woensdag 2 oktober 2013

Crisis



Crisis

“Tsja wat een geld hé voor een plas? “ Ze kijkt me beschaamd aan terwijl ze op het bordje tikt dat naast haar op tafel staat. 50 eurocent staat er op.
"Maar ik zal wel moete... crisis hé. Ik mot ook me kop bove water zien te houwe net als iedereen."

Ik pak m’n portemonnee, roer wat tussen de losse muntjes om er vervolgens een glimmend muntje van 50 cent tussenuit te vissen.
“Heb je ze pas gepoetst?”
“Ja Bep, en ik heb m’n best erop gedaan dus wees er zuinig op.“
“Ach, je kan ze beter poetse als uitgeve tegenwoordig. Weet je wat het is meid, we gaan gewoon weer terug naar af, daar hebben we met ze alle  na de oorlog nou zo hard voor geknokt. We hadden alles toch goed voor elkaar? Pensioen, a.o.w. huursubsidie, kinderbijslag, ziekenfonds.... noem maar op.We hadde het echt nog niet zo slecht.”

Het wordt ons zo langzamerhand allemaal weer afgepakt. De ziektekoste rijze de pan uit, m’n ouwe buurvrouw gaat niet meer naar de dokter omdat ze het niet kan betalen. En als je baas je niet meer mot krijg je een schop onder je kont en neemt ie een jonkie van achttien an, die er na een paar maanden ook weer uitvliegt. Want dan hoeven ze je geen vast contract te geven. Ja en ze komme d’r mee weg. Wat dacht je van de heren bankdirecteuren? Ze hebbe d'r een zootje van gemaakt. Als jij een fout maakt op je werk mot je jezelf toch ook verantwoorde? Nou die hoge heren niet hoor, die krijgen een vette bonus en een ander lucratief baantje waar ze de boel weer uit kunnen melke."
Bep wordt steeds roder en ik vrees even voor haar bloeddruk.
“Hé... wat zit ik me nou weer op te winden, het helpt je toch geen ene moer.”

“Komt u maar hoor dame, de middelste is vrij.”
Een forse  vrouw loopt hijgend en steunend het toilet in. Bep wacht tot ze de deur achter zich heeft gesloten om me met ogen vol ongeloof toe te fluisteren... “wat een slagschip” ze kijkt nog even bedenkelijk naar de deur om dan haar verhaal te vervolgen. “Weet je wat het is meid, de duvel schijt altijd op een grote hoop. As je voor een dubbeltje gebore bent dan word je nooit een kwartje.”
Ik kijk naar het bordje waar 50 eurocent opstaat, ze volgt mijn blik, “nou ja, proberen kan natuurlijk geen kwaad.” We schieten beiden in de lach, tot we gerommel aan de middelste toiletdeur horen.

Bep kijkt me geïrriteerd aan, “nee hé... da’s al de zoveelste die de deur niet open krijgt vandaag. Mot ik er straks nog een ander slot op laten zetten ook."
Ze loopt naar de deur, “mevrouw, gewoon doordraaie die knop, “
Bep rommelt wat aan de deurknop maar er is geen beweging in te krijgen.
“Hij gaat echt niet meer open “ roept een benauwde vrouwenstem vanachter de deur.
“Geen paniek, ik haal wel effe de hulptroepe.” 
Hou jij het fort effies in de gate wijffie dan haal ik Jasper d’r effe bij."


Bep komt terug met een lange pukkelige slungel met stropdas, ik vermoed dat het hier de bedrijfsleider betreft. Jasper blijkt niet voor één gat te vangen en na wat sussende woorden richting toiletdeur -waarachter het gesteun en gejammer steeds paniekeriger word- weet hij uiteindelijk de deur open te krijgen. Met een verhit gezicht waggelt de forse vrouw naar buiten waarna ze de slungel overdadig bedankt voor zijn reddingsactie. Jasper laat de complimenten glunderend over zich heen komen. Zo dat klusje heeft hij ook weer geklaard, om vervolgens met een knikje richting mij en Bep verder te gaan met waarvoor hij eigenlijk is aangenomen- het bedrijf leiden-

“Zo, zijn dag is ook weer goed, “ ik kijk Bep verbaast aan.” Ja, zo’n jonge staat hier ook voor een grijpstuiver, hij is al de zoveelste bedrijfsleider dit jaar. Tja meid, het word er allemaal niet beter op, als het zo doorgaat lig ik straks ook aan de gallemieze en kan ik doorwerke tot m’n honderdste -als het me gegeve is- en kunne ze me hier in me kist naar buite drage."

