donderdag 13 februari 2014

Slipgevaar

Slipgevaar



Zodra ik Bep in de toiletruimte zie zitten schrik ik me een ongeluk. Bep's arm hangt in een mitella, haar rechteroog is blauwer dan blauw en haar wenkbrauw is afgeplakt met een gigantische pleister.
Ze ziet mijn geschrokken blik, 'nee meid, ik ben  Badr Hari niet tegen gekomen en ik heb ook niet onder de bus gelegen. Nee, dit geintje heb ik te danken aan Corrie, me zus uit Groningen. Die logeerde een weekendje bij me. Altijd lache met Cor, ze schut de moppe zo uit d'r mouw hé. Alleen liep 't nou een beetje anders.

'Ik moet eerlijk zeggen Bep, dat blauw past wel mooi bij je blouse.'
Bep schiet in de lach maar begint meteen te kreunen.
'Oh meid, maak me nou niet aan 't lache, ik heb ook een gekneusde rib.'
'Moet je dan niet lekker thuis in bed blijven tot het wat beter met je gaat?'
'Ben je gek mop, de meeste mense gaan dood in bed.
Of ik nou hier pijn heb of thuis, 't gaat wel weer over voor ik een jongetje ben.'

'Ik dacht gezond bezig te zijn. Maar ja, zoals gewoonlijk gooit me leipe zuster weer roet in 't ete... ach, dat schaap. Ze voelt d'r eige al zo schuldig en eigenlijk kon ze d'r niks an doen. Een zwakke maag hé, heb ze van moeder mee gekregen."

'Kijk, 't zit zo. Je weet, ik wil honderd worde, zolang ik tenminste goed bij de tijd blijf. Maar alles wat goed voor je gezondheid is, is haast niet meer te betale. De ziektekoste rijze de pan uit. Dus ik ben tegewoordig an het doe het zelve geslage. Dede ze vroeger ook, niks mis mee. Nu hoorde ik een paar weke gelede dat het gezond is om elke dag je bakkes met olie te spoele. Dat schijnt alle vieze en foute bacterië uit je lijf te trekke. Soja, zonnebloem, olijf, of kokosolie, noem maar op 't maakt niet uit. Zolang 't maar koud geperst is en Biologisch.
Ik ben niet zo een macro-idioot maar baat 't niet, dan schaad het niet. Dus ik voor de verandering naar de reformwinkel. Kokoskoekies vind ik ook lekker dus ik wilde kokos en daar krijg je ook nog 's witte tande van. Niet dat ik dat nodig heb met me kunstklapper, maar bij zonnebloem mot ik zo an een frituurpan denke.'

'D'r stonde potte met witte pasta maar volgens 't kaartje was het kokosolie. Terwijl ik met die pot in me hande sta, zie ik al zo'n macrobiotische tuinkabouter naar me kijke. Dus ik vraag aan hem, zeg schat, is dat nou echt wel olie, 't lijkt wel pasta. Nou volgens Paulus was het toch echt olie én koudgeperst. Bij de kassa schrok ik me kapot van de prijs, en voor die prijs wil ik ook wel een tassie. Dus ik vraag een plastic tassie an die geitewolle sok.
Of ik wel 's van de plasticsoep had gehoord?
Nee hoor mop, ik hou het wel bij een koppie snert.
Nou, as blikke konde dooie had ik hier nu niet meer gezete.

De volgende ochtend meteen maar een volle eetlepel van die smurrie genome. Het beste tijdstip was op een ochtendmuil. 't Most twintig minute trekke en ik mot je eerlijk zegge, de smaak viel reuze mee. Maar die bende gaat smelte en na tien minute had ik al het gevoel dat het me neus en me ore uitkwam. De volgende dag opnieuw geprobeerd, maar dan met een theelepeltje. Dat was goed te doen.

Afijn, dit weekend kwam Corrie logeren en die hoorde dat allemaal an. Dat leek haar ook wel wat. Ik zeg nog, Cor, doe dat nou niet met jouw zwakke maag meid. Maar eigewijs als de pest hé. Ik sta in de badkamer en ik hoor d'r toch een partij kokhalze, niet te filme en toen een hoop gevloek. Dus ik kom de badkamer uit om te kijke wat 'r loos is en ik maak me toch een smakkerd, ik glij zo de gang door. Nou en ik heb een lange gang hoor. Met me kop tege de deurpost en die gaf natuurlijk niet mee. Had ze die olie niet binne kenne houwe. Me laminaat lag vol met die troep, spekglad. Zate we 's avonds laat nog bij de eerste hulp.

