zaterdag 1 februari 2014

Handlezen




Handlezen

"Handlezen, één euro," Bep tikt op het bordje dat voor haar op tafel staat en kijkt me vanachter haar leesbril vragend aan. 'Of kom je alleen voor de gezelligheid?’
‘Tja meid, we moeten allemaal een beetje creatief te werk gaan hede ten dage. Dus ik dacht zo bij me eige, ik doe er niemand kwaad mee, dus waarom niet? Zie het als en geintje. Het komt zo…'

'Ik was met Henk -mijn nieuwe Haagse vlam- naar een paranormale beurs. Hij is er helemaal krankjorem van, dus nou vooruit, ik mee. Meid, je weet niet wat je meemaakt. Vijfentwintig euro de man, tel uit je winst. En druk… en allemaal van die zielepiete die denke d’r beter van te worde. Je moest iets persoonlijks neer legge, dus ik heb ’t schoteltje van hier daar op die tafel gezet.

Het begon al lekker. Die helderziende bleek een soort afgekeurde Jomanda in een lange jurk die het podium op kwam hinken. Het leek er wel eentje van de zwarte kousenclub. D’r compagnon was een klein dikkertje, dat plaatsnam achter een orgeltje. Ik dacht nog, ach gut, ’t lijkt wel een komische act. Echt een paar apart zal ik maar zegge. Met moeite kon ik de slappe lach -die natuurlijk al snel op kwam zette inhoude. Arme Henk, die voelde de bui al hange, dus die zat me al in me hand te knijpe.

Afijn, na een paar valse note op dat orgeltje begint die nep Jomanda met haar helderziende gave en laat ze nou nét mijn schoteltje van tafel pakke. Ze begon over een moeilijke stoelgang. Dus ik steek me vinger op, want dat moest dus bij herkenning. Begon ze over me zere knieë, nou dat is een makkie. Elke blinde kan zien dat ik moeilijk loop. Maar ze bleef daar maar over door zeure. Kreeg zeker niks anders van bove door. Ik moest echt op me tong bijte anders had ik gezegd dat ze naar d’r eige rot knieë moest kijke.

Maar ik laat me niet meteen kenne, dus ik denk, effe meespele Bep. Op een gegeve moment pakt ze me hand en zegt, U bent krankzinnig. Me bloeddruk begon al te stijge… had ik haar verkeerd verstaan. Kunstzinnig, bedoelde ze. Nou kunstzinnig klopt wel. Na de geboorte van me kleinkindere ben ik an het breie geslage. Truie met Micky en Donald Duck, zo mooi… niet te filme. Maar die koters ware allergisch voor wol, dus binne een mum van tijd zate ze onder de uitslag. Nou toen had ik het gauw bekeke. Wat dat betreft zat ze dus wel goed. Maar het kan even zo goed een toevalstreffer geweest zijn, niet dan?

Ik bedoel maar, dat is toch maar effe snel verdient. Dus ik denk… wat Jomanda ken, ken ik nog veel beter. Nou meid. Ik kan je vertelle, sinds ik dat extra schoteltje heb neer gezet zit ik op spirituele roze. En al wat je nodig heb is gewoon een flinke dosis mensekennis. Je moet de mense gewoon goed ankijke en dan weet je al half wat voor vlees je in de kuip heb. De mense late d'r eige zien zoals ze zijn zal ik maar zegge.

‘Hé, tante Bep, kan u mijn hand ook lezen? De opgeschoten knaap voor me legt een euro op het schoteltje en duwt zijn hand onder de neus van Bep.
‘Je hebt in elk geval je hande niet goed afgedroogd jongen, dat is over duidelijk.’zegt Bep terwijl ze zijn hand inspecteerd.
‘Maar….’ze kijkt de jongen bezwerend aan. ‘Maar… binnenkort ga je in de auto naar je werk en zegge ze meneer tege je.’
Zijn wangen kleuren rood. ‘Goh, te gek, dank U wel ,’ en hij maakt zich – met een glimlach van oor tot oor uit de voeten.

‘Die was niet zo moeilijk hoor, ik heb ze moeder gistere gesproke, die komt hier elke dag wel effe langs,’zegt bep me zodra de jongen uit het zicht verdwenen is. Morge heeft ie een sollicitatie gesprek. En of hij nou wel of niet word angenome, het is goed voor ze zelfvertrouwe, dus ik doe er eigenlijk niemand kwaad mee.