Dan kijkt ze plotseling verschrikt naar het schoteltje op tafel...
”Als je me nou besodemietert ... dat slagschip heb niet betaald!!!”


© Copyright Ingrid Punt december 2011



zondag 29 september 2013

Passie


Passie


'Hé wijfie, das lang gelede, alles goed met je?' 
'Met mij wel Bep, en hoe is het me jou?' 
'Ach, naar omstandigheden gaat het wel, maar ik had van de week nog een crematie.'
'Oh,' ik kijk haar verschrikt aan. 
'Tsja,  Edje  -een neef van me, nou ja, hij was niet echt familie, maar aangetrouwd. Van de kouwe kant zal ik maar zegge, maar goed, ik zag ‘m geregeld en uit goed fatsoen ga je dan toch.' 

'U kunt doorlope hoor meneer, de achterste is vrij.' 
Ze wacht tot de man de toiletdeur achter zich heeft gesloten en dan krijgt ze een duistere blik in haar ogen terwijl ze me toefluistert;
'Ze denken an een gebroken hart.'  
'Jee Bep, dat is niet fijn, een verloren liefde?' vraag ik meelevend.  
'Ach, zo zou je het eigenlijk wel kunnen noemen. Sperziebone.'
'Sorry?'
'Hij wilde niet bij de sperziebone.'

'Hij werkte al 30 jaar in de conservefabriek, hij was de chef van de afdeling doperwten. Uren kon ie d’r over doorwauwelen. Doperwten, velderwten, tuinerwten, blik, pot, diepvries, de kleur, de maat, de leeftijd, fijn, zeer fijn, extra fijn, afijn… hij wist er alles van. Hij heb wat verjaardagen verstierd met z’n saaie verhalen. Zodra Edje binnenkwam wist je dat de rest van de avond verziekt was. Kon de stakker ook niks aandoen natuurlijk want hij had niks anders om hande en geen andere interesses.
Geen hobby’s, geen vrienden,  nee helemaal niks. Ja, die doperwten dus. 

Op een gegeven moment noemden we hem ook zo. Dan was ‘r een verjaardag en zate we aan de koffie en dan was het van; komt dop-Edje nog? Maar na jaren op de doperwte werd ie zó opzij geschoven voor de zoon van de baas. Hij kon zó het veld ruime en bij de sperziebone gaan staan. Edje had daar natuurlijk helemáál geen zin in, want wat valt er te vertellen over sperziebone?
Helemaal niks, noppes, nada, één pot nat. Dus ze passie was weg hé? Wel de verhalen, maar zonder passie. En meid als je wat doet zonder passie, dat is misschien wel het ergste wat een mens kan overkomen. 

Hij vertelde nog steeds dezelfde verhalen maar de bezieling was uit ze ogen verdwenen. Tsja, je zag hem steeds stiller worden en hij ging zienderoge achteruit. En toen werd de nieuwe chef van de doperwten gepromoveerd - jaha...dat gaat snel met de zoon van de baas-  
Dacht Ed dat ie weer terug kon, hij zag het al helemaal zitten, je zag hem weer helemaal opfleuren. Wat denk je?' Ze kijkt me verontwaardigd aan, en ik vermoed het ergste.
'Late ze nou een ander op die plek zette. Die baan gaat zo aan ze neus voorbij, nou en dat is waarschijnlijk ze nekkebreker geweest. Na twee maande legde die ‘t loodje. Zielig  hé?'

‘Tot ziens,’ ze knikt de man vriendelijk toe als hij het geld op het schoteltje legt en dan vraagt ze me, 'lust jij sperziebone?'
'Nou het is niet mijn favoriet Bep, maar als ik het voorgeschoteld krijg, dan wurm ik ze wel naar binnen.'
 'Nou ik at ze geregeld maar uit solidariteit zal ik van me lang zal ze leven geen sperzieboon meer aanraken, dan zie ik steeds die trieste kop voor me. 
Kijk, Edje was en saaie pief, maar dit had ie niet verdiend!'