'Afijn, dit is het resultaat."
Bep haalt haar schouders op. 'Ik vind  't lullig voor me zuster. Die voelde d'r eige zo schuldig. Ik zeg nog, meid dat had mij toch ook kenne gebeuren... tenminste als ik die zwakke maag van moeder had meegekregen. Ik ben ook maar meteen met die rotzooi gestopt want -baat het niet dan schaad 't niet- gaat mooi niet altijd op."

Ze kijkt me ineens vragend aan ...
'Ik heb nog een halve pot over, is 't niks voor jou? je schijnt 't ook gewoon op brood te kenne smere.'
Dan begint ze plotseling met een van pijn vertrokken gezicht te lachen tot de tranen over haar wangen lopen. 'Auw, auw ... en anders smeer je 't in je haar ... krijg je krullen!'


© Ingrid Punt februari 2014


dinsdag 4 februari 2014

Hondenuitlaatservice

Hondenuitlaatservice


"Wat is er Bep, slecht geslapen?"
Bep slaat snel  haar hand voor haar gapende mond.
Ze ziet er wat pips uit en de wallen onder haar ogen spreken boekdelen.
"Och kind, praat me d'r niet van, wat een nacht. Denk je een ander een dienst te bewijze en dan krijg je stank voor dank. Heb ik je wel 's verteld over het hondje van me vriendin Hanna?"
"Niet dat ik weet Bep."
"Nee?" ... Zo'n klein scharminkeltje en altijd maar keffe en ze tande late zien. Zodra je daar binne komt begint ie al te gromme en naar je enkels te happe. Kijk, ik ben gek op diere, net als op kindere, maar je hebt er ook ettertjes tusse zitte hoor. En dit is een ettertje, dat wil je niet wete, volgens mij zit er een steekkie bij 'm los. Maar goed, dat beessie heb ze eige ook niet gemaakt. Hanna most gistere naar 't ziekehuis. Ze wist niet hoe lang het ging dure, of ik bij hoge uitzondering effies op Pinkie wilde passe."

"Pinkie, wat een grappige naam Bep, dat klinkt nu niet echt als een groot gevaar."
Bep kijkt me bedenkelijk aan, " ik heb eigenlijk geen idee waarom dat beest zo heet. Waarschijnlijk omdat ie vingers vreet. Maar goed, Hanna weet dat ik er een pesthekel an heb om met zo'n poepzakkie te lope. Ik ben niet snel misselijk en hier ben ik best wel wat gewend. Maar hondedrolle daar heb ik niks mee. Tenslotte ben ik ook niet van de hondeuitlaatservice dus ik begon meteen een beetje tege te sputtere.
Maar Hanna keek zo radeloos en je bent tenslotte niet voor niks vriendinne.
Dus ik denk bij me eige, nou vooruit Bep, slik door die drol.

Om een lang verhaal kort te make, ik dat mormel opgehaald, maar ik most nog effe een paar booschappe doen. Netjes buite dat beest met ze riem an zo'n haak vastgelegd. Ik zeg nog; denk d'r om Pink, niet weglope hé, want anders hebbe we vanavond een probleem. Maar we begrijpe mekaar gewoon niet, dus ze oge puilde zowat uit ze kop en meteen weer die venijnige tandjes late zien hé. Ik zeg nog tegen Dracula, je gromt je maar suf, dat houd de dieven tenminste op een afstand.  Het was niet echt druk in de supermarkt dus ik was eigelijk ook zo weer buiten. Begon ie me toch te kwispele dat ie me zag ... nou ja, hij begon dus eindelijk an me te wenne. Thuis sprong ie in ene naast me op de bank en legde ze koppie op me schoot, zo lief. Ik vond het bijna rot dat ik hem 's avonds weer terug most brenge. Afijn me vriendin doet ope en zegt, wat heb je nou bij je Bep ... en waar is Pinkie? Nou meid, het zweet brak me uit. Had ik de verkeerde hond mee naar huis genome. Ja hallo, ik had me bril niet op en die kleine keffertjes lijke allemaal op mekaar hé? Kind, het huis was te klein, totale paniek.