Zie je die dame daar voor de spiegel?’ Voor de spiegel staat een vrouw van middelbare leeftijd aan haar kapsel en kleren te plukken. ‘Ze komt net van de kapper en ‘t zit niet naar haar zin. Kijk maar, er zitten nog haartjes tussen haar kraag. Een grote bos bloeme in haar tas. Dat mantelpakkie draagt ze alleen op zon en feestdage, en is niet echt meer van deze tijd. En nu kwam ze d'r vanmorge achter dat het ineens wel erg aan de krappe kant zit. Maar ja, het is haar enige nette pakkie. Knellende schoene, aan de hakke te zien nét gekocht, en daar heeft ze nu al spijt van.…Conclusie, ze gaat naar een feesie, waarschijnlijk een verjaardag.
De vrouw wast haar handen, plukt nog even aan haar kapsel, loopt moeizaam langs Bep’s tafeltje en legt dan een muntje op het schoteltje.‘Handlezen? Goh, wat grappig.’Ze haal nog een euro uit haar portemonnee en duwt haar vlezige hand onder de neus van Bep. ‘Oh, zegt Bep, ‘ik zie het al. Een feesie in het verschiet. U en uw kapper begrijpe elkaar niet en U heeft een gigantische miskoop gedaan. O ja, en U gaat binnekort op dieet.

‘Wonderbaarlijk,’ kirt de dame, ‘hoe weet U dat allemaal?’
’Dat lees ik net in uw hand dame, tja, het is een gave. ’
De vrouw loopt hoofdschuddend met haar pijnlijke voeten weg.

‘Geef me je hand 's ‘zegt Bep en ik voel me een beetje ongemakkelijk.
‘Nou vooruit, niet zo kinderachtig, voor jou doe ik het gratis. Ze neemt mijn hand in de houtgreep en er is geen ontkomen aan.
’Ja hoor, jij moet gaan schrijve.’
’Dat is geen kunst Bep, dat wist je.’
’Nou oké, maar je eerste roman komt uit op…’
Ik kijk haar vol verwachting aan...
'Het toilet is vrij, en de rest mag je zelf invulle lieverd’
Ik zucht terwijl ik naar de toiletdeur loop. Ze heeft gelijk, sommige dingen hebben we gewoon zelf in de hand.

© Ingrid Punt april 2013


maandag 27 januari 2014

Elfstedentocht


Elfstedentocht


“Kijk uit hoor meid dat je niet onderuit gaat. Ik had al een dweiltje neergelegd en een bordje d’r bij met –voeten vegen a.u.b.- maar geen hond die ’t leest, ze lope zo met d’r sneeuwschuivers naar binne, en voor je ’t weet leg je op je muil. Daar kan ik echt niet tegenop dweile. Wat is ’t trouwens koud hé?”
Bep wrijft in haar wollen wanten en trekt de felgekleurde ijsmuts die ze op haar hoofd heeft nog wat strakker aan. Als ze ziet dat ik haar hoofddeksel sta te bewonderen verontschuldigd ze zich.
“Ja ’t ziet er misschien niet uit, maar het is niet om te harde als je hier zo’n hele dag mot zitte, ik heb alleen maar dat ene straalkacheltje. Ik had me toch een kouwe fikke”
Ik werp een blik in de spiegel en zie dat ik in mijn witte winterjas wel iets weg heb van een poolbeer.
“Wat maakt ’t uit Bep, we lopen d’r allemaal als gestopte worsten bij met dit weer, wat kan ‘t je schelen. Als je het maar niet koud hebt.”