Ik kan niet anders dan haar gelijk geven en denk tegenwoordig twee keer na voor ik sperziebonen op tafel zet, ik zie steeds een trieste kop voor me...


© Copyright  Ingrid Punt  oktober 2011

zaterdag 21 september 2013

Verjaardag


Verjaardag

"Heb ik je al verteld over Rinus?" In de veronderstelling dat Bep me weer een amoureus verhaal uit een ver verleden gaat vertellen, kijk ik haar argwanend aan.
"Nee Bep, maar  vertel" weet ik enthousiast uit te brengen.

'Nou Rinus is een neef van me en een beetje kierewiet. Maar met ze verjaardag ben ik toch maar effie’s  bij hem langs gegaan, gewoon omdat er verder haast geen mens naar hem omkijkt. Afijn, ik een sigaartje voor ‘m gekocht –want dat vind ie lekker- maar voor ze deur stond ie me al op te wachte in ze nette pak, plastic tassie in ze hande.
Ik zeg nog, "wat nou Rinus mag ik niet binne komme voor een bakkie?"
"Jawel, zegt ie, maar we gaan lekker naar ’t tuincentrum."

Nou was het gelukkig lekker weer -en ik kon zelf ook nog wel wat plantjes op me balkon kwijt- dus dat leek me wel een goed idee. Maar ’t was best nog een pittig eindje lopen vanaf zijn huis en ik had me mooie rooie pumps aan... m’n zit schoenen... weet je nog? Maar goed ’t was ze verjaardag dus ik wilde niet lullig doen, maar bij het tuincentrum stonde de blare op me hiele.

"Wat voor plantjes wil je hebbe Rinus?" Vraag ik nog met me goeie gedrag."
"Plantjes? Ik mot helemaal geen plantjes!" zegt ie.
"Waarom loop ik dan dat hele pokke end hier naar toe?" vroeg ik nijdig.
"We gaan lekker koffie drinke Bep... die is hier gratis. Wat wil je meid, koffie, warme chocola, cappuccino of latte machiaa... Uhhh... Nou ja dat slappe Italiaanse spul. Zeg maar wat je lekker vindt d’r is genoeg keus en het kost me niks."

Nou had ik pijn in me voete, dus ik plof daar aan die tafel bij de koffieautomaat, ik was blij dat ik me pumps effe uit kon doen. Hij haalt koffie... niet te zuipe... maar goed, ik wilde niet lullig doen.
"Wil je d’r een lekkere gevulde koek bij?" vraagt ie, en hij haalt een pak gevulde koeke van de Euroshopper uit ze tassie.
"Hier meid, lekker neem d’r maar meteen twee, ik ben tenslotte jarig."
Nou weet ik dat ik van gevulde koeke ’t zuur krijg en zeker die van de Euroshopper... maar ik wilde niet lullig doen... het was tenslotte ze verjaardag. Maar ’s avonds heb ik het gewete. D’r is geloof ik wel een hele doos Rennie’s doorheen gegaan. Maar goed... ik geef ‘m dat sigaartje... als een kind zo blij. 

Hé... ome Rinus was ’t om de haverklap als d’r iemand langsliep.
"Gezellig hé," zegt ie... "ik kom hier vaak hoor, ’t is net of ik een hele hoop aanloop heb en of ze allemaal bloemen voor me hebben meegenome." Toen nam ie nog een slobber van ze koffie en ging ie genietend in de rondte zitte kijken. Nou in die tussentijd konde mijn hiele een beetje op adem komme. Na een bakkie of vier en twee gevulde koeken verder vond Rinus het welletjes.
"Kom meissie we gaan maar weer ’s op huis aan."

Ik heb mezelf in me pumps gepropt en heb ‘m netjes thuis afgeleverd... zonder plantjes...
’s Avonds belde die me nog op.
"Gezellig daggie gehad hé Bep? Volgend jaar doen we het weer."
"Weer naar het tuincentrum Rinus?" Vraag ik nog in m’n onbenul.
"Nee," zegt ie "dan gaan we naar de Nieuwe Ooster."
"Doe me een lol Rinus met je begraafplaats... je bent toch niet van plan om de pijp uit te gaan? Je kan nog wel een paar jaar mee hoor." 