Nou, zie dan maar 's te achterhale waar je hondje is gebleve. De supermarkt was inmiddels geslote en Pinkie in geen velde of wege meer te bekenne natuurlijk. Na een slapeloze nacht, veel gedoe en heen en weer belle, hebbe we vanmorge die beeste weer om kenne ruile. Goh, het baassie van neppinkie was zo blij dat ie zijn eige hondje weer terug had. Ja, dat begrijp ik ook nog wel, die heb een hele nacht met dat mormel van me vriendin opgescheept gezete. Maar Hanna was in de wolke en Pinkie liet meteen ze tandjes weer zien hé... kijk, hij lacht naar je zeg ik nog droog tege me vriendin. Nou ik kon geen goed meer doen natuurlijk.

En nou ben ik afgepeigerd, dus vanavond maar is effe lekker vroeg onder de wol.
Nee, ik ben gek op dieren, maar Pinkie en ik worde vast geen vriende, ach... je kan niet alles hebbe in het leve.

© Ingrid Punt februari 2014



maandag 3 februari 2014

Latte





Latte

‘Hé Mop, ik ben d’r weer hoor.’ 
Bep ziet er blakend uit met haar gebruinde hoofd. 
‘Heb je me errug gemist?’ 
‘Wat denk je zelf Bep, ik heb het al die tijd op moeten houden, dus ik heb eigenlijk best wel hoge nood.’ ‘Nou wijffie, je zal het nog effies op motte houwe want ze zijn allemaal bezet. 
‘Waar ben je al die maanden geweest Bep?’ 
'Ik ben weze overwintere op Nova zembla’ 
‘Echt? Vraag ik ongelovig terwijl ik mezelf direct een klap kan geven voor mijn onnozelheid.’
’Nee natuurlijk niet, zie ik zo bleek? Nee hoor, lekker in Benidorm. En zal ik je nou ‘s een mop vertelle? Ik heb nog een leuk ventje aan de haak geslage ook. Hij heet Henk,’t is een lieverd en hij komt uit Den Haag.'
Ze kijkt even bedenkelijk. 'Tja, daar ken hij ook niks an doen natuurlijk.' 

‘Goh Bep, wat leuk voor je, maar ik dacht eigenlijk dat je daar niet meer op zat te wachten?’
'Nou kind, dat is ook zo, maar ’t komt zoals ’t komt. Ik was met Marie – een vriendin  van me. Hier kanne we het goed zame vinde, maar als je een paar maande tege mekaars kop an zit te kijke, ga je je eige ergere an kleine dinge hé. En Marie is een hypo… uh, hoe noeme ze dat nou ook alweer…. een hypo…. Nou afijn, ze had overal last van. Ze had ook een koffer vol met medicijne bij d’r. Een pilletje voor dit en een zalluvie voor dat. Ze kreeg jeuk van de zon, jeuk van de ligstoele, jeuk van 't zwembad en van de zee. Ze had een vlekkie hier, en dan weer een vlekkie daar. Nou ik kreeg er de vlekke van in me nek- de rotzenuwe kreeg ik van d’r - Nou daar had ze natuurlijk ook wel wat voor.

In ene had ze ook last van een glute allergie. Nou daar had ik voor die tijd nog nooit wat van gemerkt, want ze vrat alles wat los en vast zat, ook al stond ’t stijf van de glute. Helemaal krankjorum werd ik van d'r. Maar hoe pak je zoiets an hé? Ik denk, ik mot wat doen voor ik haar straks de herses in sla. Dus op een gegeve moment heb ik gewoon gezegd dat ze d’r niet lekker uit zag en dat ze misschien beter effies op bed kon gaan ligge. Nou dat was niet tege dovemansore gezegd. Ze was meteen weer ziek, zwak en misselijk. Misschien een beetje lullig van me, maar nood breekt wette.  