”Je heb nog gelijk ook. Heb jij al geschaatst? “
”Nee Bep, hoe zal ik het zeggen, schaatsen is niet echt mijn ding, ik zwem liever."
“Nou ik bak d’r ook niet veel van, ja mijn man zaliger was een echte schaatser, maar die kwam dan ook uit Friesland.”
“Oh ja Bep, was jij met een Fries getrouwd?” vraag ik vol interesse.”
“Nou ja.... hij kwam eigenlijk uit Gelderland, maar dat scheelt maar een slok op een borrel.”
“Ik denk niet dat ze het daar in Friesland met je eens zijn Bep.”
“Ach, wat maakt ’t uit, hij kon in ieder geval lekker schaatse en dat deed ie dan ook veel en graag. Met ze hande op ze rug en dan maakte die van die lange slage met ze lange bene .’t Was gewoon een lust voor ’t oog als je hem voorbij zag schuive. Hij heeft ’t mij ook nog probere te lere, maar dat was niet echt een succes. Volgens mij heb ik daar toen ook me knieën mee vernacheld.
Ik zie mezelf nog stuntele achter een keukestoel met van die Friese doorlopers waar je zo lekker op zwikte en een knalrood kusse an me toges gebonde. Ik leek wel een baviaan. Maar ik ging nogal vaak onderuit en dan wil je wel. Nee, ik was zéker geen Joon Haanappel.

Er komt een moeder met een huilend meisje naar binnen glijden. “Mama koopt zo wel nieuwe wantjes voor je. Ze is haar wantjes verloren.” zegt moeder terwijl ze ons wanhopig aankijkt.
“Ach kind heb je van die kouwe handjes dan, kom... dan zal Tante Bep ze wel effies warm make.”
Bep klemt de rood-blauwe handjes van het meisje tussen die van haar en begint te wrijven of haar leven er vanaf hangt. Het kind kijkt haar verschrikt aan maar is direct haar tranen vergeten.
“Zo lieverd, zo gaat het wel weer hé. Het kind lacht door haar tranen heen als Bep haar een paar toffees in haar handjes propt. Ze geeft de moeder een knipoog en moeder en kind duiken het toilet in.

Wat denk je, zou die doorgaan? “
“Wat Bep?”
”Nou de elfstedetocht natuurlijk, zou die doorgaan?”
“Ik heb eerlijk gezegd geen idee Bep, als het een beetje door vriest zit er wel een kans in,"
"Nou ik hoop het wel, dan ga ik lekker tv kijke. Ik heb me buurtjes al allemaal uitgenodigd. Hij van die hengel komt ook, voorlopig kan ie toch niet vissen. Gezellig, ik heb al chocolademelk en een neutje ingeslagen. Lekker appeltaartje d’r bij. Hé ja, ik heb d’r echt zin in om die gaste te zien Klune.
Daar krijg ik dan zo’n nostalgies gevoel van.”
Haar ogen worden vochtig, ” net of ik me man weer voorbij zie schuive.”
Maar dan mot ’t wel doorgaan hé. Anders mot ik die rotzooi allemaal alleen weg werke.”

“Kijk, die neut komt wel op, maar van al die appeltaart en chocolademelk krijg ik een vet hart.”

© Ingrid Punt


zondag 22 december 2013

Chagrijnig


chagrijnig


“Och meid, ik word de laatste tijd doodziek van die klante. Kerst of geen kerst, maakt geen moer uit. “
Ze slaat haar hand tegen haar voorhoofd en kijkt melodramatisch naar het plafond alsof  ze de kerstklokken al hoort luiden.

” Goeiemorge of goeiemiddag kan er niet van af, ja en wat dat betreft ben ik een kreng hoor, maar als ik zo’n zeikerige arogante tronie zie zeg ik juist overdreven goedemorgeee, tot ziens en de hartelijke groete thuisss, maar god hoort me bromme."

"Ik weet niet wat het is meid, maar vroeger kon je nog wel ’s een geintje met de mense make. Maar tegenwoordig kijke ze je an alsof ze water zien brande. ’t Wordt er toch allemaal niet leuker op. Crisis, an me hoela. Hoe meer de mense hebbe hoe inhaliger en chagrijniger ze worde. Vroeger hadde we met z’n alle niks, noppes, nada, maar de mense hielde mekaar op de been met humor en stonde voor mekaar klaar, we hadde tenslotte geen één van alle wat en wát we hadde deelde we met mekaar en dat was vooral de humor.

