mij is hij voor vanavond bij de stamppot.'  
'Waarom laat ze die kleine er dan mee spelen? dan moet ze maar hebben ook.'
Ik weet er niets meer tegen in te brengen en Bep gaat onverschrokken verder.

'Lekker hé moppie, hap, hap, hap ... daar word je groot en sterk van.'
De kleine meid zet haar vlijmscherpe nieuwe voortandjes aan de zijkant van de worst, het vet druipt langs het peuterkinnetje. De vette traktatie valt niet echt in de smaak bij de kleine want ze gruwelt, en spuugt de fijngemalen stukjes worst op de glimmende tegelvloer van Bep. 
Deze kijkt quasi  geschrokken ... 'Och, wat doe je nou schat, je moet wel je mondje leeg eten hoor.
Neem nog maar een lekker happie worrrst.'
'Whost', zegt de kleine en kijkt met een triomfantelijke blik naar Bep. 
'Wat zeg je  ... whost? Nee worst, zeg tante Bep maar na... worrrst,'
'Whostt' zegt de kleine verlegen.
'Nee, worrrrsttt' articuleert Bep nogmaals.

De kleine schatert en zet nogmaals baldadig haar tandjes in de moddervette rookworst.  
Onder de aanmoedigende woorden van Bep knaagt ze driftig door, tot uiteindelijk de worst in twee gehavende stukken breekt. Net op dat moment komt moeder het toilet uit en kijkt geschrokken naar haar dochtertje die nu met een verbaasde blik de stukken worst zit te ontleden. Bep probeert een gierende schaterlach te onderdrukken. 

'O, Mereltje, maar dat was niet de bedoeling,' zegt de vrouw ontdaan. 
'Mereltje had honger denk ik,' oppert Bep droog.
'Worrrstttt,' zegt de kleine met een trotse blik naar haar moeder.'
'Wat zeg je daar?' vraagt moeder verbaast.
'Of je worst lust' zegt Bep, terwijl ze in haar eigen lach dreigt te stikken.
Met haar doekje in de aanslag duikt ze proestend het toilet in. Waar ze zich nog zeker een minuut of tien gierend schuil heeft gehouden. 

© Ingrid Punt februari 2014






dinsdag 25 februari 2014

Rollade

Rollade


"Morgen ben ik wat later hoor mop, ik moet eerst boodschappe doen voor de Bingo.
Ze zijn door de prijze heen.
Tja, ome Jan doet altijd de booschappe hé, maar die is voorlopig effies klaar met bingo."
Bep kijkt me met een verontschuldigende blik aan.

"Klaar met bingo, hoezo Bep?"
Bep's ogen beginnen te glimmen.
"O meid, het is zielig voor ome Jan, maar ik heb gistere toch zo gelache, daar kan ik weer maande op tere."
Ze kijkt me aan alsof ze niet kan wachten met haar relaas.
Niet dat Bep mijn goedkeuring nodig heeft, want vertellen doet ze het toch wel.
"O ja Bep? vertel."

"Nou het was gistere zo druk met bingo. Daar kan ome Jan -hij roept ook de nummertjes om- niet zo goed tege. Een zenuwelijer eersteklas. Maar hij ging lekker, de ene na de andere prijs ging er uit.
Er stond nog een fles advocaat en er lag nog een mooie grote varkensrollade.
Ik zat te spinse op die rollade, want advocaat heb ik genoeg in huis. Uiteindelijk had ik nog maar één nummertje nodig. Hoor ik in ene iemand met een Duits accent "Bingooo!" roepe.
Ja hoor, Antje. Ze komt uit Beiere, woont hier al jaren en een aasgier eerste klas.
Vierentachtig en slecht ter been, maar daar was weinig van te merke. Ze rent naar vore, duwt Jan d'r kaart onder ze neus en trekt meteen die rollade van tafel met d'r inhalige, Beierse graftengels.
Afijn, Jan kijkt grondig d'r kaart na - effe had ik nog de stille hoop dat ze het fout had- maar an d'r oge en gehoor mankeert nog niks. Goedgekeurd! roept Ome Jan. Wil je dat flessie advocaat of de rollade? vraagt ie nog uit goed fatsoen, maar die rollade had ze allang in d'r hongerige handtas gepropt.
Nou en toen begon het gelazer.

Opeens had ze d'r eige weer bedacht. Van schweinebraten kreeg ze ausschlag. Of ze hem mocht ruile für ein hunn.  Ik zag die ouwe al geërgerd kijken. Een hunn? we hebbe geen hunn. Een varkensrollade of een fles advocaat, kieze of dele. Afijn, ze druipt af naar d'r stoel. Ineens ging het lope weer een stuk moeilijker... gewoon effe zielig doen hé.
Jan gaat weer door met ze nummertjes omroepe.
Staat ze ineens weer op, strompelt terug naar de tafel, of ze hem toch nog kon ruile. Ochse was ook goed. Jan ze kop werd vuurrood, stond ze eige vreselijk te verbijte. Hij heb last van ze rikketik hé, dus ik was al een beetje pages. Antje bleef maar drale met die handtas onder d'r arm geklemd. Maar Jan,  ijzere Hein, deed net of ze lucht was en ging gewoon door.

Tien! roept ie, ja hoor, ik had eindelijk bingo. Dus ik stiefel naar vore en geef me kaart af.
Ach met een fles advocaat kan ik nog wel iemand anders gelukkig make.
Maar Antje duwt die rollade weer onder die ouwe ze neus.
Nou wilde ze 'm weer ruile voor die fles advocaat.
Ik denk, al zal ik motte sterve, nou douw je die rollade maar ergens waar de zon niet schijnt.
Zie ik ineens ome Jan naar ze borst grijpe. Ik denk, daar gaat die ouwe ... de pijp uit.
Maar hij haalt diep adem en begint me toch tege Antje te schreeuwe...

"En nou weg weze met je rollade of ik bega een ongeluk!"
Nou, ik heb Antje nog nooit zo snel de kuielatte zien neme.
Jan, helemaal over de rooie, hij had zeker een half uur nodig om bij te komme.
Die fles advocaat heb ik maar an hem gegeve... arme ouwe ziel.

"En hebben jullie nog iets van Antje gehoord Bep?" vraag ik nieuwsgierig,
"Antje? ... Ik hoop dat ze flink ausschlag krijgt."

© Ingrid Punt februari 2014







donderdag 13 februari 2014

Slipgevaar

Slipgevaar



Zodra ik Bep in de toiletruimte zie zitten schrik ik me een ongeluk. Bep's arm hangt in een mitella, haar rechteroog is blauwer dan blauw en haar wenkbrauw is afgeplakt met een gigantische pleister.
Ze ziet mijn geschrokken blik, 'nee meid, ik ben  Badr Hari niet tegen gekomen en ik heb ook niet onder de bus gelegen. Nee, dit geintje heb ik te danken aan Corrie, me zus uit Groningen. Die logeerde een weekendje bij me. Altijd lache met Cor, ze schut de moppe zo uit d'r mouw hé. Alleen liep 't nou een beetje anders.

'Ik moet eerlijk zeggen Bep, dat blauw past wel mooi bij je blouse.'
Bep schiet in de lach maar begint meteen te kreunen.
'Oh meid, maak me nou niet aan 't lache, ik heb ook een gekneusde rib.'
'Moet je dan niet lekker thuis in bed blijven tot het wat beter met je gaat?'
'Ben je gek mop, de meeste mense gaan dood in bed.
Of ik nou hier pijn heb of thuis, 't gaat wel weer over voor ik een jongetje ben.'

'Ik dacht gezond bezig te zijn. Maar ja, zoals gewoonlijk gooit me leipe zuster weer roet in 't ete... ach, dat schaap. Ze voelt d'r eige al zo schuldig en eigenlijk kon ze d'r niks an doen. Een zwakke maag hé, heb ze van moeder mee gekregen."

'Kijk, 't zit zo. Je weet, ik wil honderd worde, zolang ik tenminste goed bij de tijd blijf. Maar alles wat goed voor je gezondheid is, is haast niet meer te betale. De ziektekoste rijze de pan uit. Dus ik ben tegewoordig an het doe het zelve geslage. Dede ze vroeger ook, niks mis mee. Nu hoorde ik een paar weke gelede dat het gezond is om elke dag je bakkes met olie te spoele. Dat schijnt alle vieze en foute bacterië uit je lijf te trekke. Soja, zonnebloem, olijf, of kokosolie, noem maar op 't maakt niet uit. Zolang 't maar koud geperst is en Biologisch.
Ik ben niet zo een macro-idioot maar baat 't niet, dan schaad het niet. Dus ik voor de verandering naar de reformwinkel. Kokoskoekies vind ik ook lekker dus ik wilde kokos en daar krijg je ook nog 's witte tande van. Niet dat ik dat nodig heb met me kunstklapper, maar bij zonnebloem mot ik zo an een frituurpan denke.'