"Nee natuurlijk niet... maar dan krijge we lekker een plak cake...  ik krijg ’t zuur van die gevulde koeke."


Copyright© Ingrid Punt september 2011



dinsdag 17 september 2013

Wilhelmus


Wilhelmus

'Jij had zeker verwacht mijn zuster hier vandaag te zien?'
Tot mijn grote verbazing zit Bep gewoon op haar stek alsof ze daar nooit weg is geweest.
'Ik dacht dat jij er een paar dagen tussen uit zou gaan?' vraag ik haar verbaast waarop ze me met een scheefgetrokken mond aan kijkt.
'Tja.. dat dacht ik dus ook maar dat ging mooi  niet door. Zoals afgesproken ging ik mijn vriendin ophalen -ik had je verteld dat ze een beetje warrig is de laatste tijd-  maar toen ik bij haar aanbelde stond ze erop dat ik effe binne zou komme. Ik zeg nog tege d’r, kom op nou Miep we hebben een trein te hale –we zoude een dagje naar Hoogh Catharijne, en ik was al laat- maar nee, ze stond erop. D’r was een goeie vriendin bij haar op bezoek en die wilde ik vast wel graag zien.

Ze deed zo enthousiast, en nieuwsgierig als ik ben dacht ik, vooruit dan maar. Ik veeg me voete en loop naar binne. Maar niemand te zien, ik denk; wat kinderachtig gaat ze d’r eige nog verstoppe ook. Zegt Miep die achter me staat;
'kijk dan, zwaai nou effies naar d’r.'
'Wijst ze naar de televisie waar Oprah zit te ouwenelen. En wat denk je? ze begint als een gek naar de televisie  te zwaaie. Nou meid, me mond viel ope, en toen Oprah voor sinterklaas begon te spele en iedereen in het publiek een auto cadeau kreeg, begon ze me toch te juiche.
'Zo, die zijn binne, zegt ze, één voor jou en één voor mij.'

'Kompleet de weg kwijt, en ik wist ook zo gauw niet wat ik daar nou mee aan moest. Dus ik zwaaide maar een beetje mee, naar die trein konde we toch al fluite. Toen Oprah eindelijk uitgewauweld was, wilde ze nog niet weg want dat vond ze zo zielig voor die man. Ik zeg… welke man? Nou die man die het nieuws voor kwam leze. En maar vriendelijk naar de televisie lache, ik kreeg het er een beetje benauwd van. Toen ze aan die nieuwslezer vroeg of ie misschien ook een bakkie koffie wilde, kon ik het niet langer aanzien. Dus ik zet die tv uit. Miep zwaar de pest in natuurlijk, kijkt ze nog achter de tv waar die was gebleve.  Ik zeg kom op nou maar… die televisie gaat niet weg maar onze trein wel. Begint ze me te vertellen dat ze het die ochtend zo druk had gehad want al die renners van de Tour de France  ware bij d’r op de koffie geweest. Ik denk, allejezus, tijd om aan de noodrem te trekke, dus ik heb d’r dochter gebeld.'

We worden in ons gesprek gestoord door een rolstoel die naar binnen wordt gerold.
'Komt U maar hoor dames, er is een toilet vrij. Hoe bent U eigenlijk bovengekomen?'… vraagt Bep vol ongeloof meer aan de rolstoel dan aan de dames.  De magere oude dame in de rolstoel knikt ondanks haar vermoeide blik vriendelijk, legt wat muntjes op het daarvoor bestemde schoteltje, en vertelt dat er gelukkig een paar potige medewerkers behulpzaam zijn geweest. De dame achter haar –aan de gelijkenis te zien waarschijnlijk haar zuster-  rolt  haar moeizaam het toilet in als Bep de deur voor ze geopend houd.
'Wat een gedoe hé, en straks moet ze ook weer naar benede worde gedrage,' zegt Bep nadat ze de deur achter hen heeft gesloten.
'Tijd voor een lift! Als ik mocht kieze dan zou ik tóch nog liever in een rolstoel zitte dan dat ik me verstand kwijt raak. Ook vreselijk natuurlijk maar dan kan je tenminste nog logisch denke hé? Nee, je gezonde verstand is toch het grootste goed.'