Bep slaakt een diepe zucht,  “t lijkt wel of ze mekaar tegenwoordig het licht in de oge niet meer gunne. Ikke, ikke, ikke en de rest... nou ja.... zo’n mentaliteit weet je wel? Je vraagt je toch af waar ’t met kerst nou eigenlijk om draait. Nou niet om de medemenselijkheid dat kan ik je wel vertelle. Nee, hoe kenne we met ze alle zo snel en goedkoop mogelijk an zoveel mogelijk spulle komme en dan maakt het niet uit of we ondertusse een ander onderuit motte hale met een grote muil of ze het vel over de ore motte trekke. “

Bep schiet plots weer in het gareel, “Goedemiddag dame,” zegt ze vriendelijk tegen een hoogblonde dame bij wie de cosmetica met volle kracht heeft toegeslagen. De peroxide dame vertrekt geen spier en houd haar gezicht angstvallig in de plooi alsof ze bang is dat haar kunstig aangebrachte make-up het elk moment zou kunnen begeven. Hooghartig -zonder Bep en mij een blik waardig te gunnen-  loopt de naar de eerste toiletdeur.
”Kijk , dat bedoel ik nou, wat een kapsones, en waarom? vraag ik mezelf dan af. Moet je maar ’s oplette, de mense worden er echt niet vrolijker op. Die mondhoeken zakken steeds verder, hoe meer ze hebben hoe chagrijniger ze worde.”

En ze mankere allemaal wel wat hé, dat is het enige waar ze nog over kenne beppe. klage, zeike, zieke, zeure. Het lijkt soms wel of ze tege mekaar op zitte te biede. De één heb dit en de ander heb dat. Daar wordt een mens toch niet vrolijk van. Nou meid, ik wil niet veel zegge, maar ik persoonlijk heb liever dat ze om me lache dan om me huile.
“Dank U dame, voor uw gulle bijdrage en nog een gezellige dag verder” zegt Bep overdreven vriendelijk als de hoogblonde pruik even later zonder iets te zeggen 50 eurocent op het schoteltje deponeert.
“Zou ze écht doofstom zijn?” vraagt Bep luid als ze de wandelende schoonheidssalon twijfelend nakijkt. Ik haal mijn schouders op en vraag Bep of ze nog plannen heeft voor de komende feestdagen.

“Nou ik weet ’t nog niet” zegt Bep terwijl ze haar mondhoeken laat zakken.
"Ik heb de laatste tijd zo’n last van ............. heb je nog effe?"



© Copyright Ingrid Punt december 2011

dinsdag 3 december 2013

Brillenboer








'Wat vind je van me bril?'
Bep kijk me uitdagend aan. Op haar neus prijkt een enorme bril met een dik, grof zwart montuur.
'Nou Bep, ik kan er niet omheen, hij is ... apart?'
'Ja, apart, maar vind je hem ook staan?'
Ze schuift de bril iets naar voren en staart me nu  met een doordringende blik over haar brillenglazen aan.
'Ja, hij staat je goed. Jeugdig en sportief, en zoals ik al zei, ik kan er niet om heen.'
'Dus je vindt hem te groot?'
'Nee, Bep, hij staat je echt goed, maar ik wist niet dat jij een bril droeg?'
'Nou laat ik het zo zeggen, ik had thuis nog een ouwe dienstfiets, zo'n ouwerwets ziekenfonds gevalletje. Daar ga ik natuurlijk niet mee over straat hé. Buiten doe ik alles op de tast. Maar thuis voor de tv kan ik natuurlijk niet zonder.'

'Maar een paar weke gelede vroeg Jannie - een vriendin van me - of ik met haar mee wilde naar de opticien. Ze had een nieuwe bril nodig. Nou vooruit, ik ben de beroerdste niet en aangezien ik ook wel aan een nieuw kek montuurtje toe was ben ik met 'r meegegaan. Dus wij naar de brilleboer. We werde geholpe door een snuiter in driedelig grijs. Hij stelt ze eige voor als Michiel. En waar het nou precies aan lag, ik weet het niet, maar vanaf het eerste moment moest ik die knaap niet. Ik heb wel 's gehoord dat 't wat met geur of trillinge te make kan hebbe. Iets van vibratie of zoiets dergelijks.  Maar hij leek ze eige geweldig te vinde, een nep George Clooney eerste klas zulle we maar zegge.

'Zo dames, zullen we eerst maar eens even de ogen opmeten?'
Jannie ging eerst. Nou d'r sterkte -of zwakte, of hoe je het noeme wil, was niet gering. Ze had nog net geen hond nodig. Gelukkig kennen ze tegewoordig een hoop. Vroeger kreeg je meteen van die jampot glaze. Ze had daarvoor al een mooi montuurtje uigekoze. Maar na die meting zat ze al zo op d'r stoel te wippe en heen en weer te schuive. Helemaal kriegel werd ik er van.