'D'r stonde potte met witte pasta maar volgens 't kaartje was het kokosolie. Terwijl ik met die pot in me hande sta, zie ik al zo'n macrobiotische tuinkabouter naar me kijke. Dus ik vraag aan hem, zeg schat, is dat nou echt wel olie, 't lijkt wel pasta. Nou volgens Paulus was het toch echt olie én koudgeperst. Bij de kassa schrok ik me kapot van de prijs, en voor die prijs wil ik ook wel een tassie. Dus ik vraag een plastic tassie an die geitewolle sok.
Of ik wel 's van de plasticsoep had gehoord?
Nee hoor mop, ik hou het wel bij een koppie snert.
Nou, as blikke konde dooie had ik hier nu niet meer gezete.

De volgende ochtend meteen maar een volle eetlepel van die smurrie genome. Het beste tijdstip was op een ochtendmuil. 't Most twintig minute trekke en ik mot je eerlijk zegge, de smaak viel reuze mee. Maar die bende gaat smelte en na tien minute had ik al het gevoel dat het me neus en me ore uitkwam. De volgende dag opnieuw geprobeerd, maar dan met een theelepeltje. Dat was goed te doen.

Afijn, dit weekend kwam Corrie logeren en die hoorde dat allemaal an. Dat leek haar ook wel wat. Ik zeg nog, Cor, doe dat nou niet met jouw zwakke maag meid. Maar eigewijs als de pest hé. Ik sta in de badkamer en ik hoor d'r toch een partij kokhalze, niet te filme en toen een hoop gevloek. Dus ik kom de badkamer uit om te kijke wat 'r loos is en ik maak me toch een smakkerd, ik glij zo de gang door. Nou en ik heb een lange gang hoor. Met me kop tege de deurpost en die gaf natuurlijk niet mee. Had ze die olie niet binne kenne houwe. Me laminaat lag vol met die troep, spekglad. Zate we 's avonds laat nog bij de eerste hulp.

'Afijn, dit is het resultaat."
Bep haalt haar schouders op. 'Ik vind  't lullig voor me zuster. Die voelde d'r eige zo schuldig. Ik zeg nog, meid dat had mij toch ook kenne gebeuren... tenminste als ik die zwakke maag van moeder had meegekregen. Ik ben ook maar meteen met die rotzooi gestopt want -baat het niet dan schaad 't niet- gaat mooi niet altijd op."

Ze kijkt me ineens vragend aan ...
'Ik heb nog een halve pot over, is 't niks voor jou? je schijnt 't ook gewoon op brood te kenne smere.'
Dan begint ze plotseling met een van pijn vertrokken gezicht te lachen tot de tranen over haar wangen lopen. 'Auw, auw ... en anders smeer je 't in je haar ... krijg je krullen!'


© Ingrid Punt februari 2014


zaterdag 1 februari 2014

Handlezen




Handlezen

"Handlezen, één euro," Bep tikt op het bordje dat voor haar op tafel staat en kijkt me vanachter haar leesbril vragend aan. 'Of kom je alleen voor de gezelligheid?’
‘Tja meid, we moeten allemaal een beetje creatief te werk gaan hede ten dage. Dus ik dacht zo bij me eige, ik doe er niemand kwaad mee, dus waarom niet? Zie het als en geintje. Het komt zo…'

'Ik was met Henk -mijn nieuwe Haagse vlam- naar een paranormale beurs. Hij is er helemaal krankjorem van, dus nou vooruit, ik mee. Meid, je weet niet wat je meemaakt. Vijfentwintig euro de man, tel uit je winst. En druk… en allemaal van die zielepiete die denke d’r beter van te worde. Je moest iets persoonlijks neer legge, dus ik heb ’t schoteltje van hier daar op die tafel gezet.

Het begon al lekker. Die helderziende bleek een soort afgekeurde Jomanda in een lange jurk die het podium op kwam hinken. Het leek er wel eentje van de zwarte kousenclub. D’r compagnon was een klein dikkertje, dat plaatsnam achter een orgeltje. Ik dacht nog, ach gut, ’t lijkt wel een komische act. Echt een paar apart zal ik maar zegge. Met moeite kon ik de slappe lach -die natuurlijk al snel op kwam zette inhoude. Arme Henk, die voelde de bui al hange, dus die zat me al in me hand te knijpe.

Afijn, na een paar valse note op dat orgeltje begint die nep Jomanda met haar helderziende gave en laat ze nou nét mijn schoteltje van tafel pakke. Ze begon over een moeilijke stoelgang. Dus ik steek me vinger op, want dat moest dus bij herkenning. Begon ze over me zere knieë, nou dat is een makkie. Elke blinde kan zien dat ik moeilijk loop. Maar ze bleef daar maar over door zeure. Kreeg zeker niks anders van bove door. Ik moest echt op me tong bijte anders had ik gezegd dat ze naar d’r eige rot knieë moest kijke.

Maar ik laat me niet meteen kenne, dus ik denk, effe meespele Bep. Op een gegeve moment pakt ze me hand en zegt, U bent krankzinnig. Me bloeddruk begon al te stijge… had ik haar verkeerd verstaan. Kunstzinnig, bedoelde ze. Nou kunstzinnig klopt wel. Na de geboorte van me kleinkindere ben ik an het breie geslage. Truie met Micky en Donald Duck, zo mooi… niet te filme. Maar die koters ware allergisch voor wol, dus binne een mum van tijd zate ze onder de uitslag. Nou toen had ik het gauw bekeke. Wat dat betreft zat ze dus wel goed. Maar het kan even zo goed een toevalstreffer geweest zijn, niet dan?

Ik bedoel maar, dat is toch maar effe snel verdient. Dus ik denk… wat Jomanda ken, ken ik nog veel beter. Nou meid. Ik kan je vertelle, sinds ik dat extra schoteltje heb neer gezet zit ik op spirituele roze. En al wat je nodig heb is gewoon een flinke dosis mensekennis. Je moet de mense gewoon goed ankijke en dan weet je al half wat voor vlees je in de kuip heb. De mense late d'r eige zien zoals ze zijn zal ik maar zegge.

‘Hé, tante Bep, kan u mijn hand ook lezen? De opgeschoten knaap voor me legt een euro op het schoteltje en duwt zijn hand onder de neus van Bep.
‘Je hebt in elk geval je hande niet goed afgedroogd jongen, dat is over duidelijk.’zegt Bep terwijl ze zijn hand inspecteerd.
‘Maar….’ze kijkt de jongen bezwerend aan. ‘Maar… binnenkort ga je in de auto naar je werk en zegge ze meneer tege je.’
Zijn wangen kleuren rood. ‘Goh, te gek, dank U wel ,’ en hij maakt zich – met een glimlach van oor tot oor uit de voeten.

‘Die was niet zo moeilijk hoor, ik heb ze moeder gistere gesproke, die komt hier elke dag wel effe langs,’zegt bep me zodra de jongen uit het zicht verdwenen is. Morge heeft ie een sollicitatie gesprek. En of hij nou wel of niet word angenome, het is goed voor ze zelfvertrouwe, dus ik doe er eigenlijk niemand kwaad mee.

Zie je die dame daar voor de spiegel?’ Voor de spiegel staat een vrouw van middelbare leeftijd aan haar kapsel en kleren te plukken. ‘Ze komt net van de kapper en ‘t zit niet naar haar zin. Kijk maar, er zitten nog haartjes tussen haar kraag. Een grote bos bloeme in haar tas. Dat mantelpakkie draagt ze alleen op zon en feestdage, en is niet echt meer van deze tijd. En nu kwam ze d'r vanmorge achter dat het ineens wel erg aan de krappe kant zit. Maar ja, het is haar enige nette pakkie. Knellende schoene, aan de hakke te zien nét gekocht, en daar heeft ze nu al spijt van.…Conclusie, ze gaat naar een feesie, waarschijnlijk een verjaardag.
De vrouw wast haar handen, plukt nog even aan haar kapsel, loopt moeizaam langs Bep’s tafeltje en legt dan een muntje op het schoteltje.‘Handlezen? Goh, wat grappig.’Ze haal nog een euro uit haar portemonnee en duwt haar vlezige hand onder de neus van Bep. ‘Oh, zegt Bep, ‘ik zie het al. Een feesie in het verschiet. U en uw kapper begrijpe elkaar niet en U heeft een gigantische miskoop gedaan. O ja, en U gaat binnekort op dieet.

‘Wonderbaarlijk,’ kirt de dame, ‘hoe weet U dat allemaal?’
’Dat lees ik net in uw hand dame, tja, het is een gave. ’
De vrouw loopt hoofdschuddend met haar pijnlijke voeten weg.