Dus ik ben lekker alleen naar de Hollandse koffietent op de hoek gegaan, effe lekker uit de wind zitte.
En ja hoor, daar zat ie… Henk, in de sneuvelhoek.’
’De sneuvelhoek?’
‘Nou ja, achterin de tent, waar de manne na het biljarte nog effe een lekker afzakkertje neme.’
’Oh,  knik ik begrijpend.’ 
‘Hij bood me een drankie an en het was eigenlijk meteen raak. Liefde op ’t eerste gezicht, van beide kante. ’t Is me toyboy.’ 
Ineens komt er een vreemd gierend geluid uit de mond van Bep. Eerst schrik ik me wezenloos, maar dan herinner ik me weer dat Bep een nogal eigenaardige lach over zich heeft. 
‘Hij is een paar jaar jonger dan ik hé, hij is zeventig. Ja ik denk, wat zij van Paay kan, kan ik ook. Je vindt me toch niet gek hé?’ Haar ogen krijgen ineens een onzekere uitdrukking, iets wat ik bij Bep nooit eerder heb kunnen ontdekken. 
‘Nee hoor Bep, je moet lekker doen waar je zelf zin in hebt, je leeft tenslotte maar één keer.’
’Zo is ‘t schat. Ik had nooit gedacht dat het er nog ’s van zou komme dus zo zie je maar. Maar we gaan niet same wone hoor, we gaan lekker latte. Hij ze eige plekkie - ik hoef niet zo nodig in Den Haag te zitte, mot er niet an denke, en ik hou ook me eige plekkie.

Kijk meid, met me man zaliger ben ik 49 jaar getrouwd geweest. En als je me nou zou vrage hoe we dat zo lang vol hebbe kunne houwe, dan zeg ik alleen maar, we konde mekaar goed vele. Want zeg nou zelluf, hoelang ken een mens constant een ander om zich heen vele? Dat heb ik met niemand anders, dan gaan ze me op de zenuwe werke, neem nou Marie. Kijk, me man had ze eige ding en ik had me eige ding en zame hadden we ook nog een paar dinge.’ Bep geeft me een veelbelovende knipoog en ik krijg ineens visioenen van Bep in de echtelijke sponde.

‘Oh Mop, d’r is er ééntje vrij, ik zou maar holle, als ‘t tenminste gaat lukke met die volle blaas.’ 
Gelukkig, denk ik, net op tijd en dan heb ik het niet over mijn blaas. Haar gierende lach begeleid me naar het toilet waar ze een doekje over de bril haalt. 
‘Ga je gang meid.’ 
‘Hoe is het eigenlijk met je vriendin Marie afgelopen Bep?’ vraag ik voor ik de toiletdeur achter me sluit. ‘Oh, die hebben we in late slape.' 
Er volgt weer een lange gierende uithaal … 
‘nee hoor schat, geintje!’


© Ingrid Punt maart 2013


zaterdag 1 februari 2014

Handlezen




Handlezen

"Handlezen, één euro," Bep tikt op het bordje dat voor haar op tafel staat en kijkt me vanachter haar leesbril vragend aan. 'Of kom je alleen voor de gezelligheid?’
‘Tja meid, we moeten allemaal een beetje creatief te werk gaan hede ten dage. Dus ik dacht zo bij me eige, ik doe er niemand kwaad mee, dus waarom niet? Zie het als en geintje. Het komt zo…'

'Ik was met Henk -mijn nieuwe Haagse vlam- naar een paranormale beurs. Hij is er helemaal krankjorem van, dus nou vooruit, ik mee. Meid, je weet niet wat je meemaakt. Vijfentwintig euro de man, tel uit je winst. En druk… en allemaal van die zielepiete die denke d’r beter van te worde. Je moest iets persoonlijks neer legge, dus ik heb ’t schoteltje van hier daar op die tafel gezet.

Het begon al lekker. Die helderziende bleek een soort afgekeurde Jomanda in een lange jurk die het podium op kwam hinken. Het leek er wel eentje van de zwarte kousenclub. D’r compagnon was een klein dikkertje, dat plaatsnam achter een orgeltje. Ik dacht nog, ach gut, ’t lijkt wel een komische act. Echt een paar apart zal ik maar zegge. Met moeite kon ik de slappe lach -die natuurlijk al snel op kwam zette inhoude. Arme Henk, die voelde de bui al hange, dus die zat me al in me hand te knijpe.

Afijn, na een paar valse note op dat orgeltje begint die nep Jomanda met haar helderziende gave en laat ze nou nét mijn schoteltje van tafel pakke. Ze begon over een moeilijke stoelgang. Dus ik steek me vinger op, want dat moest dus bij herkenning. Begon ze over me zere knieë, nou dat is een makkie. Elke blinde kan zien dat ik moeilijk loop. Maar ze bleef daar maar over door zeure. Kreeg zeker niks anders van bove door. Ik moest echt op me tong bijte anders had ik gezegd dat ze naar d’r eige rot knieë moest kijke.