Op een gegeve moment staat die snuiter op om koffie voor ons te hale. Ja, het mag wat koste tegewoordig. Dus ik zeg tege Jannie, 'zeg zenuwelijer, zit is effe stil, ik word bloed nerveus van je.'
'Bep' zegt ze, 'die vent wil me een multifocale bril aan smere. En daar heb ik helemaal geen zin in. Die glazen zijn hartstikke duur en dat trekt bruin niet. Ik heb zeker al vier keer gezegd dat ik ze niet wil maar hij blijft maar door zanike. Ik durf haast geen nee meer te zegge.'

'Nou meid,' zeg ik, 'laat dat maar aan mij over.'
Afijn, dat pak komt terug met ze nespresso en ja hoor, ik nip net an me koffie of hij begon al voor te rekene wat die varifocale troep koste. Ja, die dure koffie mot natuurlijk uit de lengte of uit de breedte hé. Ik denk, jij bent mijn.
'Zeg Michiel, heb jij soms op dramme gezete?' Hij kijkt me an met dat uitgestreke smoelwerk van 'm.
'Of ik op drummen heb gezeten?'
'Nee, op dramme, je blijft maar door dramme. Welke lettergreep van nee begrijp je niet?
We komme hier om ons een bril aan te late mete, niet om ons een oor aan te late naaie.  Verdiene jullie nog niet genoeg?'

Nou meid, hij kreeg me een rooie kop. Hij begon een beetje te stamele en te stottere,  'zal ik dan nu uw ogen maar even opmeten?'
'Nou beste Michiel, laat maar zitte' zeg ik  'ik zie ineens weer haarscherp.'
Binne een poep en een scheet stonde we weer buite.
Afijn, Jannie heb d'r  bril, mét gewone glaze.'

Van de week ga ik naar de brilleboer bij mij om de hoek, Een kleine zelfstandige, die gun ik het meer.
'Één ding snap ik niet Bep, je hebt toch al een nieuwe bril?'
'Nee hoor Mop, dit is een nep montuur van de feestwinkel, ik wilde gewoon wete of zo een modern gevalletje me wel stond.
Ze begint te gieren van het lachen en steekt haar vingers door het montuur waar normaal gesproken de glazen horen te zitten.
'Hoeveel vingers steek ik op?'


© Ingrid Punt december 2013








vrijdag 29 november 2013

Borsten


Borsten


'Hé, goedemorgen mop, alles goed?'
Bep is druk bezig met het lappen van de spiegels boven de toilettafels.
'Geduld hoor schat, ik mot eerst nog effe een lappie over de wc bril halen. Ga maar effe op mijn stoel zitte' zegt ze met een knipoog, maar haar blik duld geen tegenspraak.
Nou vooruit, ik laat me op haar stoel vallen en observeer Bep die zichzelf nu uitvoerig en kritisch in de spiegel staat op te nemen.

'Attenojeleheine, je wordt er met de jare toch ook niet mooier op hé?'
Met een verbeten gezicht trekt ze een grijze haar uit haar voorhoofd en onderwerpt deze aan een grondige inspectie.
'Broos, je haren worden niet alleen grijs, ze worden ook broos. Op mijn hoofd wordt het steeds minder en onder me kin zijn ze niet weg te trimme. Een rimpel hier, een vlekkie daar. En dan die slappe nek, kijk nou, ik lijk wel een kalkoen.'

'Dat valt toch nog best mee Bep?' zeg ik sussend.
'Zeg schat, wie heb jou zo lere liege?'
Ik haal mijn schouders op en doe er verder het zwijgen toe. Want als ik iets van Bep geleerd heb dan is het wel dat ze altijd gelijk heeft -zelfs als dit niet zo is. Mijn blaas is me heilig, dus discussie gesloten.

Bep lacht alweer vriendelijk als er een lange, rondborstige dame op hoog gehakte pumps de toiletruimte binnen loopt.
'Nog effe wachte dame, dan maak ik eerst de bril nog effe schoon.'
Bep kijkt me vragend aan, en ik knik. Bep moet duidelijk haar ei nog even bij me kwijt, dus ik lieg dat ik alle tijd heb.
'Gaat u gang dame, de kust is veilig' grinnikt ze.