‘Geef me je hand 's ‘zegt Bep en ik voel me een beetje ongemakkelijk.
‘Nou vooruit, niet zo kinderachtig, voor jou doe ik het gratis. Ze neemt mijn hand in de houtgreep en er is geen ontkomen aan.
’Ja hoor, jij moet gaan schrijve.’
’Dat is geen kunst Bep, dat wist je.’
’Nou oké, maar je eerste roman komt uit op…’
Ik kijk haar vol verwachting aan...
'Het toilet is vrij, en de rest mag je zelf invulle lieverd’
Ik zucht terwijl ik naar de toiletdeur loop. Ze heeft gelijk, sommige dingen hebben we gewoon zelf in de hand.

© Ingrid Punt april 2013


maandag 27 januari 2014

Elfstedentocht


Elfstedentocht


“Kijk uit hoor meid dat je niet onderuit gaat. Ik had al een dweiltje neergelegd en een bordje d’r bij met –voeten vegen a.u.b.- maar geen hond die ’t leest, ze lope zo met d’r sneeuwschuivers naar binne, en voor je ’t weet leg je op je muil. Daar kan ik echt niet tegenop dweile. Wat is ’t trouwens koud hé?”
Bep wrijft in haar wollen wanten en trekt de felgekleurde ijsmuts die ze op haar hoofd heeft nog wat strakker aan. Als ze ziet dat ik haar hoofddeksel sta te bewonderen verontschuldigd ze zich.
“Ja ’t ziet er misschien niet uit, maar het is niet om te harde als je hier zo’n hele dag mot zitte, ik heb alleen maar dat ene straalkacheltje. Ik had me toch een kouwe fikke”
Ik werp een blik in de spiegel en zie dat ik in mijn witte winterjas wel iets weg heb van een poolbeer.
“Wat maakt ’t uit Bep, we lopen d’r allemaal als gestopte worsten bij met dit weer, wat kan ‘t je schelen. Als je het maar niet koud hebt.”

”Je heb nog gelijk ook. Heb jij al geschaatst? “
”Nee Bep, hoe zal ik het zeggen, schaatsen is niet echt mijn ding, ik zwem liever."
“Nou ik bak d’r ook niet veel van, ja mijn man zaliger was een echte schaatser, maar die kwam dan ook uit Friesland.”
“Oh ja Bep, was jij met een Fries getrouwd?” vraag ik vol interesse.”
“Nou ja.... hij kwam eigenlijk uit Gelderland, maar dat scheelt maar een slok op een borrel.”
“Ik denk niet dat ze het daar in Friesland met je eens zijn Bep.”
“Ach, wat maakt ’t uit, hij kon in ieder geval lekker schaatse en dat deed ie dan ook veel en graag. Met ze hande op ze rug en dan maakte die van die lange slage met ze lange bene .’t Was gewoon een lust voor ’t oog als je hem voorbij zag schuive. Hij heeft ’t mij ook nog probere te lere, maar dat was niet echt een succes. Volgens mij heb ik daar toen ook me knieën mee vernacheld.
Ik zie mezelf nog stuntele achter een keukestoel met van die Friese doorlopers waar je zo lekker op zwikte en een knalrood kusse an me toges gebonde. Ik leek wel een baviaan. Maar ik ging nogal vaak onderuit en dan wil je wel. Nee, ik was zéker geen Joon Haanappel.

Er komt een moeder met een huilend meisje naar binnen glijden. “Mama koopt zo wel nieuwe wantjes voor je. Ze is haar wantjes verloren.” zegt moeder terwijl ze ons wanhopig aankijkt.
“Ach kind heb je van die kouwe handjes dan, kom... dan zal Tante Bep ze wel effies warm make.”
Bep klemt de rood-blauwe handjes van het meisje tussen die van haar en begint te wrijven of haar leven er vanaf hangt. Het kind kijkt haar verschrikt aan maar is direct haar tranen vergeten.
“Zo lieverd, zo gaat het wel weer hé. Het kind lacht door haar tranen heen als Bep haar een paar toffees in haar handjes propt. Ze geeft de moeder een knipoog en moeder en kind duiken het toilet in.

Wat denk je, zou die doorgaan? “
“Wat Bep?”
”Nou de elfstedetocht natuurlijk, zou die doorgaan?”
“Ik heb eerlijk gezegd geen idee Bep, als het een beetje door vriest zit er wel een kans in,"
"Nou ik hoop het wel, dan ga ik lekker tv kijke. Ik heb me buurtjes al allemaal uitgenodigd. Hij van die hengel komt ook, voorlopig kan ie toch niet vissen. Gezellig, ik heb al chocolademelk en een neutje ingeslagen. Lekker appeltaartje d’r bij. Hé ja, ik heb d’r echt zin in om die gaste te zien Klune.
Daar krijg ik dan zo’n nostalgies gevoel van.”
Haar ogen worden vochtig, ” net of ik me man weer voorbij zie schuive.”
Maar dan mot ’t wel doorgaan hé. Anders mot ik die rotzooi allemaal alleen weg werke.”

“Kijk, die neut komt wel op, maar van al die appeltaart en chocolademelk krijg ik een vet hart.”

© Ingrid Punt


dinsdag 3 december 2013

Brillenboer








'Wat vind je van me bril?'
Bep kijk me uitdagend aan. Op haar neus prijkt een enorme bril met een dik, grof zwart montuur.
'Nou Bep, ik kan er niet omheen, hij is ... apart?'
'Ja, apart, maar vind je hem ook staan?'
Ze schuift de bril iets naar voren en staart me nu  met een doordringende blik over haar brillenglazen aan.
'Ja, hij staat je goed. Jeugdig en sportief, en zoals ik al zei, ik kan er niet om heen.'
'Dus je vindt hem te groot?'
'Nee, Bep, hij staat je echt goed, maar ik wist niet dat jij een bril droeg?'
'Nou laat ik het zo zeggen, ik had thuis nog een ouwe dienstfiets, zo'n ouwerwets ziekenfonds gevalletje. Daar ga ik natuurlijk niet mee over straat hé. Buiten doe ik alles op de tast. Maar thuis voor de tv kan ik natuurlijk niet zonder.'

'Maar een paar weke gelede vroeg Jannie - een vriendin van me - of ik met haar mee wilde naar de opticien. Ze had een nieuwe bril nodig. Nou vooruit, ik ben de beroerdste niet en aangezien ik ook wel aan een nieuw kek montuurtje toe was ben ik met 'r meegegaan. Dus wij naar de brilleboer. We werde geholpe door een snuiter in driedelig grijs. Hij stelt ze eige voor als Michiel. En waar het nou precies aan lag, ik weet het niet, maar vanaf het eerste moment moest ik die knaap niet. Ik heb wel 's gehoord dat 't wat met geur of trillinge te make kan hebbe. Iets van vibratie of zoiets dergelijks.  Maar hij leek ze eige geweldig te vinde, een nep George Clooney eerste klas zulle we maar zegge.

'Zo dames, zullen we eerst maar eens even de ogen opmeten?'
Jannie ging eerst. Nou d'r sterkte -of zwakte, of hoe je het noeme wil, was niet gering. Ze had nog net geen hond nodig. Gelukkig kennen ze tegewoordig een hoop. Vroeger kreeg je meteen van die jampot glaze. Ze had daarvoor al een mooi montuurtje uigekoze. Maar na die meting zat ze al zo op d'r stoel te wippe en heen en weer te schuive. Helemaal kriegel werd ik er van.

Op een gegeve moment staat die snuiter op om koffie voor ons te hale. Ja, het mag wat koste tegewoordig. Dus ik zeg tege Jannie, 'zeg zenuwelijer, zit is effe stil, ik word bloed nerveus van je.'
'Bep' zegt ze, 'die vent wil me een multifocale bril aan smere. En daar heb ik helemaal geen zin in. Die glazen zijn hartstikke duur en dat trekt bruin niet. Ik heb zeker al vier keer gezegd dat ik ze niet wil maar hij blijft maar door zanike. Ik durf haast geen nee meer te zegge.'

'Nou meid,' zeg ik, 'laat dat maar aan mij over.'
Afijn, dat pak komt terug met ze nespresso en ja hoor, ik nip net an me koffie of hij begon al voor te rekene wat die varifocale troep koste. Ja, die dure koffie mot natuurlijk uit de lengte of uit de breedte hé. Ik denk, jij bent mijn.
'Zeg Michiel, heb jij soms op dramme gezete?' Hij kijkt me an met dat uitgestreke smoelwerk van 'm.
'Of ik op drummen heb gezeten?'
'Nee, op dramme, je blijft maar door dramme. Welke lettergreep van nee begrijp je niet?
We komme hier om ons een bril aan te late mete, niet om ons een oor aan te late naaie.  Verdiene jullie nog niet genoeg?'