Maar ik laat me niet meteen kenne, dus ik denk, effe meespele Bep. Op een gegeve moment pakt ze me hand en zegt, U bent krankzinnig. Me bloeddruk begon al te stijge… had ik haar verkeerd verstaan. Kunstzinnig, bedoelde ze. Nou kunstzinnig klopt wel. Na de geboorte van me kleinkindere ben ik an het breie geslage. Truie met Micky en Donald Duck, zo mooi… niet te filme. Maar die koters ware allergisch voor wol, dus binne een mum van tijd zate ze onder de uitslag. Nou toen had ik het gauw bekeke. Wat dat betreft zat ze dus wel goed. Maar het kan even zo goed een toevalstreffer geweest zijn, niet dan?

Ik bedoel maar, dat is toch maar effe snel verdient. Dus ik denk… wat Jomanda ken, ken ik nog veel beter. Nou meid. Ik kan je vertelle, sinds ik dat extra schoteltje heb neer gezet zit ik op spirituele roze. En al wat je nodig heb is gewoon een flinke dosis mensekennis. Je moet de mense gewoon goed ankijke en dan weet je al half wat voor vlees je in de kuip heb. De mense late d'r eige zien zoals ze zijn zal ik maar zegge.

‘Hé, tante Bep, kan u mijn hand ook lezen? De opgeschoten knaap voor me legt een euro op het schoteltje en duwt zijn hand onder de neus van Bep.
‘Je hebt in elk geval je hande niet goed afgedroogd jongen, dat is over duidelijk.’zegt Bep terwijl ze zijn hand inspecteerd.
‘Maar….’ze kijkt de jongen bezwerend aan. ‘Maar… binnenkort ga je in de auto naar je werk en zegge ze meneer tege je.’
Zijn wangen kleuren rood. ‘Goh, te gek, dank U wel ,’ en hij maakt zich – met een glimlach van oor tot oor uit de voeten.

‘Die was niet zo moeilijk hoor, ik heb ze moeder gistere gesproke, die komt hier elke dag wel effe langs,’zegt bep me zodra de jongen uit het zicht verdwenen is. Morge heeft ie een sollicitatie gesprek. En of hij nou wel of niet word angenome, het is goed voor ze zelfvertrouwe, dus ik doe er eigenlijk niemand kwaad mee.

Zie je die dame daar voor de spiegel?’ Voor de spiegel staat een vrouw van middelbare leeftijd aan haar kapsel en kleren te plukken. ‘Ze komt net van de kapper en ‘t zit niet naar haar zin. Kijk maar, er zitten nog haartjes tussen haar kraag. Een grote bos bloeme in haar tas. Dat mantelpakkie draagt ze alleen op zon en feestdage, en is niet echt meer van deze tijd. En nu kwam ze d'r vanmorge achter dat het ineens wel erg aan de krappe kant zit. Maar ja, het is haar enige nette pakkie. Knellende schoene, aan de hakke te zien nét gekocht, en daar heeft ze nu al spijt van.…Conclusie, ze gaat naar een feesie, waarschijnlijk een verjaardag.
De vrouw wast haar handen, plukt nog even aan haar kapsel, loopt moeizaam langs Bep’s tafeltje en legt dan een muntje op het schoteltje.‘Handlezen? Goh, wat grappig.’Ze haal nog een euro uit haar portemonnee en duwt haar vlezige hand onder de neus van Bep. ‘Oh, zegt Bep, ‘ik zie het al. Een feesie in het verschiet. U en uw kapper begrijpe elkaar niet en U heeft een gigantische miskoop gedaan. O ja, en U gaat binnekort op dieet.

‘Wonderbaarlijk,’ kirt de dame, ‘hoe weet U dat allemaal?’
’Dat lees ik net in uw hand dame, tja, het is een gave. ’
De vrouw loopt hoofdschuddend met haar pijnlijke voeten weg.

‘Geef me je hand 's ‘zegt Bep en ik voel me een beetje ongemakkelijk.
‘Nou vooruit, niet zo kinderachtig, voor jou doe ik het gratis. Ze neemt mijn hand in de houtgreep en er is geen ontkomen aan.
’Ja hoor, jij moet gaan schrijve.’
’Dat is geen kunst Bep, dat wist je.’
’Nou oké, maar je eerste roman komt uit op…’
Ik kijk haar vol verwachting aan...
'Het toilet is vrij, en de rest mag je zelf invulle lieverd’
Ik zucht terwijl ik naar de toiletdeur loop. Ze heeft gelijk, sommige dingen hebben we gewoon zelf in de hand.