'Ze zit nu in een verpleegtehuis. Ik ben gistere  nog effe bij d’r langs geweest. Ze zat het Wilhelmus te zinge, en als ze nou nog een beetje kon zinge. Nou en dan is het slecht met haar gesteld hoor, want ze heeft een pesthekel aan het koningshuis. Ze hadde d’r kroon gejat zei ze, of ik d’r effe een melding van wilde make bij Mark Rutte, toen wees ze een verpleger aan. Gelukkig heb ze een tv op d’r kamer die heb ik maar snel aangezet, kon ik effe op me gemak naar de keuke om een bakkie koffie voor ons in te schenke. Toen ik terugkwam zegt ze; 'kijk Bep, wat zit die mevrouw d’r  haar toch altijd mooi hé?' wijst ze naar die tronie van Geert Wilders ... nou ja!

Ze kijkt me een beetje angstig aan.
'Dat zoiets zo snel kan gaan hé? Ik wist wel dat ze geestelijk achteruit ging maar zó snel. Kind, wat zielig hé, ja ook voor mij natuurlijk want ik zat mooi met die treinkaartjes waar ik geen moer meer aan had. Maar late we het maar zonnig bekijke. Miep heeft nu Oprah als vriendin, dat kan ook niet iedereen zegge.'
Om er met een scheef lachje aan toe te voegen. 
'Maar nu kan ik natuurlijk mooi die auto op me buik schrijve.'


Copyright © Ingrid Punt mei 2011


maandag 16 september 2013

Moppie


Moppie

'Goh… ik ben toch zó blij dat we elkaar weer zien.'
Ik kijk Bep niet begrijpend aan.
'De wereld zou toch vergaan, het laatste oordeel, de zondvloed, het einde der tijde en weet ik wat nog meer voor onzin. Kijk, voor mij maakt 't niet zoveel uit. Ik heb een zwaar maar mooi leve achter de rug. Maar jij komt net kijke.'
Ik schiet in de lach en kijk naar het grijze hoofd tegenover me in de spiegel.
'Ja, zo is ’t toch? Ze make de mense helemaal gek met die flauwekul en d'r zijn d'r altijd wel een paar die d'r in trappe en hun eige voor die tijd nog effe snel opknope. Een kennis van me is zelfs verkast naar Hongarije want daar zou die hoog boven op een modderige berg veilig zijn. Da’s toch triest, ze hele hebbe en houwe verkocht en nou zit ie daar in de middle of nowhere helemaal in ze eentje te verpietere en dan gebeurt er niks, noppes, nada.' 

'Nou als het gaat giete heb ik op de tuin nog wel een opblaasbare rubberboot van me kleinzoon legge. Maar ik was toch wel blij hoor dat ik vanmorge nog het licht zag, ik heb van de week nieuwe schoene gekocht en die had ik nog niet aangehad.'
Ik kijk verbaast naar de hoog gehakte pumps aan haar voeten.
'Ja, wat een moppie's hé, 't zijn eigenlijk zitschoene, ik kan d'r niet op lope met die rot knieë van me. Maar ik vond ze zó mooi. Maar ik heb ook slippers bij me hoor.'
'Oh, gelukkig,' zucht ik welgemeend met een schuine blik op haar vlezige wreven die gevaarlijk over het rode lakleer puilen. 

'Voor ik 't vergeet, volgende week ben ik er niet, dan neemt me zuster uit Groninge het effe een paar dage van me over. Ik ga met een vriendin op stap, die begint een beetje te dementere dus ik dacht dat zal haar vast wel effe goed doen, zolang ze het nog beseft.'
'Ik zal je missen Bep.'
'Maar Corrie is ook best aardig hoor – een beetje een dooie - maar gooi d'r een borrel in en je hebt een topavond. Ze schud ze zo uit d'r mouw, Max Tailleur is er niks bij. Je vraagt je af waar ze 't allemaal vandaan haalt met die droge kop van d'r.'
Bep begint te glimmen … 'moet je hore….'

- D'r komt een man bij de dokter ... dokter ik ben half doof.
- Dat kan niet meneer U bent doof of U bent niet doof.
- Dokter…. Ik ben halfdoof.
- Zegt U mij maar na, zegt de dokter…
- dokter; '10'
- patient; ' 5'
- dokter; ' 4'
- patient; ' 2'

Ze slaat haar handen op haar -rot- knieën en begint met lange uithalen te gieren. 
'Geweldig toch? En dan moet je die droge kop van me zuster d'r bij zien.' 
Ze droogt haar ogen, maar heeft duidelijk de smaak te pakken en gaat hinnikend verder…. 