Nou meid, hij kreeg me een rooie kop. Hij begon een beetje te stamele en te stottere,  'zal ik dan nu uw ogen maar even opmeten?'
'Nou beste Michiel, laat maar zitte' zeg ik  'ik zie ineens weer haarscherp.'
Binne een poep en een scheet stonde we weer buite.
Afijn, Jannie heb d'r  bril, mét gewone glaze.'

Van de week ga ik naar de brilleboer bij mij om de hoek, Een kleine zelfstandige, die gun ik het meer.
'Één ding snap ik niet Bep, je hebt toch al een nieuwe bril?'
'Nee hoor Mop, dit is een nep montuur van de feestwinkel, ik wilde gewoon wete of zo een modern gevalletje me wel stond.
Ze begint te gieren van het lachen en steekt haar vingers door het montuur waar normaal gesproken de glazen horen te zitten.
'Hoeveel vingers steek ik op?'


© Ingrid Punt december 2013








vrijdag 29 november 2013

Borsten


Borsten


'Hé, goedemorgen mop, alles goed?'
Bep is druk bezig met het lappen van de spiegels boven de toilettafels.
'Geduld hoor schat, ik mot eerst nog effe een lappie over de wc bril halen. Ga maar effe op mijn stoel zitte' zegt ze met een knipoog, maar haar blik duld geen tegenspraak.
Nou vooruit, ik laat me op haar stoel vallen en observeer Bep die zichzelf nu uitvoerig en kritisch in de spiegel staat op te nemen.

'Attenojeleheine, je wordt er met de jare toch ook niet mooier op hé?'
Met een verbeten gezicht trekt ze een grijze haar uit haar voorhoofd en onderwerpt deze aan een grondige inspectie.
'Broos, je haren worden niet alleen grijs, ze worden ook broos. Op mijn hoofd wordt het steeds minder en onder me kin zijn ze niet weg te trimme. Een rimpel hier, een vlekkie daar. En dan die slappe nek, kijk nou, ik lijk wel een kalkoen.'

'Dat valt toch nog best mee Bep?' zeg ik sussend.
'Zeg schat, wie heb jou zo lere liege?'
Ik haal mijn schouders op en doe er verder het zwijgen toe. Want als ik iets van Bep geleerd heb dan is het wel dat ze altijd gelijk heeft -zelfs als dit niet zo is. Mijn blaas is me heilig, dus discussie gesloten.

Bep lacht alweer vriendelijk als er een lange, rondborstige dame op hoog gehakte pumps de toiletruimte binnen loopt.
'Nog effe wachte dame, dan maak ik eerst de bril nog effe schoon.'
Bep kijkt me vragend aan, en ik knik. Bep moet duidelijk haar ei nog even bij me kwijt, dus ik lieg dat ik alle tijd heb.
'Gaat u gang dame, de kust is veilig' grinnikt ze.

'Krijg nou tiete, zag je die voorgevel?' fluistert ze terwijl ze de deur achter de dame sluit.
'Hoezo Bep?'
'Dat is een kerel, echt, en die bos hout was net zo nep als die gouwe lijssies om de spiegels.
Ik kijk haar ongelovig aan.
'Mot jij straks maar 's oplette.'

Met ingehouden adem wachten we tot even later het toilet wordt doorgetrokke en de rondborstige dame bespied door onze verholen speurende blikken naar de wasbak loopt. Ze draait de kraan open en steekt haar -enorme- handen onder de zeeppomp. Bep wenkt met haar ogen naar haar voeten en inderdaad ... reusachtig. De dame werkt haar knalrode lipstick nog even bij, legt een muntje op het schoteltje en wenst ons - met een hese zware stem- nog een goedemiddag.

'Nou wat zei ik je,' zegt Bep met een zelfvoldane blik.
'Nep, nep en nog 's nep, maar wel knap dat ze dat tegenwoordig allemaal kunne hé? Je moest echt heel goed kijke. Maar ik heb nou eenmaal oog voor borste. Dat komt natuurlijk omdat ik vroeger in de lingerie heb gezete.'

'Wat denk je ... zoude ze hier ook nog wat van kenne make? '
Voor ik er erg in heb duwt ze haar enorme gemoed onder mijn neus.
'Nou Bep, ze zijn toch al groot genoeg?' vraag ik onnozel.
Nee, an het formaat mankeert niks, maar ze kenne wel een beetje omhoog getrokke worde, vindt je niet?
Ik bedoel, als ze van een vent een lekkere meid  kenne make dan mot er voor mij toch ook nog hoop zijn.'
'Je bent goed zoals je bent Bep, sus ik nogmaals hardleers.'
Ze duwt me richting toiletdeur, 'schiet nou maar op Pinokkio, het toilet is al lang vrij.

Wanneer ik het toilet verlaat staat Bep met haar boezem tegen de spiegel gedrukt.
'Ja hoor, veel beter en dan mijn kippennek een beetje strakker, ik denk dat ik straks effe de Agis bel, kijke of ze dat vergoede.'


© Ingrid Punt november 2013







zondag 24 november 2013

Onverschilligheid



Onverschilligheid


“Weet je waar ik nou echt een grondige hekel aan heb?”
“Geen idee Bep ... wanbetalers, vervelende zeikerds, mannen?” probeer ik lachend.
“Nee mop, onverschilligheid, ’t lijkt wel of ’t steeds erger wordt. Niemand die ze eige nog ergens druk om maakt. Het is ieder voor zich en god voor ons alle.” 

“Ze hadde deze maand per ongeluk twee keer de huur van me rekening afgetrokke – kan gebeure- dus ik bel de woningbouw. Kom je eerst in een keuzemenu. Toets 1 voor dit, 2 voor dat en ga zo maar door. En dat duurde en dat duurde. Tege de tijd dat het afgelope was wist ik al niet meer waar ik nou eigenlijk voor belde. Dus ik opnieuw gebeld –dit keer goed opgelet- krijg ik de telefoniste. Ik leg ’t uit aan die dame, tenminste, dat probeer ik maar ze laat me amper uitprate. “Ik verbind u door” zegt ze, zit ik een half uur lang naar een harp te luisteren – ik hou helemaal niet van harp- maar daar schijn je rustig van te worde, nou ik niet. Ik werd d’r bloednerveus van. Krijg ik eindelijk iemand aan de lijn... word ik verbroke. Dus wéér belle, begint dat hele gedoe weer opnieuw. Wat me dat een tijd heb gekost, om over de telefoonkoste nog maar te zwijge. Ja, zegt die telefoniste, ik kan d’r ook niks aan doen.
Nee dat is nou juist het probleem, niemand kan d’r wat aan doen. Maar ondertusse gebeurt ’t wel en kan je nergens je ei kwijt.”

“Afijn ik had zo de pest in, ik denk ik ga voor me vertier nog maar effe lekker naar de markt want daar kikker ik altijd van op. Effe een frisse neus halen. Aan een frisse neus is nog nooit iemand dood gegaan tenslotte. Maar ’t was wel errug fris, zeg maar gerust stervens koud. Ik denk, weet je wat... ik pak de bus want die stond er. Ik probeer zo goed en zo kwaad als ik ken te renne met me rot knie. Ik tik nog tege het raampie. Nou, hij ree gewoon weg. Vroeger was er altijd nog wel iemand die tege de chauffeur zei, dat er nog iemand mee wilde. Nee, nu zitten ze je met ze alle onverschillig an te kijke met van die grote visseoge en de bekke half ope. Ze zien je niet eens staan, laat staan dat ze wat zegge. Te druk met hun koptelefoontjes. Dus kon ik mooi nog een kwartier in de kou wachte op de volgende bus.”

“Eindelijk komt ie d’r an. Ik stap in -helemaal verkleumd, en ik zie die chagrijnige kop van die chauffeur al hé. Dus ik zeg “goeiemiddag chauffeur, heb U misschien een collega die Remi heet?”
Kijkt die bullebak me toch venijnig an.
“Nee, hoezo?” zegt ie nors.
“Nou dan heb je collega tóch een nieuwe bril nodig, want hij rijd zo voor me neus weg en doet net of ie me niet ziet.”
Daar kon hij toch niks an doen?
Nee daar gaan we weer, niemand kan er wat aan doen. Dus ken je nergens je gif spuie.
“Misschien kan u het aan Remi doorgeve?” vraag ik nog vriendelijk.