'Krijg nou tiete, zag je die voorgevel?' fluistert ze terwijl ze de deur achter de dame sluit.
'Hoezo Bep?'
'Dat is een kerel, echt, en die bos hout was net zo nep als die gouwe lijssies om de spiegels.
Ik kijk haar ongelovig aan.
'Mot jij straks maar 's oplette.'

Met ingehouden adem wachten we tot even later het toilet wordt doorgetrokke en de rondborstige dame bespied door onze verholen speurende blikken naar de wasbak loopt. Ze draait de kraan open en steekt haar -enorme- handen onder de zeeppomp. Bep wenkt met haar ogen naar haar voeten en inderdaad ... reusachtig. De dame werkt haar knalrode lipstick nog even bij, legt een muntje op het schoteltje en wenst ons - met een hese zware stem- nog een goedemiddag.

'Nou wat zei ik je,' zegt Bep met een zelfvoldane blik.
'Nep, nep en nog 's nep, maar wel knap dat ze dat tegenwoordig allemaal kunne hé? Je moest echt heel goed kijke. Maar ik heb nou eenmaal oog voor borste. Dat komt natuurlijk omdat ik vroeger in de lingerie heb gezete.'

'Wat denk je ... zoude ze hier ook nog wat van kenne make? '
Voor ik er erg in heb duwt ze haar enorme gemoed onder mijn neus.
'Nou Bep, ze zijn toch al groot genoeg?' vraag ik onnozel.
Nee, an het formaat mankeert niks, maar ze kenne wel een beetje omhoog getrokke worde, vindt je niet?
Ik bedoel, als ze van een vent een lekkere meid  kenne make dan mot er voor mij toch ook nog hoop zijn.'
'Je bent goed zoals je bent Bep, sus ik nogmaals hardleers.'
Ze duwt me richting toiletdeur, 'schiet nou maar op Pinokkio, het toilet is al lang vrij.

Wanneer ik het toilet verlaat staat Bep met haar boezem tegen de spiegel gedrukt.
'Ja hoor, veel beter en dan mijn kippennek een beetje strakker, ik denk dat ik straks effe de Agis bel, kijke of ze dat vergoede.'


© Ingrid Punt november 2013







zondag 24 november 2013

Onverschilligheid



Onverschilligheid


“Weet je waar ik nou echt een grondige hekel aan heb?”
“Geen idee Bep ... wanbetalers, vervelende zeikerds, mannen?” probeer ik lachend.
“Nee mop, onverschilligheid, ’t lijkt wel of ’t steeds erger wordt. Niemand die ze eige nog ergens druk om maakt. Het is ieder voor zich en god voor ons alle.” 

“Ze hadde deze maand per ongeluk twee keer de huur van me rekening afgetrokke – kan gebeure- dus ik bel de woningbouw. Kom je eerst in een keuzemenu. Toets 1 voor dit, 2 voor dat en ga zo maar door. En dat duurde en dat duurde. Tege de tijd dat het afgelope was wist ik al niet meer waar ik nou eigenlijk voor belde. Dus ik opnieuw gebeld –dit keer goed opgelet- krijg ik de telefoniste. Ik leg ’t uit aan die dame, tenminste, dat probeer ik maar ze laat me amper uitprate. “Ik verbind u door” zegt ze, zit ik een half uur lang naar een harp te luisteren – ik hou helemaal niet van harp- maar daar schijn je rustig van te worde, nou ik niet. Ik werd d’r bloednerveus van. Krijg ik eindelijk iemand aan de lijn... word ik verbroke. Dus wéér belle, begint dat hele gedoe weer opnieuw. Wat me dat een tijd heb gekost, om over de telefoonkoste nog maar te zwijge. Ja, zegt die telefoniste, ik kan d’r ook niks aan doen.
Nee dat is nou juist het probleem, niemand kan d’r wat aan doen. Maar ondertusse gebeurt ’t wel en kan je nergens je ei kwijt.”