© Ingrid Punt april 2013


maandag 27 januari 2014

Elfstedentocht


Elfstedentocht


“Kijk uit hoor meid dat je niet onderuit gaat. Ik had al een dweiltje neergelegd en een bordje d’r bij met –voeten vegen a.u.b.- maar geen hond die ’t leest, ze lope zo met d’r sneeuwschuivers naar binne, en voor je ’t weet leg je op je muil. Daar kan ik echt niet tegenop dweile. Wat is ’t trouwens koud hé?”
Bep wrijft in haar wollen wanten en trekt de felgekleurde ijsmuts die ze op haar hoofd heeft nog wat strakker aan. Als ze ziet dat ik haar hoofddeksel sta te bewonderen verontschuldigd ze zich.
“Ja ’t ziet er misschien niet uit, maar het is niet om te harde als je hier zo’n hele dag mot zitte, ik heb alleen maar dat ene straalkacheltje. Ik had me toch een kouwe fikke”
Ik werp een blik in de spiegel en zie dat ik in mijn witte winterjas wel iets weg heb van een poolbeer.
“Wat maakt ’t uit Bep, we lopen d’r allemaal als gestopte worsten bij met dit weer, wat kan ‘t je schelen. Als je het maar niet koud hebt.”

”Je heb nog gelijk ook. Heb jij al geschaatst? “
”Nee Bep, hoe zal ik het zeggen, schaatsen is niet echt mijn ding, ik zwem liever."
“Nou ik bak d’r ook niet veel van, ja mijn man zaliger was een echte schaatser, maar die kwam dan ook uit Friesland.”
“Oh ja Bep, was jij met een Fries getrouwd?” vraag ik vol interesse.”
“Nou ja.... hij kwam eigenlijk uit Gelderland, maar dat scheelt maar een slok op een borrel.”
“Ik denk niet dat ze het daar in Friesland met je eens zijn Bep.”
“Ach, wat maakt ’t uit, hij kon in ieder geval lekker schaatse en dat deed ie dan ook veel en graag. Met ze hande op ze rug en dan maakte die van die lange slage met ze lange bene .’t Was gewoon een lust voor ’t oog als je hem voorbij zag schuive. Hij heeft ’t mij ook nog probere te lere, maar dat was niet echt een succes. Volgens mij heb ik daar toen ook me knieën mee vernacheld.
Ik zie mezelf nog stuntele achter een keukestoel met van die Friese doorlopers waar je zo lekker op zwikte en een knalrood kusse an me toges gebonde. Ik leek wel een baviaan. Maar ik ging nogal vaak onderuit en dan wil je wel. Nee, ik was zéker geen Joon Haanappel.

Er komt een moeder met een huilend meisje naar binnen glijden. “Mama koopt zo wel nieuwe wantjes voor je. Ze is haar wantjes verloren.” zegt moeder terwijl ze ons wanhopig aankijkt.
“Ach kind heb je van die kouwe handjes dan, kom... dan zal Tante Bep ze wel effies warm make.”
Bep klemt de rood-blauwe handjes van het meisje tussen die van haar en begint te wrijven of haar leven er vanaf hangt. Het kind kijkt haar verschrikt aan maar is direct haar tranen vergeten.
“Zo lieverd, zo gaat het wel weer hé. Het kind lacht door haar tranen heen als Bep haar een paar toffees in haar handjes propt. Ze geeft de moeder een knipoog en moeder en kind duiken het toilet in.

Wat denk je, zou die doorgaan? “
“Wat Bep?”
”Nou de elfstedetocht natuurlijk, zou die doorgaan?”
“Ik heb eerlijk gezegd geen idee Bep, als het een beetje door vriest zit er wel een kans in,"
"Nou ik hoop het wel, dan ga ik lekker tv kijke. Ik heb me buurtjes al allemaal uitgenodigd. Hij van die hengel komt ook, voorlopig kan ie toch niet vissen. Gezellig, ik heb al chocolademelk en een neutje ingeslagen. Lekker appeltaartje d’r bij. Hé ja, ik heb d’r echt zin in om die gaste te zien Klune.
Daar krijg ik dan zo’n nostalgies gevoel van.”
Haar ogen worden vochtig, ” net of ik me man weer voorbij zie schuive.”
Maar dan mot ’t wel doorgaan hé. Anders mot ik die rotzooi allemaal alleen weg werke.”