“Maar ik laat me vertiertje niet verknalle dus ik ga lekker zitte. Zie ik opeens een paar van die opgeschote knape en die zitte een oud mensie te treitere. Echt vervelend doen en jenne en kliere. Niemand die iets zegt he, ’t kan niemand wat schele. Die vissekoppe hebbe ’t te druk met hun mobieltje en een grote kerel kijkt verveeld uit ’t raampie en doet net of ie niks hoort of ziet. Ik bedoel maar... die onverschilligheid. Schelde ze dat mens uit voor heks, dus ik zat me te verbijte. En ja hoor bij de eerstvolgende halte moste die knape d’r uit. Ik was nog niet bij de markt maar ik denk... jullie zijn mijn. Dus ik d’r achteran. Ik grijp de knaap met de grootste muil in ze kippenek en ik vraag suikerzoet; “zeg lieverd, heb jij geen oma?” Ja eerst paaie en dan er op los hé. Nou hij had een hele lieve oma zei die. Ik zeg, hoe zou jij het vinde als ze werd gepest door een stelletje raddraaiers?”
”Nou niet leuk natuurlijk.” Zegt ie timide. Het muntje viel en met een beschaamde kop drope ze af. Kijk, iemand moet er toch een keertje wat van zegge anders lere ze het nooit.”

“Ach Bep, ik weet ook niet wat het is, of de mensen durven er niets meer van te zeggen of het laat ze gewoon koud.”
“Ja, maar het mooiste mot noch komme” zegt Bep glunderend.

“Ik voelde me dus heel wat hé na die laatste preek. Ik denk bij me eige, zo Bep dat heb je keurig opgelost zonder je hande vuil te make. De dominee zou d´r jaloers op weze. Kom ik bij de markt staat daar zo’n jochie van pak weg, een jaar of dertien. Die staat daar fikkie te stoke. Lekker, brandend papier in de glasbak proppe. D’r lope zat mense langs en niemand die d’r wat van zegt. Aangezien ik me dag toch al had zeg ik tege dat knapie, “Zo mop, geef jij die aansteker maar ’s aan tante Bep.” Hij geeft me braaf die aansteker en ik vraag... doe je dat thuis ook?.......... “ 

Bep begint plotseling te gieren en slaat hard met haar hand op tafel waardoor de muntjes van het schoteltje stuiteren en over tafel dansen. Haar gierende uithalen gaan over in een soort gehinnik. De tranen rollen over haar wangen. Ze trekt een stuk wc papier van de rol die voor haar op tafel ligt en veegt de mascara van haar wangen.
” Ik vraag dus, doe je dat thuis ook? Wat denk je dat ‘t knapie zegt.”
“Geen idee Bep” zeg ik geschrokken.

“Nee ...... want we hebben thuis geen glasbak!!!”

© Ingrid Punt

donderdag 14 november 2013

Burenruzie



Burenruzie



“Kom maar hoor man, deze twee here vinde het vast niet erg als jij effies voorgaat.”
Bep dirigeert het jochie naar het toilet. De twee heren zijn het duidelijk niet eens met Bep’s conclusie maar slikken hun protest snel  in en één van hen forceert zelfs een flauwe glimlach. Bep geeft me een knipoog.
“Manne, allemaal hetzelfde hé, ’t blijve kleine kindere. Als ze niet snel genoeg hun zin krijge gaan ze mokke of kliere.” 

“Had ik je al verteld van me buurman?”
Nu vertelt Bep wel vaker over haar buren, maar omdat ik niet zo snel weet wie of wat ze bedoelt schud ik van nee.

“ Nelis, me buurman van bove - één van de vele - had me al verschillende kere mee uit ete gevraagd. Nou ben ik normaal gesproke wel te vinde voor een gezellig etentje, maar op de één of andere manier heb ik niks met Nelis. Ik weet niet wat het is maar ik vind hem een beetje eng. Ze oge staan te dicht bij mekaar. “
Ik kijk haar niet begrijpend aan, “is dat zo erg dan Bep?”
”Ja meid, mot jij maar ’s oplette, mense die wat op hun kerfstok hebbe, die oge staan allemaal te dicht op mekaar. Een teke dat er iets te kort schiet in die bovekamer hé.En dat is écht geen fabeltje hoor.” 
Ik werp een steelse blik in de spiegel die me snel gerust stelt en ik zucht opgelucht. 

"En dat niet alleen, hij draagt ook van die opvallende stropdasse –nou vraag ik je, wie draagt d’r anno 2013 nog stropdasse? en om daar dan meteen over te valle tijdens zo’n etentje dat is dan ook weer zo lullig. Maar ik weet hoe ik besta... ik zit me dan de hele avond te ergere aan die oge en aan die stropdas. En zachte heelmeesters make stinkende wonde dus ik zeg tegen hem, mot je goed luisteren Nelis -want zo heet ie- mot je goed luistere, alles goed en wel, eve goeie vriende maar ik ga niet met je uit ete want je bent me type niet. Hij kreeg me toch een rooie kop en ’t leek wel of die oge nog meer naar mekaar toe krope. Maar ja, dat is toch eerlijk, niet dan?”
Ik ben het helemaal met Bep eens, eerlijkheid boven alles, dus ik knik gedwee.
”Maar een afgeweze man is nog erger dan een afgeweze vrouw hoor geloof me,” zegt Bep terwijl ze met een schuine blik naar de twee wachtende mannen kijkt.

” Effe je handjes wasse mannetje en dan mag die eerste meneer vast doorlope.”
Het jochie steekt zijn handen onder de zeeppomp en de voorste meneer loopt braaf naar de toiletdeur die Bep hem aanwijst.Ja, Bep heeft de wind er flink onder.

“Wat wil nou het geval, ik hou van een schone stoep. Me eige straatje hou ik altijd keurig schoon. Maar omdat me bezem gebroke was leende ik die steeds bij Nelis, ja en dat is vrage om rottigheid he. Als je je straatje schoon wil houwe mot je toch echt je eige bezem gebruike. En na dat “gevalletje” viel ’t me op dat er iedere keer meer rommel voor me deur lag. Peuke, theezakkies, je kan ’t zo gek niet bedenke.. Dus ik ben ’s op gaan lette en ja hoor, Bingo. Dat addergebroed gooide steeds stiekem ze rotzooi bij mij voor de deur, pure treiterij van die judas. Ik denk, serpent dat je d’r bent, ik zal je krijge."

"Dus ik heb alles steeds keurig opgeveegd en verzameld tot ik een vulliszak vol had. Ik heb bij gluipstra aangebeld, hij doet ope en ik kieper zo die vulliszak leeg in die farizeeër ze schone halletje. Je had dat smoelwerk motte zien, niet te filme. “ Ik zeg;“kijk Nelis, met mij geen poepelegeintjes uithale hé. Slape doen we ’s nachts en dan nog met één oog ope.”

“Afijn, hij bood ze excuus aan en zei dat ’t ook wel erg kinderachtig van hem was geweest en dat ie zich diep schaamde. Ja dat ik hem betrapt had ja. Als ik niks had gemerkt was ie gewoon doorgegaan met die ongein Hij was gewoon in ze kruis getast he? Maar dat geve ze natuurlijk nooit toe. Tsja,  manne... nét kleine kindere."

"Maar we zijn volwasse mense, en dan heb ik het  puur en alleen effe over mezelf. Het leve is te kort voor onbenullighede. Dus ik strijk me hand over me hart en ik zeg, oké Nelis, zand erover. Ruzie is ruzie maar over is over en nou doen we weer normaal. We geve mekaar een hand en ik heb me in een zwak moment én om me goeie wil te tone door gladjakker late verleide om ze plantjes water te geve als ie een paar dage naar de Veluwe gaat –want daar woont ze zuster- Als beloning zou hij me mee uit ete neme als ie terug was, zei die.”

Ze kijkt even peinzend voor zich uit en haar ogen worden groot voordat ze plotseling roept... “Attenoje... heb ie me toch nog mooi te pakke, de linkmichel.”



© Copyright Ingrid Punt januari 2012

donderdag 24 oktober 2013

Ongemakkelijk



Ongemakkelijk


'Meid, ik was er helemaal klaar mee.'
'Waarmee Bep?'
Bep kijkt me vanonder haar afhangende oogleden geërgerd aan.
'Die hele zwarte piete heisa natuurlijk, daar wordt je toch gallisch van?

Ik knik, want ik ben het met Bep eens. Elk jaar is er commotie over, maar dit jaar loopt het de spuigaten uit en de discussie neemt behoorlijk grimmige vormen aan.
Bep grijpt mijn stille overpeinzing aan om eens flink haar gal te spuien.

'Waar gaat het nou nog over, een kinderfeessie, want meer is het niet. Oké, als je gaat lope zoeke vind je altijd wel wat dat riekt naar discriminatie. Met andere woorde, als je een hond wil slaan vind je altijd wel een stok. Wrevelig wordt je d'r van, waar of niet?'

'Van de week komt er een donkere dame binne, d'r dochtertje moest nodig plasse. Een leuk kind met van die grote donkere oge en een mooie roze jurk an. Zit me daar toch een grote zwarte vlek aan de achterkant van d'r jurkie. Dus ik wil die moeder d'r op attent make, krijg ik toch het woordje 'zwart' niet uit me strot. Het zweet brak me uit. Dus ik zit me daar toch een partij te hakkele en te stamele. Nou meid zo'n boei.'
Bij de gedachte alleen al kleurt Bep nog van oor tot oor dieprood.