- Ik heb een slechte mededeling voor U meneer... U heeft niet zo lang meer te leve.
- Wat is niet zo lang meer dokter?
- 10 meneer!
- 10 wat dokter… jare, maande, weke?
- 10,9,8,7,6,5…

Bep hapt naar lucht en klapt voorover op haar stoel. Als ze na een minuut of vijf blauw aan loopt begin ik me een beetje zorgen te maken. Maar na een lange uithaal zegt ze eindelijk  met een benepen stemmetje,
' Het zou nog leuker zijn als je die twee moppen combineert, oh…  ik pies zowat in me broek.'
Waarop ik snel een blik werp op de emmer met mop die achter in de toiletruimte staat en hoop dat hij daar niet staat waarvoor ik denk dat hij daar staat. 
Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij.

'Hallo moppie, moet jij zo nodig,' hoor ik Bep nog na grinnikend zeggen. Voor me staat een roodharig meisje van een jaar of zes –beentjes strak over elkaar geslagen- Bep benauwd knikkend aan te kijken.
'Die mevrouw vind het vast niet erg als jij effe voorgaat,' zegt ze tegen het moppie terwijl ze mij een knipoog geeft. En terwijl het moppie met haar beentjes gekruist naar het toilet hinkelt, kijkt Bep me lachend aan en vraagt …

'Ken je die van Sam en Moos die naar Parijs gingen?'




Copyright © Ingrid Punt mei 2011 

vrijdag 6 september 2013

Voorleesmoeder

Voorleesmoeder

Sinds ik de krant nog sporadisch lees loop ik voor het laatste nieuws regelmatig even langs Bep en is de nood een deugd geworden. Het is stil bij de toiletten en Bep zit verveeld in een tijdschrift te bladeren.

‘Goedemorgen Bep, hebben we niets te doen? ’ Ze kijkt me aan met een vermoeide blik.
‘Kind, je wil het niet gelove maar je bent vandaag de eerste. Ze wijst naar het lege schoteltje op tafel. Ik zei het je toch al, ik zit hier gewoon voor spek en bone -hoog, en letterlijk droog- Maar ik laat me bui d’r niet door verzieke want we hebbe het voor mekaar hé?  We zijn landskampioen geworden, ons cluppie heb gewonne.’
Ik vertel haar dat ik blij ben voor iedereen die daar blij om is, maar dat ik zelf niet zo veel met voetbal heb. Dan zegt ze met een blik alsof ze me elk moment kan gaan ontleden, ‘nou ja, we zijn niet allemaal hetzelfde, ik mag d’r persoonlijk graag naar kijke.’
Maar ze kijkt me toch een beetje beduusd  aan alsof ik haar alle gespreksstof voor die dag heb ontnomen.

Om haar humeur een beetje op te krikken en omdat ik me nu toch wel een beetje schuldig voel  informeer ik naar haar blinddate. Ze legt haar tijdschrift op tafel, en kijkt  me lachend  aan.
‘Ach meid, ’t was erg gezellig, maar waarschijnlijk eenmalig.’ Om er teleurgesteld aan toe te voegen, ‘hij kan niet sjoele. Nou kneep ik ‘m in de eerste instantie ook nog effe, want een kennis van me zei nog… ’Straks is het Piet -je weet wel die kale uit z’n krachte gegroeide geweze verloofde van me-’
Ze kijkt me geheimzinnig aan. ’Nou mag jij drie keer raaie hoe die vent heette.
‘Piet’ zeg ik na enige aarzeling op de gok.
‘Nee…. Jan!’ en ze begint te gieren. 