“Kijk, die neut komt wel op, maar van al die appeltaart en chocolademelk krijg ik een vet hart.”

© Ingrid Punt


zondag 22 december 2013

Chagrijnig


chagrijnig


“Och meid, ik word de laatste tijd doodziek van die klante. Kerst of geen kerst, maakt geen moer uit. “
Ze slaat haar hand tegen haar voorhoofd en kijkt melodramatisch naar het plafond alsof  ze de kerstklokken al hoort luiden.

” Goeiemorge of goeiemiddag kan er niet van af, ja en wat dat betreft ben ik een kreng hoor, maar als ik zo’n zeikerige arogante tronie zie zeg ik juist overdreven goedemorgeee, tot ziens en de hartelijke groete thuisss, maar god hoort me bromme."

"Ik weet niet wat het is meid, maar vroeger kon je nog wel ’s een geintje met de mense make. Maar tegenwoordig kijke ze je an alsof ze water zien brande. ’t Wordt er toch allemaal niet leuker op. Crisis, an me hoela. Hoe meer de mense hebbe hoe inhaliger en chagrijniger ze worde. Vroeger hadde we met z’n alle niks, noppes, nada, maar de mense hielde mekaar op de been met humor en stonde voor mekaar klaar, we hadde tenslotte geen één van alle wat en wát we hadde deelde we met mekaar en dat was vooral de humor.

Bep slaakt een diepe zucht,  “t lijkt wel of ze mekaar tegenwoordig het licht in de oge niet meer gunne. Ikke, ikke, ikke en de rest... nou ja.... zo’n mentaliteit weet je wel? Je vraagt je toch af waar ’t met kerst nou eigenlijk om draait. Nou niet om de medemenselijkheid dat kan ik je wel vertelle. Nee, hoe kenne we met ze alle zo snel en goedkoop mogelijk an zoveel mogelijk spulle komme en dan maakt het niet uit of we ondertusse een ander onderuit motte hale met een grote muil of ze het vel over de ore motte trekke. “

Bep schiet plots weer in het gareel, “Goedemiddag dame,” zegt ze vriendelijk tegen een hoogblonde dame bij wie de cosmetica met volle kracht heeft toegeslagen. De peroxide dame vertrekt geen spier en houd haar gezicht angstvallig in de plooi alsof ze bang is dat haar kunstig aangebrachte make-up het elk moment zou kunnen begeven. Hooghartig -zonder Bep en mij een blik waardig te gunnen-  loopt de naar de eerste toiletdeur.
”Kijk , dat bedoel ik nou, wat een kapsones, en waarom? vraag ik mezelf dan af. Moet je maar ’s oplette, de mense worden er echt niet vrolijker op. Die mondhoeken zakken steeds verder, hoe meer ze hebben hoe chagrijniger ze worde.”

En ze mankere allemaal wel wat hé, dat is het enige waar ze nog over kenne beppe. klage, zeike, zieke, zeure. Het lijkt soms wel of ze tege mekaar op zitte te biede. De één heb dit en de ander heb dat. Daar wordt een mens toch niet vrolijk van. Nou meid, ik wil niet veel zegge, maar ik persoonlijk heb liever dat ze om me lache dan om me huile.
“Dank U dame, voor uw gulle bijdrage en nog een gezellige dag verder” zegt Bep overdreven vriendelijk als de hoogblonde pruik even later zonder iets te zeggen 50 eurocent op het schoteltje deponeert.
“Zou ze écht doofstom zijn?” vraagt Bep luid als ze de wandelende schoonheidssalon twijfelend nakijkt. Ik haal mijn schouders op en vraag Bep of ze nog plannen heeft voor de komende feestdagen.

“Nou ik weet ’t nog niet” zegt Bep terwijl ze haar mondhoeken laat zakken.
"Ik heb de laatste tijd zo’n last van ............. heb je nog effe?"