'Dat mens begreep totaal niet waarom ik zo moeilijk zat te doen. D'r kwam geen zinnig woord meer bij me uit. Dus dat kind loopt nu waarschijnlijk nog met die zwarte vlek op die mooie roze jurk. Kijk, van die dinge waar je eerst nooit bij stil stond, daar voel ik me nou ineens zó ongemakkelijk bij.

Weet je wat ik eigenlijk nog het ergste van alles vind?'
Bep wenkt me naderbij, haar ogen staan waterig als ze me met trillende stem toevertrouwd,
'Ik heb al jare een Surinaamse buurman, echt een lieverd. Stanley - want zo heet ie, maakt altijd roti voor me, heerlijk En als ik hutspot maak, krijgt hij van mij weer een pannetje hutspot, vind ie lekker. Ja, hij gooit er dan wel een halve pot sambal bij maar ik bedoel maar, nooit een centje pijn.

Maar nu voel ik me dus ongemakkelijk als ik hem op straat zie lope. Gewoon bang dat hij denkt dat ik -omdat ik ook sinterklaasfeest met me kleinkindere vier- een racist ben. Zover hebbe ze het al voor mekaar met dat gedoe. Nou passeerde ik Stanley van de week op de trap. We konde beide geen kant op en ik kreeg het gevoel dat hij ze eige ook ongemakkelijk voelde want hij keek me zo schuchter an. Ik denk, dat laat ik me na al die fijne jare same toch niet gebeure hé, dus om het ijs te breke trek ik hem an ze mouw. Hij kijkt me verschrikt an natuurlijk, dus ik zeg, dat had je me wel eens eerder moge vertelle Stan.
'Wat Bep?' vraagt ie met oge zo groot als schoteltjes.
'Nou dat jij altijd die cadeautjes door me schoorsteen flikkert. Nou meid, hij kwam niet meer bij. En ik had me rooie regejas an hé, staat ie me van top tot teen op te neme, vraagt ie waarom ik me mijter niet op heb. Nou, ik piste zowat in me broek. Lagen we met ze tweeë  blauw op de trap. Ja, humor verbroedert hé zulle we maar zegge.'

'Dus als ik het goed begrijp is het probleem met Stanley nu opgelost Bep?'
'Wat ons betreft wel, gistere weer lekker same roti gegete, wat de rest van Nederland doet, dat zal me eigelijk worst weze...
Surinaamse bloedworst ... heb je die wel eens gegete? ... Lekker pittig!.'

© Ingrid Punt oktober 2013








zaterdag 21 september 2013

Verjaardag


Verjaardag

"Heb ik je al verteld over Rinus?" In de veronderstelling dat Bep me weer een amoureus verhaal uit een ver verleden gaat vertellen, kijk ik haar argwanend aan.
"Nee Bep, maar  vertel" weet ik enthousiast uit te brengen.

'Nou Rinus is een neef van me en een beetje kierewiet. Maar met ze verjaardag ben ik toch maar effie’s  bij hem langs gegaan, gewoon omdat er verder haast geen mens naar hem omkijkt. Afijn, ik een sigaartje voor ‘m gekocht –want dat vind ie lekker- maar voor ze deur stond ie me al op te wachte in ze nette pak, plastic tassie in ze hande.
Ik zeg nog, "wat nou Rinus mag ik niet binne komme voor een bakkie?"
"Jawel, zegt ie, maar we gaan lekker naar ’t tuincentrum."

Nou was het gelukkig lekker weer -en ik kon zelf ook nog wel wat plantjes op me balkon kwijt- dus dat leek me wel een goed idee. Maar ’t was best nog een pittig eindje lopen vanaf zijn huis en ik had me mooie rooie pumps aan... m’n zit schoenen... weet je nog? Maar goed ’t was ze verjaardag dus ik wilde niet lullig doen, maar bij het tuincentrum stonde de blare op me hiele.

"Wat voor plantjes wil je hebbe Rinus?" Vraag ik nog met me goeie gedrag."
"Plantjes? Ik mot helemaal geen plantjes!" zegt ie.
"Waarom loop ik dan dat hele pokke end hier naar toe?" vroeg ik nijdig.
"We gaan lekker koffie drinke Bep... die is hier gratis. Wat wil je meid, koffie, warme chocola, cappuccino of latte machiaa... Uhhh... Nou ja dat slappe Italiaanse spul. Zeg maar wat je lekker vindt d’r is genoeg keus en het kost me niks."

Nou had ik pijn in me voete, dus ik plof daar aan die tafel bij de koffieautomaat, ik was blij dat ik me pumps effe uit kon doen. Hij haalt koffie... niet te zuipe... maar goed, ik wilde niet lullig doen.
"Wil je d’r een lekkere gevulde koek bij?" vraagt ie, en hij haalt een pak gevulde koeke van de Euroshopper uit ze tassie.
"Hier meid, lekker neem d’r maar meteen twee, ik ben tenslotte jarig."
Nou weet ik dat ik van gevulde koeke ’t zuur krijg en zeker die van de Euroshopper... maar ik wilde niet lullig doen... het was tenslotte ze verjaardag. Maar ’s avonds heb ik het gewete. D’r is geloof ik wel een hele doos Rennie’s doorheen gegaan. Maar goed... ik geef ‘m dat sigaartje... als een kind zo blij. 

Hé... ome Rinus was ’t om de haverklap als d’r iemand langsliep.
"Gezellig hé," zegt ie... "ik kom hier vaak hoor, ’t is net of ik een hele hoop aanloop heb en of ze allemaal bloemen voor me hebben meegenome." Toen nam ie nog een slobber van ze koffie en ging ie genietend in de rondte zitte kijken. Nou in die tussentijd konde mijn hiele een beetje op adem komme. Na een bakkie of vier en twee gevulde koeken verder vond Rinus het welletjes.
"Kom meissie we gaan maar weer ’s op huis aan."

Ik heb mezelf in me pumps gepropt en heb ‘m netjes thuis afgeleverd... zonder plantjes...
’s Avonds belde die me nog op.
"Gezellig daggie gehad hé Bep? Volgend jaar doen we het weer."
"Weer naar het tuincentrum Rinus?" Vraag ik nog in m’n onbenul.
"Nee," zegt ie "dan gaan we naar de Nieuwe Ooster."
"Doe me een lol Rinus met je begraafplaats... je bent toch niet van plan om de pijp uit te gaan? Je kan nog wel een paar jaar mee hoor." 

"Nee natuurlijk niet... maar dan krijge we lekker een plak cake...  ik krijg ’t zuur van die gevulde koeke."


Copyright© Ingrid Punt september 2011



dinsdag 3 september 2013

Blind-date



Blind date

'Meid je gelooft je oren niet… maar ik heb vanavond een blinddate…  en dat op mijn  leeftijd!'
Ze giechelt en plukt een beetje zenuwachtig aan haar kapsel   –wat gezien haar leeftijd aandoenlijk aandoet -  het donkerbruine haar heeft plaatsgemaakt voor een onbestendige kleur.  Het is niet écht roze maar neigt naar zalmkleurig.
'Me vriendin heb een nieuwe buurman, een weduwnaar. Ze dacht me een plezier te doen. Voor mij persoonlijk hoeft het allemaal niet zo nodig maar ze was zó enthousiast en om het dan af te zeggen, dat vind ik dan ook weer zo kinderachtig. Volgens zegge is het een keurige heer, maar volgens zegge is er een hoop geloge natuurlijk. Voor hetzelfde geld knijpt ie de katjes in het donker. En het is letterlijk een blinddate want hij schijnt zo kippig als de pest te zijn. Nou, als ie ze hond maar thuis laat, want ik heb niks met katte…  en al helemaal niks met honde.'
Ze begint te gieren zoals ik het inmiddels van haar gewend bent.
'Ik hoop alleen dat die vent er niet te veel van verwacht. Gewoon, alleen voor de gezelligheid hé. An mijn lijf geen polonaise, hande van de koets zulle we maar zegge.'