“Afijn ik had zo de pest in, ik denk ik ga voor me vertier nog maar effe lekker naar de markt want daar kikker ik altijd van op. Effe een frisse neus halen. Aan een frisse neus is nog nooit iemand dood gegaan tenslotte. Maar ’t was wel errug fris, zeg maar gerust stervens koud. Ik denk, weet je wat... ik pak de bus want die stond er. Ik probeer zo goed en zo kwaad als ik ken te renne met me rot knie. Ik tik nog tege het raampie. Nou, hij ree gewoon weg. Vroeger was er altijd nog wel iemand die tege de chauffeur zei, dat er nog iemand mee wilde. Nee, nu zitten ze je met ze alle onverschillig an te kijke met van die grote visseoge en de bekke half ope. Ze zien je niet eens staan, laat staan dat ze wat zegge. Te druk met hun koptelefoontjes. Dus kon ik mooi nog een kwartier in de kou wachte op de volgende bus.”

“Eindelijk komt ie d’r an. Ik stap in -helemaal verkleumd, en ik zie die chagrijnige kop van die chauffeur al hé. Dus ik zeg “goeiemiddag chauffeur, heb U misschien een collega die Remi heet?”
Kijkt die bullebak me toch venijnig an.
“Nee, hoezo?” zegt ie nors.
“Nou dan heb je collega tóch een nieuwe bril nodig, want hij rijd zo voor me neus weg en doet net of ie me niet ziet.”
Daar kon hij toch niks an doen?
Nee daar gaan we weer, niemand kan er wat aan doen. Dus ken je nergens je gif spuie.
“Misschien kan u het aan Remi doorgeve?” vraag ik nog vriendelijk.

“Maar ik laat me vertiertje niet verknalle dus ik ga lekker zitte. Zie ik opeens een paar van die opgeschote knape en die zitte een oud mensie te treitere. Echt vervelend doen en jenne en kliere. Niemand die iets zegt he, ’t kan niemand wat schele. Die vissekoppe hebbe ’t te druk met hun mobieltje en een grote kerel kijkt verveeld uit ’t raampie en doet net of ie niks hoort of ziet. Ik bedoel maar... die onverschilligheid. Schelde ze dat mens uit voor heks, dus ik zat me te verbijte. En ja hoor bij de eerstvolgende halte moste die knape d’r uit. Ik was nog niet bij de markt maar ik denk... jullie zijn mijn. Dus ik d’r achteran. Ik grijp de knaap met de grootste muil in ze kippenek en ik vraag suikerzoet; “zeg lieverd, heb jij geen oma?” Ja eerst paaie en dan er op los hé. Nou hij had een hele lieve oma zei die. Ik zeg, hoe zou jij het vinde als ze werd gepest door een stelletje raddraaiers?”
”Nou niet leuk natuurlijk.” Zegt ie timide. Het muntje viel en met een beschaamde kop drope ze af. Kijk, iemand moet er toch een keertje wat van zegge anders lere ze het nooit.”

“Ach Bep, ik weet ook niet wat het is, of de mensen durven er niets meer van te zeggen of het laat ze gewoon koud.”
“Ja, maar het mooiste mot noch komme” zegt Bep glunderend.

“Ik voelde me dus heel wat hé na die laatste preek. Ik denk bij me eige, zo Bep dat heb je keurig opgelost zonder je hande vuil te make. De dominee zou d´r jaloers op weze. Kom ik bij de markt staat daar zo’n jochie van pak weg, een jaar of dertien. Die staat daar fikkie te stoke. Lekker, brandend papier in de glasbak proppe. D’r lope zat mense langs en niemand die d’r wat van zegt. Aangezien ik me dag toch al had zeg ik tege dat knapie, “Zo mop, geef jij die aansteker maar ’s aan tante Bep.” Hij geeft me braaf die aansteker en ik vraag... doe je dat thuis ook?.......... “ 

Bep begint plotseling te gieren en slaat hard met haar hand op tafel waardoor de muntjes van het schoteltje stuiteren en over tafel dansen. Haar gierende uithalen gaan over in een soort gehinnik. De tranen rollen over haar wangen. Ze trekt een stuk wc papier van de rol die voor haar op tafel ligt en veegt de mascara van haar wangen.
” Ik vraag dus, doe je dat thuis ook? Wat denk je dat ‘t knapie zegt.”
“Geen idee Bep” zeg ik geschrokken.

“Nee ...... want we hebben thuis geen glasbak!!!”