‘Verder is het een keurige man hoor, ik kan niet anders zegge. Knap in het pak, keurig gepoetste schoene, netjes gekamde hare en schone nagels. Maar hij had me een bril op ze neus, met van die jampotglaze weet je wel. Snap je dat nou, je hebt tegenwoordig toch lenze. Maar wel een attente man, hij had zelfs een bos  bloeme voor me mee genome. Pioenroze, dat was waarschijnlijk de enige bos die hem was opgevalle met die bril. Lief hé? Maar ondanks die bril zag ie nog niks.'
Ze kijkt even peinzend voor zich uit, ‘of misschien kwam het juist door die bril. In ieder geval,  hij had gereserveerd bij een klein eetcafeetje. Ik denk nog, doe maar duur. Heel knus en gezellig, maar toen we moeste bestelle moest ik de kaart voorleze. Nou meid daar stond me een waslijst op. Ik denk voor ik klaar ben is de kok allang naar huis. Maar gelukkig viel het tweede menuutje al in de smaak.’ 

‘Maar uiteindelijk kwam de aap uit de mouw, hij zocht iemand die hem voor wilde leze, dat deed ze vrouw ook altijd. Dus ik vraag nog, en wat had je dan in gedachte, de Libelle of de Margriet? Nee, hij was gek op John Irving. Ik denk, nee he,  dat heb ik weer, een latente homo. Dus ik zeg, dan had je dáár dan toch lekker mee op stap moeten gaan. Maar nee, dat bleek een schrijver te zijn. Dus ik heb ‘m wel meteen duidelijk gemaakt dat ik niet zo’n leestype ben.

Kijk ‘s,ze trekt haar lok weg van haar gerimpelde voorhoofd en kijkt me met grote ogen aan.
‘Staat daar voorleesmoeder?’
Ik probeer met enige fantasie iets van letters te halen uit de diepe groeven, maar verder dan de letter L in het midden van haar voorhoofd kom ik ook niet.
‘Nou nee,’zeg ik.
‘Precies, dat dacht ik ook.  Hou jij van leze?’
Ik knik en zeg dat ik het wel ontspannend vind.
‘Ontspannend, ik krijg er de rotzenuwe van. Dan denk ik aan wat ik allemaal nog moet doen. De boodschappe, de was. En dan kan ik me niet concentrere.’
‘Misschien moet je dan iets luchtigers lezen Bep,’ opper ik.
‘Nou ik vind de Libelle luchtig genoeg. Ik hou meer van sjoele, da’s mijn ontspanning.  Maar dat kan ik bij hem dus wel vergete. Als je niet kan leze kan je ook niet sjoele.’

‘Ach, je weet maar nooit. Misschien komt er nog wel een vervolgdate, want het was toch wel errug gezellig. .Hij zag het tenminste helemaal zitte,  -nou ja, niet letterlijk natuurlijk, vanwege die bril-  ze begint te grinniken.
'Alleen is maar alleen, en als je ouder wordt, wordt de eenzaamheid natuurlijk steeds erger.’
Ze geeft me een knipoog.
‘Misschien ga ik me toch nog ’s verdiepe in die John Irving. Ik kan me namelijk de tijd niet heuge dat er iemand een bos bloeme voor me heeft gekocht, da’s toch ook wat waard en dan mag er ook wel wat tegenover staan.  Jammer hoor want eigenlijk wilde ik zieltjes winne voor de sjoelclub. We begonne met  ze tienen maar ze gaan de laatste tijd als witjes. Of ze gaan naar een bejaardetehuis of ze gaan meteen  de pijp uit. We zijn nu nog maar met ze zesse. En ik ben als de dood dat ik straks alleen overblijf, want in je ééntje sjoelen is geen moer an natuurlijk. Dus we zijn op zoek naar jong bloed. ’
Ze kijkt me even vorsend aan...

‘Kan jij een beetje sjoele?’

Copyright © Ingrid Punt mei 2011



dinsdag 3 september 2013

Blind-date



Blind date

'Meid je gelooft je oren niet… maar ik heb vanavond een blinddate…  en dat op mijn  leeftijd!'
Ze giechelt en plukt een beetje zenuwachtig aan haar kapsel   –wat gezien haar leeftijd aandoenlijk aandoet -  het donkerbruine haar heeft plaatsgemaakt voor een onbestendige kleur.  Het is niet écht roze maar neigt naar zalmkleurig.
'Me vriendin heb een nieuwe buurman, een weduwnaar. Ze dacht me een plezier te doen. Voor mij persoonlijk hoeft het allemaal niet zo nodig maar ze was zó enthousiast en om het dan af te zeggen, dat vind ik dan ook weer zo kinderachtig. Volgens zegge is het een keurige heer, maar volgens zegge is er een hoop geloge natuurlijk. Voor hetzelfde geld knijpt ie de katjes in het donker. En het is letterlijk een blinddate want hij schijnt zo kippig als de pest te zijn. Nou, als ie ze hond maar thuis laat, want ik heb niks met katte…  en al helemaal niks met honde.'
Ze begint te gieren zoals ik het inmiddels van haar gewend bent.
'Ik hoop alleen dat die vent er niet te veel van verwacht. Gewoon, alleen voor de gezelligheid hé. An mijn lijf geen polonaise, hande van de koets zulle we maar zegge.'