'Ach, als ie maar schoon op zichzelf is, ik heb een pesthekel aan vieze nagels.'
Automatisch kijk ik even naar mijn eigen nagels om te concluderen dat die er volgens haar strenge normen best mee door kunnen.
'Ik zou eerst nog naar de kapper gaan, want je wil tenslotte wel een beetje appetijtelijk voor de dag komme hé…  normaal doe ik het zelf. Altijd dezelfde kleur, lekker makkelijk, maar een mens wil wel ’s wat anders. Maar weet je wel wat de kapper kost tegenwoordig?'
'Géén idee Bep, Ik heb last van Keirofobie dus ik ga zelden of nooit naar de kapper' vertrouw ik haar zachtjes toe.
'Van wat?' Ze knijpt haar ogen tot spleetjes, maar zit duidelijk niet te wachten op uitleg over een voor haar onbekende enge ziekte, dus ze gaat verder met haar verhaal.
'Nou ja… voor mij te duur, dus ik naar de drogist voor een kleurspoeling. Maar alle Jezus wat een keus heb je tegenwoordig. Daar heb je een dagtaak an, als je een besluiteloos type bent  -en dat ben ik-  dan mag je wel een  slaapzak meeneme. Maar afijn,  na zeker een half uur zoeke zag ik door de bome het bos niet meer en heb ik maar gewoon een pak in me mandje gegooid. Goudblond stond erop dus ik denk…  goud…  dan zit je altijd goed.  Maar op het pak zag het er toch heel anders uit.'
Ze kijkt me even onzeker aan, om vervolgens haar schouders op te halen.
'Ach, hij is toch kippig dus wat kan het schele.' 

'Verder schijnt ie d’r  -volgens me vriendin dan hé- redelijk uit te zien. Me vriendin kennende bedoelt ze gewoon oerlelijk. Van een knap bord ken je niet ete zei me moeder dan altijd… dat hang je an de muur. En gelijk had ze. Me man zaliger was ook niet echt een schoonheid… maar lieeeef.'
Ze rolt even met haar ogen om haar woorden kracht bij te zetten.
'Kind hij droeg me op hande. Ik hoefde maar te kikke, en we hadden het zó gezellig same.'
Haar ogen krijgen even een dromerige blik.

'Goedemiddag, kan ik door lopen?'
We worden beiden opgeschrikt door het geluid van een zware mannenstem.
'Ja hoor meneer, de here is vrij' zegt ze met een hemelse blik.
Ze kijkt de man -groot,slank en met wat ze noemen een mooie karakteristieke kop- heel even bedenkelijk na alvorens hij de deur achter zich dicht trekt.
'Kijk, die zou je nou in een lijssie aan de muur wille. Die heb je dus niet alleen hé, als vrouw zijnde. Daar heb je geen moer an.' 

'Voordat ik me man leerde kenne ben ik ook nog ’s een blauwe maandag verloofd geweest met éne Piet. Ook zo’n knappe vent, lang, slank, donkere bos met haar, maar altijd achter de meide an, en die meide achter hem. Kind, ik werd er gek van. Dus ik heb ’t uitgemaakt. Woest was ie, hoe durfde ik. Nou een paar jaar gelede  zag ik ‘m terug. Was niet veel van ze schoonheid over gebleve. Een pokdalige kale knar en een gigantische bierbuik, de honde luste d’r geen brood van. Dus ik ben best benieuwd…  je mot het maar zo zien…  een gezellig avondje zo op z’n tijd, dat sla je niet af.'
Ze heeft haar dromerige blik inmiddels weer  terug.  'Misschien houd ie ook wel van sjoelen.'  

Copyright © Ingrid Punt mei 2011



~

donderdag 29 augustus 2013

Boosama



Boosama


'Sorry meid, maar ik moest de prijs verhoge,' ze wijst naar het bordje waar -Toilet 30 eurocent- op staat. 'Ja de verbouwing moet uit de lengte of de breedte hé. Wat vind je trouwens  van me nieuwe outfitje, ik had je toch verteld dat ik nieuwe kleding zou krijge?'
Ik kijk naar haar zwarte rok en knaloranje polo, 'Mooi,' zeg ik aarzelend.
'Echt?' Ze kijkt me wantrouwend aan.
'Ja, het geeft je iets uhhh, jeugdigs,' zeg ik, na nét iets te lang te hebben nagedacht. Ze begint te gieren. Het geluid heeft wel wat weg van een afgeschoten vuurpijl waarna het gieren overgaat in een zacht gegrinnik met gierende uithalen .
'Ach, ik val in elk geval wel op,' zegt ze als ze haar ogen droog gewreven heeft.  'Ik heb ze van de zaak in vier kleure gekrege,  turkoois, die is goed te doen, knalroze, net een wandelende zuurstok van zevenentachtig kilo, en een gele, hoe verzin je ‘t. Ik ben net een flink uit de kluiten gewasse kanarie.'
En weer word er een vuurpijl - nu vlak naast m’n oor- afgeschoten. Haar nieuwe outfitje heeft haar duidelijk goed gedaan.

Terwijl ze nog staat na te grinniken gaat de deur van één van de  toiletten open en er stapt een corpulente dame naar buiten. Nadat ze haar handen heeft gewassen en opgelucht door wil lopen wordt ze teruggeroepen. 'Hallo dame …U had nog niet betaald hoor.' De dame kijkt geïrriteerd, legt na wat gerommel in haar tas wat muntjes op het schoteltje, en loopt mokkend weg.
'En ik dacht nog wel dat ik opviel in die kleur,  zeker een hekel an oranje,'en weer begint ze te grinniken.
'Zo, als je effe wacht dan ga ik de boel een beetje voor je opfrisse. Alle Jezus wat een lucht,' hoor ik haar roepen nadat ze het toilet heeft geïnspecteerd. 'Dat was een zware bevalling,' ze pakt haar spuitbus van tafel en begint driftig in het rond te sprayen.

'Ze hebbe 'm hé?' Ze kijkt me afwachtend aan... 'ze hebbe 'm recht voor z’n giecheltje geschote!'
'Wie?' Vraag ik verschrikt.
'Nou Boosama… ze hebbe 'm te pakke. Tenminste als je alles moet gelove wat je op tv te zien en te hore krijgt.'
'Oh, Osama,' ik knik bevestigend.
'Osama, Obama, Boosama, één pot nat. Geloof mij nou maar het is gewoon een reclamestunt van die Amerikaanse President. Zo houwe ze mekaar in het zadel. Die zitte hun eige rot te lachen same. En die foto’s ware gewoon nep, het was net of ik één van die beelde van Madam Tussauds zag. Nee, daar trap ik niet in. Ach, die Amerikane ook weer blij. Want dat kenne ze goed hé. Andere mense vertelle wat ze doen en late motte en ondertusse lope ze zelf allemaal met een pistool op zak. Hetzelfde met die leipe Khadaffi, eerst wapens aan dat stuk tuig levere, maar als zo’n vent dan te veel praatjes krijgt valle ze binne en worde ze met hun eige wapens om de ore geschote.

'En die Koraneze zijn heus niet allemaal zo slecht als ze zegge hoor.'
'Koraneze?' Ik kijk haar niet begrijpend aan.
'Ja, Koraneze, of Islamiete, hoe je ze noeme wil, maar dat is ook al een vies woord tegenwoordig. In de Koran staan best goeie dinge hoor net als in de bijbel, het is maar net wat de mense d’r zelf van wille make. Ik heb er ook een paar op de trap, nou hele lieve mense.  En hun kindere, allemaal eve beleefd, ik kan niet anders zegge. Ze nodige me ook altijd uit op de thee, en daar hebbe ze dan van die lekkere koekkies bij  met note en honing. Kom, hoe noeme ze die nou, iets met lava of zo. Je mot gewoon niet een heel volk over één kam gaan schere hé? Maar de mense kunne alleen maar zwart wit denke tegenwoordig. Nou ikke niet hoor, ik ben net een toverbal.'

Ze trekt de toiletdeur nogmaals wijd open en snuift even diep…. 'Nou meid, je kan d’r bij hoor... de lucht is geklaard!'


©Copyright  Ingrid Punt mei 2011


woensdag 28 augustus 2013

Kleffe handjes


Kleffe handjes

‘Hé schat, weer lekker vrij? jij hebt toch maar een luizenleventje. Ach, je weet wie het zegt hé ?’
Ja ik weet wie het zegt en ik kijk naar haar donkerbruin geverfde haar dat normaal gesproken perfect in de plooi valt maar er nu enigszins verward uitziet net als zijzelf trouwens. Alles blijkt bezet dus om de tijd enigszins te doden en vanwege haar zichtbare ongenoegen vraag ik hoe het met haar gaat.
‘Tja kind, we moddere maar door maar ze zijn van plan om de wc ’s naar bove te gooie. Nou en dan kan ik het schudde. Denk je dat de mense de moeite  neme om naar bove te gaan voor een plas? De oudjes kenne dat niet en de jonkies zijn d’r te beroerd voor,  die zijn al te lui dat ze de dag aankijke.  Kijk… als ze d’r nou nog een lift tegenaan gooien, maar alleen een roltrap naar bove zet geen zode an de dijk, je mot toch ook weer ’s naar benede en dan wordt een  trap een belemmering. Nee, ’t mag allemaal niet te veel koste.