© Ingrid Punt

maandag 18 november 2013

Hoofdprijs


Hoofdprijs 


“Wil je effies zien wat ik allemaal gekocht heb vanmorge?”
Bep kijkt me verwachtingsvol aan terwijl ze de plastic tasjes van diverse winkels leeg trekt. Kleding, tassen, schoenen en ander goedbedoelde rotzooi worden op een hoop op het tafeltje voor haar uitgespreid.
“Wat vind je d’r van?”
“Nou Bep... laat ik het zo zeggen, het is nogal .... veel?
“Jaha, da’s waar, maar ik kan ’t me veroorlove want ik heb dan ook wel dé hoofdprijs gewonne.”
Haar ogen beginnen te glimmen en ze tovert een enveloppe uit haar handtas.
“Kijk ’s wijffie, wie had dat ooit kunne denke, ik ... de eeuwige armoedzaaier heb eindelijk een keertje mazzel.” 

De enveloppe die ze me overhandigt blijkt er één van een postorderbedrijf. De tekst liegt er niet om. U bent de gelukkige winnaar van 300.000 euro. Deze prijs ligt voor u - Bep dus- gereserveerd. De brief ziet er mede dankzij de gouden sleutel -van de kluis- die er is opgeplakt en Bep’s speciale prijscode -van diezelfde kluis- indrukwekkend uit.
“Het enige wat ik hoef te doen is nog effe wat bestelle, kan niet schele wat.” Voegt ze er glunderend aan toe. “Geweldig hé, ik heb ook al een nieuwe hengel voor me buurman gekocht, want ze ouwe was stuk. En na dat gedoe met ze vriendin, je weet wel die kakmadam is ie wel toe aan een opkikkertje. En hij vist zo graag, dus ik denk .... vooruit maar. En ik heb me vriendin een reisie naar Cran Cannaria aangebode. Is ze d’r ook ’s effe lekker uit. Cran Cannaria... altijd al een keertje naartoe wille gaan. Mijn man en ik hadde het er ook altijd al over, maar ’t is er nooit van gekomme. Dus nou ga ik met Toos -me vriendin- ach die stakker mot ’t ook alleen maar met d’r AOW’tje doen. 

Ik krijg het een beetje benauwd als ik voorzichtig aan haar vraag, “Bep, geeft het je niet te denken dat ze zoiets gewoon over de post sturen en je niet persoonlijk een cheque komen overhandigen, desnoods met camera en fanfare erbij?”
“Ja, jij zegt ’t, maar ik ben wel meteen naar de kapper geweest, want stel je voor d’r wordt aangebeld en as je dan de deur ope doet sta je wel meteen met je smoelwerk vol op de camera. Maar dat doen ze natuurlijk niet want dan krijge de bure d’r lucht van hé, en binne de kortste kere staat de hele straat bij me te bedele. Want als d’r wat te hale valt zijn ze d’r as de kippe bij hé? Nee, daar hebbe ze écht wel over nagedacht hoor.”
“Oké," probeer ik nogmaals voorzichtig, “maar waarom moet je dan éérst nog even iets bestellen als die prijs toch al voor jou is?”
Bep fronst haar wenkbrauwen - op zich al een angstaanjagend gezicht- en het duurt even voor haar wenkbrauwen vol ongeloof omhoog schieten.”Attenooije, ben ik effe in de zeik gezet, en ik tuin d’r met ope oge in. Dat motte ze toch verbiede? “
Ik knik en voel een golf van medelijden door me heengaan als ik haar verontwaardigde blik zie. 

“Gelukkig heb ik de bonnetjes nog” zegt Bep als ze naar de berg kleding voor zich op tafel kijkt.
“Ach, het was leuk zolang het duurde, ik voelde me effies een diva, maar wat mot je eigelijk met al die troep. Kijk die hengel, die krijgt die ziel gewoon, en die reis naar Cran Cannaria gaat natuurlijk ook gewoon door. Ik heb ’t beloofd hé, en wat je beloofd mot je na komme. Dat word dus extra buffelle de aankomende maande” zegt ze met een diepe zucht. Bep propt de kleding, tassen en schoenen weer terug in de plastic tassen.

Ineens zie ik een grote glimlach om haar mond verschijnen. Ze krijgt een dromerige blik in haar ogen.
”Twee weke Cran Cannaria, heerlijk. Anders was het er nooit meer van gekomme en nu moet ik wel.
Is ’t toch nog ergens goed voor geweest.” 

© Ingrid Punt