'Ach, als ie maar schoon op zichzelf is, ik heb een pesthekel aan vieze nagels.'
Automatisch kijk ik even naar mijn eigen nagels om te concluderen dat die er volgens haar strenge normen best mee door kunnen.
'Ik zou eerst nog naar de kapper gaan, want je wil tenslotte wel een beetje appetijtelijk voor de dag komme hé…  normaal doe ik het zelf. Altijd dezelfde kleur, lekker makkelijk, maar een mens wil wel ’s wat anders. Maar weet je wel wat de kapper kost tegenwoordig?'
'Géén idee Bep, Ik heb last van Keirofobie dus ik ga zelden of nooit naar de kapper' vertrouw ik haar zachtjes toe.
'Van wat?' Ze knijpt haar ogen tot spleetjes, maar zit duidelijk niet te wachten op uitleg over een voor haar onbekende enge ziekte, dus ze gaat verder met haar verhaal.
'Nou ja… voor mij te duur, dus ik naar de drogist voor een kleurspoeling. Maar alle Jezus wat een keus heb je tegenwoordig. Daar heb je een dagtaak an, als je een besluiteloos type bent  -en dat ben ik-  dan mag je wel een  slaapzak meeneme. Maar afijn,  na zeker een half uur zoeke zag ik door de bome het bos niet meer en heb ik maar gewoon een pak in me mandje gegooid. Goudblond stond erop dus ik denk…  goud…  dan zit je altijd goed.  Maar op het pak zag het er toch heel anders uit.'
Ze kijkt me even onzeker aan, om vervolgens haar schouders op te halen.
'Ach, hij is toch kippig dus wat kan het schele.' 

'Verder schijnt ie d’r  -volgens me vriendin dan hé- redelijk uit te zien. Me vriendin kennende bedoelt ze gewoon oerlelijk. Van een knap bord ken je niet ete zei me moeder dan altijd… dat hang je an de muur. En gelijk had ze. Me man zaliger was ook niet echt een schoonheid… maar lieeeef.'
Ze rolt even met haar ogen om haar woorden kracht bij te zetten.
'Kind hij droeg me op hande. Ik hoefde maar te kikke, en we hadden het zó gezellig same.'
Haar ogen krijgen even een dromerige blik.

'Goedemiddag, kan ik door lopen?'
We worden beiden opgeschrikt door het geluid van een zware mannenstem.
'Ja hoor meneer, de here is vrij' zegt ze met een hemelse blik.
Ze kijkt de man -groot,slank en met wat ze noemen een mooie karakteristieke kop- heel even bedenkelijk na alvorens hij de deur achter zich dicht trekt.
'Kijk, die zou je nou in een lijssie aan de muur wille. Die heb je dus niet alleen hé, als vrouw zijnde. Daar heb je geen moer an.' 

'Voordat ik me man leerde kenne ben ik ook nog ’s een blauwe maandag verloofd geweest met éne Piet. Ook zo’n knappe vent, lang, slank, donkere bos met haar, maar altijd achter de meide an, en die meide achter hem. Kind, ik werd er gek van. Dus ik heb ’t uitgemaakt. Woest was ie, hoe durfde ik. Nou een paar jaar gelede  zag ik ‘m terug. Was niet veel van ze schoonheid over gebleve. Een pokdalige kale knar en een gigantische bierbuik, de honde luste d’r geen brood van. Dus ik ben best benieuwd…  je mot het maar zo zien…  een gezellig avondje zo op z’n tijd, dat sla je niet af.'
Ze heeft haar dromerige blik inmiddels weer  terug.  'Misschien houd ie ook wel van sjoelen.'  

Copyright © Ingrid Punt mei 2011



~