Ik mag blij zijn als ik het zelf ga redden met dat poot,’ en ze trekt haar jasschort omhoog waardoor een smal litteken zichtbaar wordt van zeker twintig centimeter. De lange witte streep loopt vanaf haar scheenbeen tot halverwege haar immense dij en glinstert in het tl licht. Ze kijkt er zelf met bewondering naar alsof het formaat van het litteken én haar dij haar nu pas echt opvalt.
‘Kunstknie…  nu zo’n twee jaar gelede. Ja, meid ouderdom komt met gebreken, en mijn gebrek is twee rotte knieë.’

'Hé lekker ding, jij mag doorlope hoor. Kijk mop de tweede is vrij.’ Ze loods een grote dikke man, - grote bruine aktetas, slobberig donkerblauw pak, rond de buik te strak, de pijpen en mouwen te kort en de schouders te wijd- het smalle gangpad door naar het vrije toilet. ‘Ik kan me d’r verder goed mee redden hoor alleen traplopen gaat een beetje moeizaam. Nou mot me andere knie d’r binnenkort ook aan gelove maar als ik dan steeds naar beneden mot lope….   Houw maar op schei maar uit.

‘En ik mot een kostuum van  hier an… Nou ja kostuum, niks bijzonders eigenlijk. Gewoon een rok en een blouse met hun logo d’r op. In zo’n lekkere knalkleur weet je wel. Je loopt gewoon voor gek,  maar ja… het is verplicht hé. Stel je ’s voor dat de mense vergete in welke winkel ze op de plee zitte. ’t Is alleen zo zonde van al me eige mooie klere. Dat hangt dan maar in de kast. Die ene keer in de week dat ik ze an kan is als ik naar de club ga. Had ik je dat al verteld?  Elke vrijdag  ga ik met een vriendin naar  het buurthuis. Eerst drinken we gezellig met ze alle een kop koffie  en daarna gaan we lekker sjoele. Nou van die ene keer in de week zulle me goeie klere niet slijte. Hé jasses… loop ik straks met zo’n joekel van een letter op me rug, ’t lijkt wel sinterklaas. Maar je hebt niks in te brenge hé, ze duwe ‘t gewoon door je strot dus je hebt ‘t maar te slikke. '
'Dag lieverd, fijne dag nog en de groetjes thuis hé.’ De man met z’n bruine aktetas en blauwe slobberpak wurmt  zich weer door het smalle pad naar buiten.

‘Wat een type hé? Hij lijkt een beetje op een verzekeringsagent die vroeger bij ons over de vloer kwam. Toen kwamen ze nog an de deur hé om de cente uit je zak te kloppe. Ook zo’n grote dikke kerel met  lange dunne armen en bene en van die kleine kleffe handjes. Gadverdamme, ik word nog misselijk als ik aan die kleffe jatten denk. Maar als ie weer weg ging moest je zo’n hand wel schudde natuurlijk. Zodra die de deur uit was ginge mijn handen onder de kraan.  Goh…. Hoe heette die nou ook alweer….meneer Gienke, Schienke… hé dat ik er nou niet op kan komme hé? Dat zeg ik ouderdom… Dat komt ook omdat me man en ik hem altijd Jan met de kleffe handjes noemde. Oh meid, d’r is ter ééntje vrij.’

Ik loop richting damestoiletten en hoor haar ineens opgelucht roepen…
‘Meneer Schellekens…  dát was ‘t.’




Copyright © Ingrid Punt april 2011


zondag 25 augustus 2013

Retirade

'Ik heb wel trug van een euro’tje hoor schat,' zegt ze terwijl ze met een hand waar jarenlang noeste arbeid in gegraveerd staat in de zak van haar jasschort graait. 'Nog effies wachte, ze benne allemaal bezet.'
Een oude man trekt zichtbaar opgelucht de toiletdeur achter zich dicht, als hij tevreden naar buiten wil lopen wordt hij door haar teruggeroepen. 'Eerst effies de hande wasse hé mop, anders mag je geen snoepie pakke.' Het mannetje loopt met een rood hoofd terug naar de wasbak en doet netjes wat hem wordt opgedragen, ze heeft de wind er blijkbaar flink onder. 'Ja, je mot ze opvoeden hé, anders komt er niks van die kerels terecht,' gaat ze verder als de oude baas zich daarna snel uit de voeten maakt. 'Hé… je vergeet je snoepie' roept ze hem nog na en geeft me een vette knipoog. Waarna ze gewapend met spuitbus en poetsdoek  grondig het vrijgekomen toilet  inspecteert.

Het wachten duurt iets langer dan gepland. 'Sorry wijffie, je treft het niet, waarschijnlijk is het spits voor de grote boodschap.' Ik probeer me er niets bij voor te stellen. 'Heb je lekker een vrije dag lieverd?' Ik knik bevestigend. 'Lekker hé, ja tegenwoordig hebben de mense véél meer vrije tijd als wij vroeger, werke most je tot je d’r bij neerviel. Nou meid, van een beetje werke is nog niemand slechter geworde hoor, neem dat maar van me an.' Een volle blaas maakt dat ik alles van iedereen aan wil nemen, dus ik knik instemmend. 'Tegenwoordig is 't een vies woord hé, ze motte allemaal studere, arts of weet ik veel wat, een beetje schilder of timmerman is haast niet meer te krijge. Daar hebbe we nu Pole voor. Voor jou is ie vrij hoor schat, eerste deur,' ze kijkt de man na, gestoken in een keurig grijs maatpak en bruine leren schoenen. 'Makelaar!'...  'Sorry?' zeg ik... 'da’s een makelaar' gaat ze verder, ' grijs pak, bruine schoenen, ik pik ze d’r zo uit.' zegt ze zelfverzekerd. Mijn blaas gelooft haar op haar woord.

'Nee, tegenwoordig zijn ze te beroerd om an te pakke, ze houwe liever hun hand op, van de week op de tv nog, dat mens zat tot over d’r ore in de schuld… wat denk je dat ze zegt?' Aangezien ik het desbetreffende programma niet heb gezien, kan ik er alleen maar naar gissen, maar gelukkig gaat ze onverstoorbaar verder. 'JE DENKT TOCH NIET DAT IK ACHTER EEN KASSA GA ZITTE HÉ? Nee, daar was mevrouw te mooi voor, nou vraag ik je, vroeger most je zelf je rotzooi oplosse, nou kan de hele wereld mee geniete en kan je op je lauwere gaan ruste en wachte tot een ander je probleme oplost. Toen ik dertien was most ik al an het werk, als hulp in de huishouding, ramen zemen, kleedjes kloppe, plee’s boenen, niet echt de leukste karweitjes en al me verdienste kon ik thuis afdrage. Arremoe hé, dat ik ging trouwe had ik geen rooie cent. Het huis was ingericht met krijgertjes, maar ik wist er toch wat gezelligs van te maken, en je was gelukkig met wat je had. Kom d’r nou nog maar ’s om, ze motte meteen op fluweel zitte.'

'Hoe oud denk je dat ik ben?' Vraagt ze me plotseling met een vorsende blik… de diepe lijnen in haar gezicht vertellen een ander verhaal dan haar keurig bruin geverfde kapsel waar geen spoortje grijs in te bekennen valt. Toch enigszins voor het blok gezet besluit ik ruim aan de veilige kant van mijn inschatting te gaan zitten, 'vierenzestig? ' …… 'TWEEËNZEVENTIG!' zegt ze glunderend, 'dat had je zéker niet gedacht hé?' Nee, dat had ik zeker niet gedacht, ik voel plots een hoge nood opkomen en ik vraag me af hoe lang het nog gaat duren, terwijl ik naar de vier gesloten toiletdeuren voor me kijk. Maar er volgt geen enkele beweging, hoe dwingend ik er ook naar kijk. 'Én altijd hard gewerkt hé, ik zat geen dag zonder…  eigenlijk zouw ik op m’n zeventigste gaan stoppe, dat hadde me man (ook zo’n harde werker) en ik zo afgesproke, we zouwe lekker same op pad gaan, same boodschappies doen op de markt, same naar ons kaartclubbie, lekker naar de tuin, gewoon lekker same geniete, maar toen ging ie plotseling dood… tsja, en wat mot je dan thuis in je ééntje?'

Aangezien ik ook geen idee heb ben ik blij dat één van de deuren eindelijk open gaat, dat scheelt me weer een welgemeend opbeurend maar tevens nietszeggend antwoord. 'Zo mop, jij lust zeker wel een lekker zuurtje hé,' zegt ze tegen de kleine meid die door haar moeder in haar maillot wordt gehezen. De kleine meid graait verlegen met haar kleine knuistjes in de schaal met snoepjes, en ik haast me naar de openstaande deur.

Terwijl ik de knip op de deur doe, hoor ik haar zeggen …
'Ik heb wel trug van een euro’tje  hoor schat.'

Copyright © Ingrid Punt maart 2011