© Copyright Ingrid Punt december 2011

dinsdag 3 december 2013

Brillenboer








'Wat vind je van me bril?'
Bep kijk me uitdagend aan. Op haar neus prijkt een enorme bril met een dik, grof zwart montuur.
'Nou Bep, ik kan er niet omheen, hij is ... apart?'
'Ja, apart, maar vind je hem ook staan?'
Ze schuift de bril iets naar voren en staart me nu  met een doordringende blik over haar brillenglazen aan.
'Ja, hij staat je goed. Jeugdig en sportief, en zoals ik al zei, ik kan er niet om heen.'
'Dus je vindt hem te groot?'
'Nee, Bep, hij staat je echt goed, maar ik wist niet dat jij een bril droeg?'
'Nou laat ik het zo zeggen, ik had thuis nog een ouwe dienstfiets, zo'n ouwerwets ziekenfonds gevalletje. Daar ga ik natuurlijk niet mee over straat hé. Buiten doe ik alles op de tast. Maar thuis voor de tv kan ik natuurlijk niet zonder.'

'Maar een paar weke gelede vroeg Jannie - een vriendin van me - of ik met haar mee wilde naar de opticien. Ze had een nieuwe bril nodig. Nou vooruit, ik ben de beroerdste niet en aangezien ik ook wel aan een nieuw kek montuurtje toe was ben ik met 'r meegegaan. Dus wij naar de brilleboer. We werde geholpe door een snuiter in driedelig grijs. Hij stelt ze eige voor als Michiel. En waar het nou precies aan lag, ik weet het niet, maar vanaf het eerste moment moest ik die knaap niet. Ik heb wel 's gehoord dat 't wat met geur of trillinge te make kan hebbe. Iets van vibratie of zoiets dergelijks.  Maar hij leek ze eige geweldig te vinde, een nep George Clooney eerste klas zulle we maar zegge.

'Zo dames, zullen we eerst maar eens even de ogen opmeten?'
Jannie ging eerst. Nou d'r sterkte -of zwakte, of hoe je het noeme wil, was niet gering. Ze had nog net geen hond nodig. Gelukkig kennen ze tegewoordig een hoop. Vroeger kreeg je meteen van die jampot glaze. Ze had daarvoor al een mooi montuurtje uigekoze. Maar na die meting zat ze al zo op d'r stoel te wippe en heen en weer te schuive. Helemaal kriegel werd ik er van.

Op een gegeve moment staat die snuiter op om koffie voor ons te hale. Ja, het mag wat koste tegewoordig. Dus ik zeg tege Jannie, 'zeg zenuwelijer, zit is effe stil, ik word bloed nerveus van je.'
'Bep' zegt ze, 'die vent wil me een multifocale bril aan smere. En daar heb ik helemaal geen zin in. Die glazen zijn hartstikke duur en dat trekt bruin niet. Ik heb zeker al vier keer gezegd dat ik ze niet wil maar hij blijft maar door zanike. Ik durf haast geen nee meer te zegge.'

'Nou meid,' zeg ik, 'laat dat maar aan mij over.'
Afijn, dat pak komt terug met ze nespresso en ja hoor, ik nip net an me koffie of hij begon al voor te rekene wat die varifocale troep koste. Ja, die dure koffie mot natuurlijk uit de lengte of uit de breedte hé. Ik denk, jij bent mijn.
'Zeg Michiel, heb jij soms op dramme gezete?' Hij kijkt me an met dat uitgestreke smoelwerk van 'm.
'Of ik op drummen heb gezeten?'
'Nee, op dramme, je blijft maar door dramme. Welke lettergreep van nee begrijp je niet?
We komme hier om ons een bril aan te late mete, niet om ons een oor aan te late naaie.  Verdiene jullie nog niet genoeg?'

Nou meid, hij kreeg me een rooie kop. Hij begon een beetje te stamele en te stottere,  'zal ik dan nu uw ogen maar even opmeten?'
'Nou beste Michiel, laat maar zitte' zeg ik  'ik zie ineens weer haarscherp.'
Binne een poep en een scheet stonde we weer buite.
Afijn, Jannie heb d'r  bril, mét gewone glaze.'

Van de week ga ik naar de brilleboer bij mij om de hoek, Een kleine zelfstandige, die gun ik het meer.
'Één ding snap ik niet Bep, je hebt toch al een nieuwe bril?'
'Nee hoor Mop, dit is een nep montuur van de feestwinkel, ik wilde gewoon wete of zo een modern gevalletje me wel stond.
Ze begint te gieren van het lachen en steekt haar vingers door het montuur waar normaal gesproken de glazen horen te zitten.
'Hoeveel vingers steek ik op?'


© Ingrid Punt december 2013